maandag 27 april 2009 - jaargang 35 - nummer 22
Debat 'De Politieke Verbeelding'
"Op den duur overweeg ik een nieuwe operatie"
"Uit het hout van de morgen, uit morgenrozenhout, sneed ik een beeld, heel licht en smaller dan een lijsterstem, een beeld van morgenrozenhout," zo schreef Paul Rodenko op een dag. Hij wist in de seventies al heel goed hoe het zat met de verbeelding. De politici die afgelopen maandag samengebracht waren voor het debat 'De Politieke Verbeelding', wisten veel minder goed waar de klepel der verbeelding hangt.
Jeroen Deblaere
Het debat verenigde Louis Tobback, Jos Geysels, Annemie Neyts, Geert Lambert, Piet De Bruyn en Hugo Vandenberghe. Kathleen Cools mocht deze politieke zwaargewichten proberen te temmen. De bedoeling was dat de politici aan de hand van een tekst van Matthew Arnold uit de negentiende eeuw debatteerden over de band tussen literatuur, verbeelding en staat. Rector Vervenne, die niet zo gek lang geleden ook in contact kwam met noties als democratie, mocht het debat openen met een voorwoord. De man sprak over de kloof tussen burgher en politicus en drukte op de maatschappelijke taak van de universiteit om dergelijke debatten te organiseren. "Jammer dat er morgen geen Veto verschijnt waarin ik een verslag van deze avond zou kunnen lezen," stelde de rector ook nog. Hij kon immers tot het einde blijven.Fantasie
Welnu, beste rector, u hoeft zich niets in te beelden; u heeft weinig gemist. De gesprekken hadden immers moeten gaan over de verhouding tussen de verbeelding en de politiek, maar van fantasie was weinig sprake. De tekst van Arnold - die op voorhand niet bekend was gemaakt aan het publiek - vormde geen interessante voedingsbodem voor een gesprek. Louis Tobback had slechts een samenvatting van het werk gelezen en bromde al meteen: "Je moet een tekst niet meer laten zeggen dan hij zegt."Waarover werd dan wel gepraat? Vooral de bankencommissie, de huidige economische crisis en haar vermeende oplossing kwamen aan bod. Tal van voorbeelden werden aangehaald waarin de politici lieten blijken hoezeer zij in het verleden al in contact waren gekomen met slechtere tijden. De verzamelde politici leken bij momenten op een groep bejaarden die nog maar eens over den oorlog met elkaar converseerden: "Ik weet nog, die keer met Renault Vilvoorde!"
Operatie
Even kreeg het debat een interessante wending toen de politici hun verhouding met de media mochten bespreken. Geert Lambert kreeg het op de heupen van de selectieve aandacht van de media: "Als ik inhoudelijk interessante dingen zeg, dan krijgt dat geen gehoor, maar als ik vermager staat het breed uitgesmeerd in alle kranten. Op den duur begin ik een nieuwe operatie te overwegen."De toeschouwers die gekomen waren om een aantal retorisch sterke politici aan het werk te zien, zullen zich ongetwijfeld vermaakt hebben. Vooral Tobback - die zich thuis voelde - kon het debat soms op grappige wijze domineren. Wie voor een interessant gesprek over verbeelding en haar rol in de politiek naar het Maria Theresia College was afgezakt, zal het debat volstrekt oninteressant gevonden hebben. De gesprekken beperkten zich tot een oppervlakkig aanhalen van voorbeelden uit het verleden en de diepere, meer fundamentele discussie werd niet gevoerd.