Morgenstond (2): Wouter D'Haene

Studeren als hobby

Wouter D'Haene, topsporter en student, begon te kajakken op zijn twaalfde en is nu op zijn zevenentwintigste uitgegroeid tot een internationale topper en één van de Belgische boegbeelden van de kajaksport. Samen met de uitbouw van een internationale sportcarrière combineerde D'Haene eerder al sport met zijn studies van industrieel ingenieur. Nu begint hij ook aan de opleiding lichamelijke opvoeding en bewegingswetenschappen. Veto nodigde hem uit voor een interview om zijn opmerkelijke combinatie van studie en topsport uit te doeken te doen.

Arne Verhaegen

@@MORGEN.jpg

Frederik Leys


Veto: Wanneer besefte je dat topsport meer was dan enkel een droom?

Wouter D'haene: «Op mijn zestiende begonnen de internationale wedstrijden zich op te stapelen. Ik behaalde steeds betere resultaten en ook de eerste finales en ereplaatsen in Europese kampioenschappen waren een feit. Het is dan stilaan bij me opgekomen dat ik misschien wel een sportieve carrière kon realiseren.»


Veto: Jij hebt al een diploma van industrieel ingenieur. Wat zette je ertoe aan om nog eens te kiezen voor de zware aaneenschakeling van topsport en studie?

Wouter: «Industrieel ingenieur heb ik in de eerste plaats gestudeerd om een diploma achter de hand te hebben. Nu, na enkele jaren, besef ik dat ik na mijn carrière liever actief zou blijven in de sport en daarom heb ik gekozen voor de opleiding lichamelijke opvoeding en bewegingswetenschappen. Deze richting sluit nu eenmaal nauwer aan bij het kajakken en biedt meer mogelijkheden na mijn sportieve loopbaan.»


Veto: Waarom ben je ondanks je universitair diploma topsport blijven beoefenen?

Wouter: «In de kajaksport valt inderdaad niet het meeste geld te verdienen, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door de mooiheid en hardheid van de sport. Het is niet altijd vanzelfsprekend, want trainen in de winter bij min vijf graden Celsius, daarvoor moet je goed zot zijn en voldoende passie hebben voor het kajakken.»


Veto: Wat was tot nu toe de grootste teleurstelling uit je sportcarrière?

Wouter: «Op mijn tweeëntwintigste, in 2004, had ik samen met Bob Maesen de finale van de K2 op de Olympische Spelen van Athene bereikt. Hoog aangeschreven medaillekansen gingen op het einde van de wedstrijd verloren en we eindigden uiteindelijk vijfdes. Hoewel ik een lange weg had afgelegd van maanden blessureleed moest ik toch even bezinnen of het nog zin had om verder te gaan. Maar het leven van een topsporter gaat nu eenmaal gepaard met winst en verlies.»


Veto: Ontspanning is voor een topsporter van groot belang. Waar vind jij rust?

Wouter: «Voor mij is studeren eigenlijk een vorm van rust. Vele studenten studeren verder omdat ze moeten van thuis en daarbij komt een zekere prestatiedruk kijken. Als professionele sporter leef ik onder de voortdurende stress van sponsors en werkgevers om goed te presteren en studeren is daarom een soort van uitlaatklep, studeren is een hobby.»


Veto: Welke ambities heb je nog na bijna tien jaar topsport?

Wouter: «Mijn eerste doelen liggen volgend jaar, het Europees en Wereldkampioenschap. Na eerdere goede prestaties op grote kampioenschappen wil ik graag nog eens schitteren en vertrouwen opdoen voor misschien wel de laatste stap in mijn carrière, een medaille behalen op de Olympische Spelen van Londen in 2012.»

Dit artikel verscheen op maandag 5 oktober 2009 in nummer 03 van jaargang 36.