maandag 18 mei 2009 - jaargang 35 - nummer 25
Rector Marc Vervenne: het afscheidsinterview
"Een onvolmaakte man die enkele goede dingen deed"
Tijdens de evaluatieperiode zat aftredend rector Marc Vervenne even in een dipje, maar aan de einder lonkt de zon. "De periode van de evaluatie was moeilijk, maar ik ben niet rancuneus. Wonden kunnen genezen en dat vraagt een beetje tijd. Vanuit een positieve ingesteldheid kijk ik nu vooruit."
Ken Lambeets & Jeroen Deblaere
Rector Marc Vervenne: «De afgelopen vier jaren waren erg boeiend. Het rectorschap is een positieve ervaring. Als rector beleefde ik veel mooie, maar ook enkele moeilijke momenten. Ik maakte zaken mee die ik anders nooit had kunnen beleven.»«Je leert de universiteit op alle mogelijke manieren kennen. In haar grootsheid en ook in haar kleinheid. De menselijke rijkdom van de universitaire gemeenschap is enorm. Ik heb gepraat met studenten, professoren, administratieve en technische medewerkers, de ziekenhuizen. Mijn balans is positief, misschien omdat ik van nature nogal een optimist ben. De pijnlijke dingen vergeet ik niet, maar ik kan ze wel plaatsen en relativeren, in het besef dat het nog erger kan.»
Intensiteit
Veto: Waar kijkt u met veel plezier op terug?
Vervenne: «Een heel mooi moment was de uitreiking van de eredoctoraten in 2007 aan Roberto Begnini, Rem Koolhaas, Sigiswald Kuijken en David Grossmann, vier verschillende karakters. Begnini heb ik onlangs nog teruggezien in Brussel. Hij praatte nog steeds met dezelfde intensiteit over de dingen des leven. We pakten elkaar vast alsof het gisteren was.»
Veto: Volgde u Begnini al langer op de voet?
Vervenne: «Ik vond hem zeer beklijvend in La vita è bella. In Leuven en onlangs in Brussel droeg hij voor uit La divina commedia van Dante. Een ware metamorfose: Begnini is een man die echte humor brengt, maar ook triest kan zijn. Het is overweldigend zo iemand persoonlijk te leren kennen.»
«Ik kijk ook positief terug op het fonds dat we samen met zuster Jeanne Devos hebben opgericht. Dat idee is hier in de zetels geboren. In geen tijd groeide het uit tot een succes. Toen ik vorig jaar in de marge van het staatsbezoek van de koning aan India naar Bangalore ging, heb ik een opvanghuis bezocht dat we met dat fonds hebben gekocht. Daar wonen jonge vrouwen, afkomstig uit de 'huisarbeid'. Ze voerden een toneel op in het Hindi en ik verstond er geen barst van. Maar ze hadden die intensiteit, dat tragische. Daar zie je pas echt hoe een vrouw als Jeanne Devos door haar engagement een samenleving met de keerzijde van de medaille confronteert.»
Verantwoording
Veto: Aansluitend bij de mooie momenten: op welk dossier bent u het meest trots?
Vervenne: «Toen ik aantrad als rector wou ik openheid brengen in alle geledingen van de universiteit, om zo een aantal zaken ter sprake te brengen. Studenten moeten hier hoogstaand onderwijs kunnen genieten en ook het onderzoek moet van uitmuntende kwaliteit zijn. Om dat te bereiken moet je een open sfeer creëren, waar mensen voelen dat ze vertrouwen krijgen. Waar ze niet voortdurend achtervolgd worden. Waar ze risico's mogen nemen. Dat betekent niet dat je geen verantwoording mag vragen. Je mag best zeggen: "Kijk, je hebt middelen gekregen voor onderzoek, wat heb je daarmee gedaan?" Het is geen vrijheid, blijheid.»
«Wanneer ik terugkijk op die vier jaar en op de contacten die ik met mensen had, heb ik het gevoel dat men die positieve sfeer heeft gevoeld.»
«Een ander dossier waar ik trots op ben, al is dat absoluut niet afgewerkt, is het diversiteitsbeleid. Het is niet evident om de problematiek van allochtonen ter sprake te brengen. Het vreemde boezemt veel mensen angst in. Ze durven of kunnen er niet over spreken en gedragen zich op een afschermende manier. Dankzij de inbreng van competente mensen hebben we dat ter sprake kunnen brengen. Er is op een confronterende manier gediscussieerd. Er waren mislukkingen, maar dat mag. Het leven is vallen en opstaan. Vallen is niet erg, als je maar opstaat. Blijven liggen is triestig. (lacht schamper)»
Veto: Bent u ook fier op het dossier van de sans-papiers?
Vervenne: «Toen de VUB met een probleem zat, heb ik als voorzitter van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) het engagement van de sans-papiers op mij genomen. Ik heb gezegd: "We moeten een standpunt innemen, maar dan wel op basis van onze eigen deskundigheid, die door wetenschappers wordt opgebouwd."»
«Aan de K.U.Leuven doen we heel veel onderzoek naar de problematiek. Ik verwijs naar het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA), Johan Wets, Marie-Claire Fobelets, Parmentier in de 'Commissie Vermeersch'. Ik wou dat onderzoek mobiliseren en vooral ook de studenten oproepen om kritisch na te denken over de problematiek. Niet alleen over regularisatie, ook over migratie in het algemeen. We kwamen in maart op het goede moment met een standpunt op de proppen.»
«Binnen de universiteit is er veel in beweging gezet: debatten, het onthaal van de sans-papiers, een open lesweek. Samen met de andere universiteiten hebben we een duidelijk signaal gegeven aan de politici. Het is onze plicht om erop te wijzen dat regularisatie in een bredere context moet besproken worden en dat er een stappenplan moet komen.»
Rancuneus
Veto: We hebben het gehad over positieve ervaringen. Maar wat is uw grootste frustratie?
Vervenne: «Ik zal daar open in zijn. In 2004 is een evaluatieprocedure vastgelegd. In de hele geschiedenis van de universiteit zal die naar ik vermoed maar een keer zijn toegepast. Dat hoop ik toch. De periode van die evaluatie was oerg moeilijk, maar ik ben niet rancuneus. Wonden kunnen genezen, maar dat vraagt een beetje tijd.»
«Belangrijker is dat de evaluatie heeft ook iets positiefs teweeggebracht. De universitaire gemeenschap is beginnen nadenken. Waar zijn we mee bezig? Voor mij is en blijft het wezen van de universiteit de vrije en ongebonden beoefening van de wetenschap én het vormen van jonge mensen tot kritische denkers die hun verantwoordelijkheid opnemen in onze samenleving. Om dat tweevoudige doel te bereiken moeten mensen hier graag en goed kunnen werken. Maar het is voor mij wel een frustratie dat een nieuwe procedure die een keer is toegepast en volstrekt onwerkbaar blijkt te zijn mij het hoofd heeft gekost. Ik was graag nog vier jaar doorgegaan. Ik had nog veel plannen en ideeën. Maar ik ben niet onmisbaar om die te realiseren. Ik weet zeker dat anderen na mij op inspirerende wijze het werk zullen voortzetten.»
Veto: Bent u tevreden met uw opvolger?
Vervenne: «Ik ben vooreerst tevreden dat er democratische verkiezingen hebben plaatsgevonden en dat er meerdere kandidaten waren. Het debat is gevoerd en de geesten zijn in beweging gekomen, vooral tijdens de rondgang van de vier kandidaten in de universiteit. Het is ook belangrijk dat je als rectorskandidaat de universiteit in al haar menselijke en organisatorische diversiteit leert kennen. Dat heb ik van de campagne in 2005 overgehouden. Ik put daar nu nog inspiratie uit.»
«De verkiezingen verliepen in een sereen klimaat. Ik ben blij dat we de periode tussen de twee stemrondes kort hebben gehouden. Niemand had de tijd in de verleiding gekomen om domme dingen te doen die onnodig kwetsend kunnen zijn en wonden slaan die moeilijk helen.»
«Dat een van mijn vice-rectoren is verkozen, beschouw ik als een vorm van erkenning voor het team. Het is een eerlijke verkiezingsstrijd geweest waarin alle kandidaten zich hebben kunnen tonen. Er zal continuïteit, maar ook veel eigenheid en verfrissende vernieuwing zijn. Dat is al duidelijk gebleken uit de wijze waarop hij zich heeft geprofileerd. Het zou maar erg zijn dat de opvolger een kopie van de zittende rector is.»
Veto: Wat zal u nu zelf doen?
Vervenne: «Tot en met 31 juli middernacht zal ik me volledig met het rectorschap bezighouden. Het is zo boeiend, ik leef daarvan. Maar ik ga ook tijd inbouwen om voor mezelf te zien waar ik sta en wat ik nog wil doen in mijn leven. Een maand geleden werd ik zestig jaar. Ik was totaal vergeten dat er een zes kwam!»
Veto: Proficiat!
Vervenne: «Merci. Ik verjaar op dezelfde dag als de paus (lacht) en als rector Coullie van de UCL.»
«Ik wil zeker afstand nemen. Verdwijnen, tot rust komen. Als een nieuwe rector begint, moet die ongehinderd zijn weg kunnen gaan. Ik zal me niet bemoeien met zijn beleid. Maar als van dienst kan zijn, sta ik altijd klaar.»
«Ik heb bijna nooit echt vakantie genomen in de voorbije 20 jaar. Daar wil ik nu tijd voor maken. Maar ook tijd om veel te lezen en na te denken, te schrijven want dat doe ik zo graag. Nagaan hoe ik mijn lange bestuurservaring kan verzilveren. En kijken wat ik in mijn eigen vakgebied nog kan doen. Tijdens mijn rectorschap heb ik ieder jaar één vak gedoceerd en enkele doctoraten begeleid, maar de literatuur heb ik niet bijgehouden. Dus ben ik een beetje 'dom' geworden en moet ik weer tijd nemen om te studeren. Ik heb verschillende aanbiedingen voor een sabbatperiode in het buitenland.»
Veto: Hoe wilt u herinnerd worden?
Vervenne: «(denkt na) Als een onvolmaakte mens die toch enkele goede dingen heeft gedaan. Dat is een troost om later in vrede te kunnen rusten. Kijk, rector ben je niet voor jezelf of om een straatnaam of een standbeeld te krijgen. Herinnerd worden. 't Is relatief...»
Veto: Hebt u nog een goede raad voor de studenten?
Vervenne: «Ik heb een dubbele raad. Ten eerste: voed uw verbeelding zodat je niet botweg zwart-wit denkt. Er moet plaats zijn voor soepelheid en daarvoor heb je verbeelding nodig. En of je nu ingenieur bent of arts of theoloog, de manier om dat te doen is romans en gedichten lezen. Dat is zo belangrijk. Om de werkelijkheid in haar schoonheid en ook haar lelijkheid van verschillende kanten te benaderen. Dat vormingsproces vind ik heel belangrijk.»
«Een tweede raad die ik heb is: denk en handel vrij. Laat u niet meeslepen in machtsspelletjes. Wees altijd alert. Wees een vrij mens die afstand kan nemen tegenover. Die niet ongenuanceerd en simpel oordeelt. De tong doet veel kwaad. Denk dus twee keer na alvorens te spreken.»
