maandag 27 april 2009 - jaargang 35 - nummer 22
TOM VANSTIPHOUT
"Ik beschouw mezelf niet als de beste gitarist "
"Amai, is het al tijd voor pintjes?" reageert Tom Vanstiphout wanneer we onze bestelling doorgeven aan de ober van het Entrepot du Congo in Antwerpen. De man, gitarist bij Clouseau, Soulsister en Milow, houdt het bij een koffie en vertelt honderduit over zijn nieuwe soloplaat en de backstage van het Sportpaleis.
Jeroen Deblaere & Tom Demeyer
Veto: De nieuwe plaat, Working Man, heeft opnieuw een intieme sfeer. We lazen nochtans op uw website dat u van plan was om meer rock te spelen.
Tom Vanstiphout: «Dat was een idee, maar dat is niet zo goed gelukt. Ik speel graag elektrische gitaar en doe dat ook in andere groepen. Ik had zin om dat zelf te doen, maar op de een of andere manier heb ik daar nog niet de juiste songs voor geschreven. Er waren wel wat ideetjes maar niet genoeg om een plaat mee te vullen. Uiteindelijk kom ik toch altijd terecht bij iets rustigere muziek.»
Veto: Is dat een lijn die u in de toekomst ook wil volgen?
Vanstiphout: «Dat weet ik niet, ik heb geen masterplan. Ik probeer gewoon om naast alle andere dingen die ik doe af en toe een plaat te maken. Omdat dat plezant is. Ik wil ooit wel nog een bluesplaat maken maar of de volgende een rockplaat zal zijn, weet ik echt nog niet.»
Nostalgie
Veto: Is blues de grootste invloed op uw muziek?
Vanstiphout: «Ja, ik denk dat ik een bluesgitarist ben. Als je mij in een café zet en je geeft mij een gitaar dan zal ik blues spelen. Dat is mijn natuurlijke habitat. Maar ik ben nog niet oud genoeg voor een bluesplaat. Eerst nog veel pinten drinken (lacht), zoals jullie.»
Veto: Is 'Working Man' minder intiem dan 'Motion'?
Vanstiphout: «Het is alleszins minder nostalgisch. De plaat gaat meer over het nu, over mijn familie, mijn werk, over het leven waar ik nu in zit. Toen ik mijn eerste plaat maakte, zat ik in een heel andere situatie: ik had nog geen kinderen en dronk om elf uur bier. Nu is het leven een beetje anders. Ik heb kinderen. Dat verandert uw standpunt in het leven enorm.»
«Voor jullie is je eigen leven het middelpunt en bij mij was dat ook zo: zeer navelstaarderig. Nu is dat anders: mijn eigen leven komt niet meer op de eerste plaats. Het eerste waar je aan denkt is niet meer jezelf, je bent niet meer constant over jezelf bezig. In die zin is is het een heel persoonlijke plaat, het gaat over wat ik nu allemaal aan het doen ben en wat er nu belangrijk is. Ik heb geprobeerd daar een iets gevarieerdere plaat van te maken. De vorige huisde in één sfeer. Nu zit er meer variatie in. Live is dat ook zeer handig.»
Veto: Heeft u internationale ambities met de plaat?
Vanstiphout: «Een plaat maak ik vooral voor mezelf. De enige ambitie die ik daarbij heb is om voor mezelf een zo goed mogelijke plaat te maken. Ik sluit natuurlijk niets uit, ik probeer die plaat ook in Nederland en Duitsland uit te brengen. Maar dat is gewoon heel moeilijk. Zoiets is voor heel weinig mensen weggelegd. Er is zo veel muziek en zo veel goede muziek. Het is heel moeilijk en bovendien moet je daar heel veel budget tegenaan gooien en dat heb ik niet. Dat is ook niet echt mijn bedoeling. Maar mocht het gebeuren: graag.»
Grappig
Veto: In 'The Party' staat u wat weigerachtig tegenover het hele circus van optredens.
Tom Vanstiphout: «Dat is een kant die ik minder plezant vind. Mensen denken dat backstage de wildste dingen gebeuren. Maar bij een concert van Clouseau werkt er 300 man; die mensen moeten daar gewoon rustig kunnen eten. Dan vallen er meestal na het concert een hoop pippo's binnen die denken dat er daar gefeest moet worden. Die mensen die koste wat het kost zo'n paske willen en die dan toch maar in de weg lopen. Natuurlijk wordt er wel eens goed gefeest, maar er zijn ook momenten waarop je denkt: "Man, moet hier nu zoveel volk zijn? Laat ons met rust!"»
Veto: De plaat is ook wat grappiger, zoals het nummer 'Pretty Girls'.
Vanstiphout: «Hopelijk verstaan de mensen daar een licht ironische ondertoon in. Ja, kijk ik ben ook nogal een grappige kerel (lacht). Ik hou wel van lachen. Maar humor en muziek combineren is echt moeilijk. Er zijn maar een paar mensen die dat goed kunnen. Randy Newman, bijvoorbeeld, heeft vaak hilarische teksten. Ik vind dat die mopjes wel moeten kunnen. Op lange termijn sluit ik trouwens niet uit dat mijn shows naar een soort licht theaterachtige voorstelling zouden evolueren»
Veto: 'Early days' gaat over uw vrienden. Hebben zij al gereageerd op het nummer?
Vanstiphout: «Ja, die vonden dat heel tof. Het nummer gaat over Bart, Filip en Steven, dat zijn mijn beste maten. Vroeger zaten wij samen in het studentenleven. Wij speelden toen heel vaak samen. Dat is zo'n hechte band waarvan je denkt dat die nooit uiteen valt, maar dan wordt iedereen ouder en den enen wordt homo, de ander wordt vader, en de ander, (denkt na), enfin de levenssferen gaan uit elkaar. We zitten niet meer elke week samen, maar je denkt er toch aan terug. Daarover gaat dat nummer.»
Veto: Is het moeilijk om tussen al uw werk nog aan een soloproject te werken?
Vanstiphout: «Neen, dat heeft met ambitie te maken. Als het de bedoeling is een plaat te maken waar je zelf tevreden mee bent, dan mag daarvoor niets in de weg staan. Dan is het aan mij om tijd genoeg te vinden om die plaat op te nemen. Ik vind ook in mijn ander werk genoeg voldoening, zodat ik niet moet zeggen: ik stop met alles, ik doe mijn eigen ding en ga in de Delhaize werken om rond te komen.»
Waketjike
«Er is een realiteit in dit leven. Heel weinig Belgische artiesten kunnen niets anders dan hun eigen liedjes. Ik tackle die realiteit door in andere groepen te spelen, wat perfect naast elkaar kan staan. Doordat ik bij andere groepen speel, ben ik ook een betere muzikant. Als je alleen maar gitarist bent, is je leven ook alleen maar daar op geconcentreerd.»Veto: Vaak sta je als gitarist in de schaduw van een frontman. Vindt u dat frustrerend?
Vanstiphout: «Neen, ik vind dat niet. Veel mensen verdenken je ervan dat als je iets doet op een podium dat je populair wil zijn. Bij mij is dat echt niet zo. Ik speel nu muziek omdat ik al van jongs af aan gebeten ben door muziek; dat interesseert mij en ik wil dat op alle manieren doen. Het format zegt nu eenmaal dat je op een podium moet staan en dat mensen daar naar komen kijken. Je speelt beter met publiek, maar ik steek mezelf niet naar boven.»
«Ik beschouw mezelf nog altijd niet als de beste gitarist, of een van de beste gitaristen van Vlaanderen. Ik begin elke job vanuit een gezonde geest: kan ik het wel, zal het wel lukken? Je bouwt natuurlijk wel een soort vakmanschap op maar toch is muziek iets wat op een moment ontstaat en altijd opnieuw moet gebeuren.»
Veto: Moet er nog veel gerepeteerd worden bij die verschillende bands?
Vanstiphout: «Dat hangt er een beetje van af. Soms zit je in pro-jecten waar heel veel gerepeteerd wordt. Dat begint altijd leuk en dan komt er een moment dat het erg saai wordt. Maar als je wat verder gaat, dan begin je te werken op een andere manier. Dan merk je dat die repetities niet voor niets zijn, dat je alles hebt uitgeprobeerd en dat de keuzes die je maakt de beste zijn. Het televisiewerk, dat is à la moment. Je bekijkt het partitureke en dat zegt iemand: "Gij speelt iets waketjike waketjike" Of meer: "dam-damdam, één, twee, drie, start." Voor de muziek wordt er in die shows weinig gerepeteerd.»
Veto: Tijdens uw optreden zei u het al: zo'n show is volledig gemaakt.
Vanstiphout: «Kijk, die mensen kiezen niet zelf wat ze gaan zingen. Ze zeggen altijd: "Vandaag zing ik mijn favoriete nummer van Ann Christy", maar het is natuurlijk de redactie die zegt: "We hebben nog een Nederlandstalig en uptempo nummer nodig." Zo werkt TV.»
Veto: Voelt u zich deel van een groep als Clouseau of Soulsister?
Vanstiphout: «Pff, das een moeilijke. Bij Milow voel ik mij absoluut deel van de groep: we zijn daar samen aan een verhaal aan het bouwen. Ik voel me betrokken bij dat succes. Bij Clouseau en bij Soulsister is dat anders omdat die al immens populair waren voor ik erbij kwam. Daar ben ik gewoon iemand die ze nodig hebben om gitaar te spelen. Ik voel me daar niet echt een onmisbare kracht.»
Veto: Hoe bent u in die muziekwereld gekomen?
Vanstiphout: «Toevallig, eigenlijk. Ik speelde in groepjes toen ik vijftien en zestien was en ik heb voor het Lemmensinstituut drie keer het interfacultair songfestival gewonnen. Ik was altijd de zanger tot na zo'n optreden iemand zei: "Ge speelt wel goed gitaar, we kunnen je wel gebruiken als tweede gitarist, iemand die een stemmeke kan doen en ge krijgt daar wat geld voor". Voor je het weet, merk je dat je daar de kost mee verdient.»
Laura Lynn
«Dan is het natuurlijk even opletten dat je niet alleen voor het geld gaat, want op den duur komen er zo veel aanbiedingen; je zou bijvoorbeeld bij Laura Lynn kunnen gaan spelen. En pas op, er moet iemand bij Laura Lynn spelen, hé. Het hangt er natuurlijk vanaf wanneer zo'n vraag komt in je carrière. Als je aan de grond zit, is dat misschien wel te overwegen. Het alternatief is rekken vullen in de Delhaize. Ik heb altijd de luxe gehad om altijd die dingen te doen waar ik me goed bij voelde.»Muziek van Tom Vanstiphout valt te vinden op zijn website: www.myspace.com/tomvanstiphout
