Voorstel tot nieuw accreditatiesysteem

Accrediteren, repeteren, wie zijn best doet zal het leren

In het hoger onderwijs in Vlaanderen en Nederland betekent geaccrediteerd worden of niet zoveel als leven en dood voor een opleiding. Zonder accreditatie wordt het diploma van die opleiding niet erkend. De Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) neemt een accreditatiebeslissing op basis van de evaluatie van een opleiding door een visitatiecommissie.

Ruben Bruynooghe

In Nederland loopt de eerste accreditatieronde nu ten einde en het Nederlandse ministerie van onderwijs heeft aan de NVAO opdracht gegeven een nieuw accreditatiestelsel uit te werken. Vlaanderen wil meestappen met de globale oriëntatie van het voorstel dat in Nederland op tafel ligt, maar wil toch ook aan Vlaanderen aangepaste accenten leggen.
Het Nederlandse voorstel impliceert de combinatie van een instellingsaudit, een nieuw element, met opleidingsbeoordelingen. Via een instellingsaudit wordt nagegaan of een instelling, zoals bijvoorbeeld de K.U.Leuven, een adequaat beleid voert inzake onderwijskwaliteit en daarbij voldoende de vinger aan de pols houdt op opleidingsniveau. De uitkomst van de audit bepaalt of de aansluitende opleidingsbeoordelingen volgens een beperkt dan wel een uitgebreid model moeten plaatsvinden.@Body:Ondervoorzitter van de NVAO Guy Aelterman legt de voordelen van het nieuw systeem uit: "Blijven evalueren volgens het oude model leidt tot evaluatieroutine en tot een verhoogde kans op window dressing. Er was ook nood aan meer verbeteringsgerichte evaluaties. In het huidige systeem lag de klemtoon te veel op verantwoording. De opleidingen hadden tijdens de evaluaties bovendien de indruk dat er vooral gesproken werd over procesaspecten en te weinig over de inhoud van de opleiding. In het nieuwe model worden procesaspecten op instellingsniveau behandeld, waardoor ook de lasten van de opleidingsevaluaties gevoelig ingeperkt worden.."
Aan het nieuwe model zit volgens Aelterman wel een risico vast. Een overlapping tussen de instellingsaudit en de opleidingsbeoordelingen of een te diepgravende opleidingsevaluatie zou het perverse effect kunnen hebben dat de lasten zouden toe- in plaats van afnemen. Beiden zijn gelukkig met een zelfde oplossing te genezen. Aelterman pleit dan ook voor goed geïnstrueerde en als het even kan ook internationaal samengestelde panels. Instellingen en opleidingen van hun kant moeten ook leren de informatievloed die zij aan de panels overmaken, gevoelig te beperken.
De panels voor de institutionele audits zouden worden samengesteld door de NVAO zelf, na overleg met de instellingen. Dat overleg is belangrijk: als een instelling niet akkoord zou gaan met de samenstelling ervan zou wel eens een vertrouwensbreuk kunnen optreden. Professor van Avermaet die als co-voorzitter van de VLIR/VLHORA-werkgroep Nieuw Accreditatiesysteem (NAS) het dossier op de voet volgt, voegt nog een nuance toe. "Als de NVAO zowel het panel van de instellingsaudit samenstelt én het oordeel over de instelling velt als de accreditatiebeslissingen neemt met betrekking tot de opleidingen, dan valt een beïnvloeding van het ene door het andere niet uit te sluiten. De NVAO moet zich tegen dit risico wapenen."
De beslissing in Vlaanderen moet in principe nog niet meteen genomen worden, omdat de accreditatitieronde hier pas in 2012 afloopt. Vlaanderen wil echter liefst dit jaar al een beslissing nemen.
De resultaten van enkele pilots, zeg maar de experimenten, die volgens het Nederlandse voorstel werden uitgevoerd in verschillende instellingen, waaronder de UGent, toonden aan dat aan het NVAO-voorstel heel wat gesleuteld moest worden. Professor Versluys volgde deze pilot aan de UGent op en kwam tot de conclusie dat tijdswinst en een beperking van de lasten (en kosten) niet evident was. "Een kwaliteitsvolle evaluatie vereist nu eenmaal voldoende gedocumenteerde informatie en voldoende tijd voor gesprekken. Ook de instellingsaudit leidt potentieel tot een vergrote administratie, tenzij het panel 'in toom wordt gehouden'. Het panel moet ook respect opbrengen voor de keuzes van een instelling inzake haar eigen aanpak van het kwaliteitsbeleid. Het is dus maar goed dat de pilots gehouden werden zodat met deze opmerkingen rekening kon gehouden worden."
De Vlaamse Interuniversitaire Raad en de Vlaamse Hoger OnderwijsRaad VLIR/VLHORA hebben ondertussen een voorstel opgesteld dat rekening houdt met wat geleerd werd in de pilots én met eigen Vlaamse desiderata. Het ontwerp beaamt weliswaar de meerwaarde van de tweeledige structuur van de evaluaties, maar vertoont toch enkele opvallende verschillen met het Nederlandse voorstel. Meest opvallend is dat de de instellingsaudit in de eerste plaats adviserend en niet beoordelend zal zijn. De audit moet zich richten op het stimuleren van een gedegen instellingsbeleid en-praktijk inzake onderwijskwaliteit. Verder zullen de opleidingsbeoordelingen altijd beperkt zijn. Ze zijn tenslotte al geaccrediteerd geweest: basiskwaliteit is dus aanwezig. Bovendien is dit de enige manier om tot een ernstige lasten- en kostenreductie te komen.