Achter de schermen (8): Topsportstudenten

Chemie en pistewielrennen

Sommige studenten wisselen hun leven van slapen en drinken af met boeiende activiteiten. Die kunnen nutteloos zijn of juist geld opbrengen. Deze week doen we iets aan de veelgehoorde klacht dat sport te weinig aan bod komt in Veto.

Christoph Meeussen

Op 27 maart verbeterde Maarten Vlasselaere samen met drie anderen het Belgisch Record in de wielrenachtervolging. Met 4:08.825 zette het viertal hun eigen tijd een anderhalve seconde scherper. Maar Maarten is niet enkel topsporter - vaak vind je hem terug in aula's en practica met andere tweedebachelorstudenten Chemie.
Veto: Je hebt een topsportstudentenstatuut. Wat houdt dat juist in?
Maarten Vlasselaere: «Er zijn eigenlijk twee soorten statuten, een A- en een B-statuut. Zij die onder het tweede statuut vallen, sporten op nationaal niveau en kunnnen een aantal zaken zoals practica laten vallen. Het A-statuut is er echter voor mensen die ook deelnemen aan internationale competities, zij kunnen ook examens verplaatsen. Zo'n statuut krijg je na een gesprek met een commissie, die op basis van aanbevelingsbrieven van de club of de federatie, dan een beslissing neemt.»

Soepel


Veto: Valt topsport goed te combineren met een studie?
Maarten: «Dat hangt er vanaf of ik me moet voorbereiden voor een opkomend kampioenschap of niet. Voor het WK vorige week, raakte ik nog niet in een derde van de lessen Ik moest in de voormiddag elke dag naar Gent en haaste me dan naar Leuven om nog enkele lessen bij te wonen.»
«In rustiger weken, heb ik meer tijd om die zaken voor te bereiden, maar probeer ik elk vrij moment ook te oefenen om zo aan een twintigtal uur per week te geraken.»
Veto: Hoe zit het dan met lessen, notities en practica?
Maarten: «Aangezien ik een aantal vakken niet kan volgen, ben ik aangewezen op zelfstudie. Gelukkig ken ik een aantal mensen die er geen probleem van maken om notities door te spelen. Voor practica valt het ook wel mee: het grootste deel heb ik kunnen bijwonen, maar eentje heb ik pas nog moeten inhalen.»
«Qua examens loopt dat ook wel soepel. Ze worden meer gespreid in tijd, zodat ik regelmatig kan blijven trainen. In januari heb ik niets moeten verplaatsen, maar om in juli aan het EK te kunnen meedoen, zal dat wel moeten gebeuren.»
Veto: Heeft het toch niet enig effect op je punten?
Maarten Vlasselaere: «Voorlopig denk ik dat dat nog wel meevalt. Sowieso worden er dingen in de les gezegd die handig kunnen zijn, maar die niet in het handboek of notities zijn terechtgekomen. Al zal het volgend jaar wel moeilijker worden. De derde bachelor kent heel wat meer practica die ik zal moeten meedoen of achteraf inhalen.»

Doping


Veto: Hoe kom je eigenlijk in je discipline en in topsport terecht?
Maarten Vlasselaere: «Volleybal en voetbal heb ik een tijdje gedaan, maar wielrennen ligt me beter: bij de twee andere heb je een kans op twee om te winnen. Bij wielrennen ligt dat percentage veel lager, maar de voldoening is dan ook vele malen groter. Maar mijn diploma is me ook heel wat waard; je hoeft maar een keer te vallen en je sportcarrière kan erop zitten. Chemie interesseert dan ook, zodat ik er zeker mee wil doorgaan.»
Veto: Kwam in je opleiding de dopingproblematiek al ter sprake en heeft dat invloed op hoe je tegenover doping staat?
Maarten Vlasselaere: «In het vak Farmacologie kwam die kwestie wel een aantal keer ter sprake, maar nogal beperkt. Niet dat er ik meer door beïnvloed ben geweest, maar uieraard ben ik tegen het gebruik van doping.»