Europese Kopstukken: Ivo Belet (CD&V)

"Belgische problemen zijn peanuts vergeleken met het buitenland"

Voormalig journalist en Ter Zake-anker Ivo Belet zit al sinds 2004 in het Europees Parlement. Wanneer we de christen-democraat ontmoeten, worden we getrakteerd op een stevige handdruk en een drankje in de bar van het Europees Parlement. De verkiezingen komen er weer aan en Belet lijkt zinnens te blijven.

Ruben Bruynooghe & Maarten Goethals

@@IVO.jpg

Christine Laureys


Veto: Hebben de mensen genoeg door dat er Europese verkiezingen zijn?
Belet: «Te weinig. Dat is het nadeel van altijd gecombineerd te zijn met de regionale verkiezingen. Die domineren toch altijd en wij zitten een beetje op de achtergrond. Hoewel, met de verkiezingsstrijd tussen Verhofstadt en Dehaene denk ik dat het Europese wat meer op het voorplan gaat treden. Ik ben er van overtuigd dat het Europese niveau het belangrijkste is. Niet dat ik mezelf wil opblazen, maar dit is het belangrijkste en intellectueel het interessantste niveau, terwijl dat in de media niet altijd zo overkomt. Het leert je ook relativeren en dingen door een andere bril bekijken. De problemen die we in België hebben zijn vaak peanuts vergeleken met wat je in andere landen zoals Hongarije meemaakt.»

Hotel

«De debatten in het Europees parlement zijn inderdaad veel technischer maar daarom minder aantrekkelijk voor de media. De wetgeving is ook complexer en de termijnen veel stroever. Dat maakt het voor de media iets minder sexy. Maar dat Europa naar de media toe niet te verkopen valt is onjuist. Dat komt omdat te weinig journalisten weten hoe het hier werkt. Europese berichtgeving is zeker niet a priori minder interessant dan nationale.»
Veto: Zitten EP's vast in een Europese cocon?
Belet: «Voor buitenlandse parlementsleden is dat gevaar zeer groot natuurlijk. Terwijl mijn collega's op appartement of hotel zitten ga ik 's avonds gewoon naar huis. Vlaamse parlementsleden worden ook veel gevraagd voor lezingen, nu meer dan anders omdat we maar met 14 zijn en na de verkiezingen slechts met 13. Op die manier verkleint ook de kans om opgesloten te zitten in een ivoren toren. Bovendien zit ik ook in de gemeenteraad (in Hasselt, red.). Dat is zowel een voordeel als een nadeel. Nadelig omdat het moeilijk te combineren valt. Het grote voordeel is dat het je telkens weer met je beide voeten op de grond zet.»
Veto: Soms krijgt Europa de kritiek niet democratisch genoeg te zijn. Wat is uw reactie hierop?
Belet: «Dat is eigenlijk de meest onrechtvaardige kritiek die je kan krijgen. Ik verdedig nu mijn eigen functie, maar het Europees Parlement is het meest democratische Parlement dat er is. Ik zeg niet 'meest democratische in de wereld' maar wanneer je de vergelijking met België maakt, is Europa veel democratischer. Sommigen, zoals Lijst Dedecker, zeggen dan: "Och je hebt daar geen meerderheid en oppositie." Dat is natuurlijk waar, maar in functie van het dossier dat voorligt kan je heel andere allianties vormen. De meerderheden liggen niet vast, in functie van het dossier moet je op zoek gaan naar meerderheden en dat is net het meest democratische dat men zich kan indenken.»
Veto: Een totaal andere vraag: wat heeft u met voetbal?
Belet: «Ik volg voetbal al sinds ik pampers draag, dat is meer dan een hobby. Ik ben hier in het parlement door mijn verleden (als journalist, red.) in de commissie media terechtgekomen. Daar zit onderwijs, Jeugd, cultuur en ook sport in. Als je in iets geïnteresseerd bent, probeer je daar ook politiek iets mee te doen. Ik ben dan via de commissie in contact gekomen met de Belgische voetbalbond, de UEFA en noem maar op. De problemen waar het voetbal tegenwoordig mee te maken heeft zijn ook erg verbonden met dit huis.»
«Neem bijvoorbeeld de tv-rechten. Er is een heel ongelijke concurrentie. Als bijvoorbeeld Real Madrid zijn eigen tv-rechten verkoopt voor bijvoorbeeld 1 milljard euro, dan steken ze dat in hun eigen zak. In België worden de tv-rechten collectief verkocht en eerlijk verdeeld. Maar op Europees niveau creëert dat een enorme ongelijkheid. Dan is het de vraag of je daar op Europees niveau iets aan gaat doen of niet. Het is de bedoeling dat de sectoren zichzelf zouden reguleren. Zo komt vanuit de voetbalwereld de vraag naar de zogenaamde zes plus vijf regeling. Die regeling stelt dat er maar vijf buitenlanders mogen opgesteld worden op het veld. Op die manier wordt er meer geïnvesteerd in de jeugd. Dat is dus op zich een zeer goed voorstel, maar het staat wel zo goed als haaks op de regeling van het vrije verkeer van personen. Wij proberen dan een regeling uit te werken om de sportwereld te stimuleren om meer te investeren in de eigen jeugd en toch respect te hebben voor de Europese regeling van de vrijheid van personen.»

Crisis


Veto: U pleit ervoor om de capaciteit van de auto-industrie te behouden, terwijl er een overproductie is. Hoe kan u zoiets volhouden?
Belet: «Momenteel is er inderdaad een overproductie, maar er wordt voorspeld dat de sector zich zal herpakken. Op een gegeven moment kunnen de mensen niet meer wachten en moeten ze wel een nieuwe wagen kopen, het is dus belangrijk dat we op het moment dat de vraag herleeft eind 2011, begin 2012, we mee zitten op die golf. Tegelijkertijd kunnen we de sector ook klaarmaken voor de toekomst. Neem nu de Chrysler Volt. Dat is een elektrische wagen en een enorm intrigerend project. General Motors doet het op het moment echter heel slecht, maar ze hebben wel zo'n product klaarstaan om in productie te gaan. Ik hoop dat ze de crisis overleven en dat ze die wagen afzetten op de Europese markt. We moeten met Europa door het moeras en de markt klaarmaken voor de toekomst. Dat is wel het voordeel aan de crisis, je zakt zo diep weg dat het mogelijk wordt om de hele sector te vernieuwen. En dat veel sneller dan gepland.»
Veto: Waarom zouden de studenten voor u en uw partij moeten stemmen?
Belet: «Goh, dat is eigenlijk een gênante vraag, ik zou zeggen "lees de site en kijk wat we bereikt hebben." Ik heb een debat op gang kunnen brengen dat nog steeds doorgaat, dat van jeugd in de sport. Ik denk dat we als kleine Vlaming echt een verschil hebben kunnen maken. Eens je de rest van de fractie ergens van kunt overtuigen heb je wel meteen de meerderheid van het parlement mee. Bovendien denk ik dat ik hard gewerkt heb. Als journalist heb ik hard gewerkt, maar hier heb ik verdomd veel harder gewerkt en veel langere uren geklopt.»