Maandag 28 september 2009 - jaargang 36 - nummer 02
K.U.Leuven voor de rechter
"Apen zijn nog altijd gevaarlijke dieren"
Kersvers rector Waer heeft in de eerste week van het academiejaar meteen al een proces aan zijn been. De Anti Dierproeven Coalitie (ADC) beweert immers dat er voldoende valabele alternatieven zijn voor de apenexperimenten die aan de K.U.Leuven worden uitgevoerd. Ook aan andere instituten is het gebruik van proefdieren omstreden.
Ide Smets
Het is enigszins evident dat de wetenschappers van de K.U.Leuven pal achter dit onderzoek blijven staan. Ook Eddy Rommel, zaakvoerder van het consultingbedrijf Rommel Consulting Partners dat gespecialiseerd is in wetenschappelijk onderzoek met dieren en geen enkele band heeft met de K.U.Leuven, haalt een heleboel argumenten aan die in het voordeel van de K.U.Leuven spreken.
Aanzien
"In de onderzoekswereld zijn er ongetwijfeld ook een heel aantal andere laboratoria die primaatexperimenten uitvoeren in het kader van neurofysiologisch onderzoek. Dat gaat meestal over onderzoek aan een universiteit. Aan het einde van de dag hopen de onderzoekers dan meestal dat ze hun resultaten kunnen publiceren in een internationaal tijdschrift om het aanzien van de instelling te vergroten. Als je nutteloze studies verricht waarvoor andere laboratoria stoppen met het gebruik van primaten, zal je bekritiseerd worden door de onderzoeksgemeenschap," aldus Eddy Rommel. Hij voegt daar nog aan toe dat sommige wetenschappelijke tijdschriften zelfs eigen criteria hebben opgesteld voor de rechtvaardiging van het gebruik van primaten. Als je een artikel wil publiceren waar er geen duidelijke evidentie is, wordt onverbiddelijk de publicatie geweigerd.
"Het is trouwens een dure aangelegenheid om primaatonderzoek uit te voeren. Als je enerzijds de mogelijkheid hebt om deze dieren te vervangen door andere diersoorten of anderzijds gebruik kan maken van in vitro methodes betekent dat een aanzienlijke kostenbesparing," vertelt Rommel nog.
Censuur
Los van de zelfcensuur die binnen de academische wereld heerst, worden er ook een heel aantal wetten van bovenaf opgelegd. Elk proefdieronderzoek wordt geëvalueerd door een ethische commissie die samengesteld is uit experten, maar ook uit externe personen zoals een afgevaardigde van de overheid en een neutraal wetenschapper. Eddy Rommel is ervan overtuigd dat deze commissies naar eer en geweten oordelen: "Mocht hypothetisch blijken dat je vrouw op een andere afdeling werkt van het laboratorium dat je ethisch moet beoordelen, dan moet je je plaats in de commissie opgeven. Verder is het evident dat er ook een aantal experten in de commissie zetelen die zelf actief zijn in dat specifieke onderzoeksdomein. Om de essentie van zo'n onderzoek te vatten, moet je zelf immers een specialist ter zake zijn."
Ook in Gent is de ADC al langs geweest. Katleen Hermans, diensthoofd van de afdeling Pluimvee, bijzondere gezelschapsdieren en proefdieren aan de Universiteit Gent, vertelt dat het grote verschil met de K.U.Leuven is dat er in Gent geen primaten worden gebruikt, maar wel honden. Deze worden vooral ingezet in voedingsonderzoek en als model gebruikt voor ziekten bij de hond zelf. Professor Hermans ziet de ambiguïteit van de situatie in: "Doordat de hond als gezelschapsdier en de aap als primaat zo dicht bij de mens staan, kunnen ze wel heel geschikt zijn voor je onderzoek, maar krijg je sowieso ook tegenkanting. Ik kan mij in ieder geval niet inbeelden dat je die dieren gebruikt voor het plezier of uit gemakzucht. Met apen werken is absoluut geen evidentie. Al mogen ze nog zo slim zijn, dat zijn eigenlijk nog altijd wel gevaarlijke dieren. Ik wil er geen beet van krijgen."
Dit artikel verscheen op Maandag 28 september 2009 in nummer 02 van jaargang 36.
