Marco Roelofs

"Als wij morgen een jazz ballad willen maken dan doen we dat"

Ze zijn niet doof, ze negeren u gewoon. Ze zijn twintig jaar bezig, maar ze denken nog niet aan stoppen. Iedereen is gek behalve zij en ze komen zo hard dat je "au" zegt. Veto sprak met zanger-gitarist Marco Roelofs een goed uur voor de Heideroosjes Het Depot in lichterlaaie zetten.

Geert Janssen & Sarah Cordie

@@HEIDE.jpg

Xavier Vankeirsbulck


Veto: Wat is het eerste waar u aan denkt als we zeggen "twintig jaar Heideroosjes"?

Marco Roelofs: «We hebben heel veel gezien. We zijn heel de wereld rondgegaan sinds we begonnen in de kippenschuur van de drummer. Japan, Amerika, Afrika, Hong Kong. Dingen als Rock Werchter en Pinkpop zijn natuurlijk ook prachtig. De eerste keer dat we op grote festivals stonden, waren wij net twintig. Echt super om dat mee te maken. Een mooi aspect van in een band zitten is dat je andere culturen ontmoet. Wanneer je als toerist gaat, ben je er op een andere manier.»


Veto: Is punk of muziek in het algemeen dan een soort universele taal?

Roelofs: «Punk is geen mainstream, het is niet iets dat veel op MTV komt. Je hebt wel in elk land van de wereld, of het nou Bosnië is of Zuid-Afrika of Japan, een groep mensen die van die muziekstijl houden. In Japan versta ik de mensen niet als ze tegen me praten, maar ze snappen wel de energie die wij willen overbrengen.»


Veto: Is het moeilijker om na twintig jaar nog even agressief uit de hoek te komen?

Roelofs: «Agressie vind ik te negatief. Ik zie het eerder als energie. De teksten zijn wel direct en punk was zeker in het begin vooral destructief. Ondertussen heeft zich dat ontwikkeld tot verschillende stromingen. Ik denk dat wij redelijk positief zijn in de zin dat wij iets hoopvols in de teksten stoppen waardoor het wat licht verteerbaar is.»

Ozzy


Veto: Wordt u gematigder met ouder worden?

Roelofs: «Bij onze eerste optredens dronk ik achteraf heel veel bier, stapte ik op de bus, sliep ik één uur en ging ik daarna gewoon door. No problem. Nu heb ik iets langer nodig om terug bij mijn positieven te komen. Maar zijn de shows minder? Nee. Dat zie je ook bij Ozzy Osbourne. Dat is een oude, kreupele man, maar als hij op het podium staat is hij anderhalf uur lang helemaal energiek. Ik heb nooit pijn als ik op het podium sta. Soms loop ik ergens keihard tegenaan en merk ik na de show pas dat ik bloed.»


Veto: Waren er ook dieptepunten op die twintig jaar? Zou u iets veranderen als u het kon overdoen?

Roelofs: «Nee. Er zijn dingen die ik nu anders zou doen. Als je vijftien bent kijk je anders naar de wereld, neem je andere beslissingen dan wanneer je vijfendertig bent. We hebben onze CD-prijs altijd bewust laag gehouden. Als we dat niet hadden gedaan, had ik nu een dikke bankrekening gehad. Maar hadden we dan ook zoveel CD's verkocht? Dat weet je niet. Wij zijn begonnen zoals de meeste bands beginnen. Je zit in de puberteit, je verveelt je. Ik had een sterke mening over alles en iedereen en schreef teksten. Dan begin je een band. In eerste instantie ook maar om de tijd te verdrijven en energie kwijt te raken. We hadden nooit verwacht dat het zo uit de hand zou lopen.»

Piano


Veto: De nieuwe CD is een dubbelaar met op de ene CD covers door jullie en op de andere covers van jullie. Was er veel discussie over de nummers die jullie coverden?

Roelofs: «We weten van elkaar wat we leuk vinden. Er staat geen nummer op waar één van ons een hekel aan heeft. Hoewel, sommige invloeden zijn tegen wil en dank. Bijvoorbeeld The Riddle van Nick Kershaw, een jaren tachtig-nummer dat als je het één keer hoort de hele dag in je kop zit.»


Veto: En "De Wereld Draait Door", jullie bewerking van "We Didn't Start The Fire" van Billy Joel?

Roelofs: «Hij beschrijft in dat lied wat er gebeurd is in zijn leven van 1949 tot 1989. Wij zeggen in de tekst wat er tussen 1989 en 2009 in ons leven is gebeurd. Een soort creatieve opvolging van het origineel.»


Veto: Wat viel je het meeste op aan de covers van jullie nummers?

Roelofs: «Die odes die wij krijgen van de andere bands. Dat is natuurlijk een eer. Het is tof om te horen hoe Gorki of Nailpin of Krezip met jouw muziek aan de slag gaan. Het is een compliment voor ons dat onze nummers ook overeind blijven als ze alleen op piano gespeeld worden. Het zijn gewoon popliedjes ook al zijn ze dan geschreven vanuit een punkrockperspectief.»

Pampers


Veto: Zijn jullie ondertussen gesetteld en vader geworden enzo?

Roelofs: «De drummer en ik zijn sinds vorig jaar weer single. Frank en Fred, onze bassist en gitarist, hebben vorig jaar allebei een kind gekregen. Maar zodra we de tourbus opstappen zitten we in een andere wereld dan thuis. Ik was bang toen de jongens kinderen kregen dat alle gesprekken over pampers en babyvoeding zouden gaan. Maar zo is het niet. Natuurlijk wordt er wel over die kids gepraat.»


Veto: Zijn de groepsverhoudingen veel veranderd?

Roelofs: «Neen, ik ben altijd de dictator geweest (lacht). Wij zijn in zekere zin samen opgegroeid. We hebben dezelfde reis gemaakt, dezelfde hoogtepunten en dieptepunten meegemaakt.»


Veto: Daarnet zei u dat er geen dieptepunten zijn geweest.

Roelofs: «Ja, maar wel dieptepunten in persoonlijke zin. Als er een familielid overlijdt en je moet de week erna op tour dan moet je op tour. Dan wordt de rest van de band daar mee geconfronteerd. Dat soort dingen, daar ga je samen door. Ik denk dat het een soort broederband is.»


Veto: Wanneer besefte u dat muziek meer dan een hobby was?

Roelofs: «Toen ik Green Day de eerste keer op MTV zag. Billy Joe Armstrong had groen haar. Dat had ik ook. Hij zong door een microfoon die met tape aan elkaar was gemaakt. Dat had ik ook. Hij zong liedjes over naar de psychiater gaan en masturberen. Dat deed ik ook. Toen dacht ik: als dat op MTV kan komen, dan kunnen wij het ook. Eind jaren tachtig was hardrock het hardste dat je op MTV zag. Allemaal mannen met lang haar en mooie vrouwen en auto's, maar dat stond heel ver van mijn wereld. Iedereen vond punk iets uit de jaren zeventig, maar begin jaren negentig kwam dat opeens allemaal terug.»


Veto: Zijn uitstapjes als de Ramroosjes of jullie theatertour een manier om de sleur te vermijden?

Roelofs: «Ja. Je maakt een plaat, je gaat op tour, je gaat nieuwe nummers schrijven, je maakt een plaat, je gaat op tour. Zeggen dat dat gaat vervelen zou overdreven zijn, maar we willen ons wel ontwikkelen. Tien jaar geleden hadden we ook nooit gedacht dat we een theatertour zouden doen. We zijn allevier altijd cabaretfans geweest. Fred werkt ook nog als theaterboeker en ik ben op een gegeven moment een theateropleiding gaan volgen. Zo is het eigenlijk een beetje gaan rollen met die theatertour.»


Veto: Kunnen jullie nog groeien of zitten jullie aan een zeker plafond?

Roelofs: «Wij sluiten creatief gezien niks uit. Als wij morgen een jazz ballad willen maken dan doen we dat. Misschien zijn jazz ballads wel heel populair en scoren we er een hit mee.»


Veto: Morgen opent in jullie thuisstad Horst een tentoonstelling over jullie. Kan dat wel, punk in een museum?

Roelofs: «Het staat er, dus het kan. Het is eigenlijk wel stoer om te doen. We hebben dranghekken naar binnen gesleept om een soort rauwe sfeer te creëren die onze wereld weergeeft. De tentoonstelling is dan wel in een museum maar zodra je binnengaat ben je eigenlijk op een rockfestival. Er hangen krantenartikels, kostuums, T-shirts, ons allereerste instrumentarium. Mijn gitaar die ik op achtjarige leeftijd kocht voor honderd gulden. Je ziet de reis die wij afgelegd hebben. Je ziet foto's van vier vijftienjarige jongetjes, maar ook foto's van wij die op de Brooklyn Bridge staan.»

Niet punk


Veto: Wat ons het meest stoort aan punk is het dogmatische karakter ervan.

Roelofs: «We zijn dat ontgroeid, maar je komt daar nooit helemaal uit. Het hangt heel erg samen met de muziekstijl, maar we hebben ons daar altijd wel tegen verzet. Het is een paradox dat punk pretendeert vrij te zijn en ondertussen meer regels heeft dan de Koran. Daar hebben we vanaf het begin fuck you tegen gezegd. Onze naam bijvoorbeeld is niet punk. Een tentoonstelling twintig jaar later is niet punk. Het theater ingaan met pluchen zetels is niet punk.»


Veto: In 2004 kregen jullie een Edison, de Nederlandse Grammy, voor "Damclubhooligan".

Roelofs: «Wij kregen hem in een turbulente tijd. Twee maanden ervoor hadden wij een ernstig ongeval gehad waarbij drie jongens van onze crew gewond werden. Het ironische was dat we die Edison kregen voor de single Damclubhooligan, die in Nederland volkomen genegeerd was, maar in België lang op één stond in de Afrekening. Toen hebben we bij de uitreiking, waar je normaal God en je ouders bedankt, een speech gehouden waarin ik vertelde hoe wij dachten over de Nederlandse radio en televisie. Over hun gebrek aan steun voor bands die niet door het midden lopen. Dat was wel een soort three minutes of fame. Wij voelden ons al heel lang genegeerd door de radio en televisie en al die bobo's van al die zenders waren daar. Die konden nergens heen, die moesten luisteren naar wat op onze lever lag en applaudiseren. Voor ons was die Edison wel een belangrijk moment. We zijn de award diezelfde avond kwijtgeraakt.»


Veto: Hij staat niet in het museum?

Roelofs: «Jawel. We waren gaan eten in een restaurant en zijn dronken geworden en hem kwijtgeraakt. Maar uiteindelijk hebben we hem teruggevonden. Hij staat op de tentoonstelling samen met die speech.»

Dit artikel verscheen op maandag 5 oktober 2009 in nummer 03 van jaargang 36.