maandag 4 mei 2009 - jaargang 35 - nummer 23
Dagboek van kandidaat-rector Geert Janssen (10)
Zoet en veelbelovend
De lont is in het kruit geworpen, daar helpt geen lievemoederen meer aan. Morgen kiest de universitaire gemeenschap een nieuwe rector, en ze zou een historische vergissing maken, mocht ze iemand anders laten winnen dan Geert Janssen, student en rectorskandidaat.
Go, writer!
Woensdag. «De kandidaat-rectoren, die zich voor de gelegenheid voordoen als professionele debattanten, verzamelen voor de meest spraakmakende van de debatten. De grootste aula van Leuven is net niet groot genoeg om al mijn acolieten te herbergen, maar de jonge honden die geen toeganskaart konden bemachtigen, kunnen gelukkig zwijmelen bij mijn beeltenis op een reusachtig scherm dat vanavond in het park is opgesteld. Met een kamillethee in de hand aanschouw ik nuchter en van op veilige afstand de relletjes die ontstaan tussen de aanhangers van de verschillende kandidaten. De politie te paard heeft de stad niet meer in handen. Mijn team en ik des te meer.»«Het debat evolueert volgens het bekende stramien: wie zich als kandidaat verstaanbaar kan uitdrukken, weet ofwel niet waarover hij spreekt, ofwel laat hij zijn opinies en replieken pivoteren als waren het blauwe glazenmakers met een glaasje te veel op. Hun tjeverige redeneringen gelijken op een donut: de buitenkant is zoet en veelbelovend, maar de kern of de essentie is niets meer dan een hiaat, een leemte, een schaamroodwekkende lacune. Schrok het deeg en de suiker op, en je blijft achter met een wee gevoel in de buik, met ziekte en teleurstelling.»
«Dan maak ik wel van andere lakens een pak, al moet ik ze daarvoor naar me toe halen en uitdelen. Op vaderlijke toon plaats ik de kroon op elk discussiepunt. Eerst laat ik de overigen zaniken en lulleriken, waarna ik gezwind het woord overneem, lichtjes achterover leunend in mijn chaise courte. "Wat mijn collega's bedoelen, moderator, is natuurlijk wis en waar. Ik zou hier in alle nederigheid evenwel enkele elementen aan willen toevoegen..." Waarna ik elk onderwerp in één wervelende monoloog exhaustief behandel. Men vergeet vaak de deelzin die Wittgensteins bekende zinsnede over zwijgen voorafgaat: Wass sich überhaupt sagen lässt, lässt sich klar sagen... Laat mij zwijgen waarover ik niet spreken kan, maar luister naar mijn klare taal.» Zaterdag. «Drie dagen scheiden de Geert Janssen die nu op de zeedijk een frisse neus neemt van de democratische bekrachtiging van rector Geert. Eigenaardig genoeg maakt vooral een ootmoedige rust zich van mij meester. Men heeft kandidaten te kust en te keur, maar hoe zou de academische goegemeente zich kunnen laten verblinden door de andere kandidaten? Hoe zou men een bolletje kunnen kleuren bij iemand die staat voor een programma zonder inhoud, een Demosthenes zonder stenen, ambitie zonder visie, visie zonder inzicht, woorden zonder waarde, inzet zonder richting? Hoe zou men zo kunnen dwalen? Ik weet wel, errare cristianum est, maar een katholieke universiteit is toch geen plek tot dwaling? Toch?»
«Ik schreeuw mijn rust weg tegen de zilte baren, die de stilte in alle rust bewaren. Ik voel hoe ze zich achter mij gaan scharen. De zee, de zee klotst voort in eindeloze deining en geeft mij grif gelijk. Thalassa, thalassa!.» Zondag. «Overmogen start voor mij het rectorsleven, maar de toekomst. Hoe zal ik het zeggen? Hoe verwoord ik wat ik al maanden voel? Welaan dan, ja, zoiets misschien: de toekomst begint vandaag.»