maandag 27 april 2009 - jaargang 35 - nummer 22
Jonge makers en performers op TASTE-festival in STUK
De smaak van een jonge snaak
Afgelopen week kon je de toekomstige Wim Vandekeybus of Maaike Neuville gaan ontdekken in kunstencentrum STUK. Het TASTE-festival gaf ons een staalkaart van waar pas afgestudeerde artiesten zoal mee bezig zijn. En dat smaakt naar meer.
Filip Tielens
STUK vult haar jaarplanning aan met enkele festivalletjes. Naast Playground, Artefact en Move Me staat er sinds 2007 ook TASTE op het menu. Jonge makers die een dans- of theateropleiding gevolgd hebben, tonen hier hun eerste stappen op eigen benen of hun afstudeervoorstelling. Het diverse palet aan stijlen en kunstvormen maakte deze editie van TASTE bijzonder boeiend. Positief aan wat wij zagen was dat de makers het publiek willen doen nadenken en hen geen voorgekauwde kost serveren, maar net buiten de begane paden willen treden.Veel van de artiesten hebben minstens een stuk van hun repetitieproces in STUK doorgemaakt. Vandaar dat TASTE twee premières kon presenteren. Annelies Van Hullebosch creëerde middels voorwerpen en taal een gezellige sfeer in een dorp waar de tijd stil is blijven staan. Het verhaal over de opeenvolging van leven en dood wordt vertolkt door Sofie Palmers. Beiden zijn laatstejaarsstudenten aan de gerenommeerde Toneelacademie van Maastricht en vonden voor Sorry dat ge het zo te weten moet komen maar beter nu dan ooit onderdak bij fABULEUS. Een oude visser met dikke neus op een foto van Stephan Vanfleteren vormde het vertrekpunt voor deze zoektocht naar de roots van het hoofdpersonage waarin vorm en inhoud mooi samenvloeiden. Zo symboliseerde een rode draailamp zowel een vuurtoren als een red light district.
De sterkste beelden zaten in Per me non basto dat Michiel Soete met drie bevriende Spaanse en Italiaanse danseressen maakte. Een psychologisch steekspel tussen drie machtsverslaafde vrouwen loopt uit de hand. Als een koning Midas verlangen ze naar al het goud van de wereld en op die queeste moorden ze elkaar stomweg uit. Een survival of the fittest, waarbij de overblijvende met zichzelf geen blijf weet en beseft dat wie alles bezit naar niets meer kan verlangen. Een versie over drie kleine zwartjes waarbij er verschillende interpretaties mogelijk waren en dat maakt het net interessant. Wij zagen er mishandelingen à la Abu Ghraib in en doodsmantels die boerka's waren. Iemand vermoorden door haar te verdrinken in melk, en dan een lijkbleek gezicht boven halen. Visueel verbluffend in zwart en wit.
Hardcore & pop
Het radicaalst was het werk van de Mimeopleiding uit Amsterdam die in Spaar ze de grenzen van de extremiteit aftasten. Vijftig minuten lang proberen ze elk op zichzelf in een soort trance te raken door erg monotoon op een bonkende beat hun lijven tot het uiterste te dwingen. En toch bleef je aandachtig omdat je naast wat je zag voor ieder karakter een persoonlijkheid kon uitstippelen. Wir tanzen om te bestaan. Hun opwinding en verlossing schrijven ze als een soort religie toe aan de muziek en aan elkaar. Het zijn de laatste tien minuten, wanneer de jumpers uitgeteld zijn en de muziek stilvalt, die keihard in your face slaan. Die kwetsbaarheid toonde net hoeveel er in deze, op het eerste zicht ogenschijnlijk banale, voorstelling zit. We love you hardcore, we do.De perfecte symbiose tussen dans en taal bereikte choreografe Avda Zakai in How to spell a piece. Op basis van enkele repetitieve bewegingen werd geassocieerd tot de meest fantasierijke scènes. Humor en een wrang gevoel voelde je wanneer beide danseressen in hun gebroken Engels over de ondraaglijke lichtheid van hun vrouwelijke bestaan vertelden dansend op melige popmuziek.
Identiteit
Het lelijke eendje in de bijt was Finally I am no one van Tarek Halaby. De intenties van de Palestijnse ex-P.A.R.T.S. student kwamen op geen enkel moment over. Daardoor leek het meer een zoektocht voor zichzelf naar zijn identiteit, dan dat het boeiend was om naar te kijken. Een gemiste kans.