maandag 5 oktober 2009 - jaargang 36 - nummer 03
Startschot Associatie
Soep met balletjes
Een week na onze eigen rector Mark Waer heeft ook de voorzitter van de Leuvense Associatie André Oosterlinck het academiejaar voor geopend verklaard. Omtrent de academisering was hij bijzonder helder: "We blijven resoluut gaan voor integratie."
Jeroen Deblaere & Maud Oeyen
Blikvanger van de avond moest natuurlijk Vlaams minister van onderwijs Pascal Smet zijn. In zijn toespraak ging hij slechts vaag in op de besparingsdiscussie die de afgelopen weken is losgebarsten. Hij stelde dat onderwijs weinig moest inleveren, maar dat iedereen wél solidair moet zijn en een duit in het zakje zal moeten doen; zonder politieke spelletjes te spelen.
Van een échte concrete inhoud was in de toespraak van Smet weinig te merken. "Tegen 2020 minstens 20% van de studenten in het buitenland laten studeren, stelt het regeerakkoord ambitieus. We moeten dit doel halen." Echt concrete maatregelen; beslissingen, neemt Smet nog niet. Eerder moeten we op zoek gaan in de suggesties en vragen die de minister oppert, naar signalen voor de toekomst: "En doen we er eigenlijk verstandig aan om nog altijd zo strikt vast te houden aan de regeling op de onderwijstaal?" We wachten op concrete inhoudelijke beslissingen van de minister. Hopelijk biedt de beleidsverklaring meer informatie.
De stevige inhoud kregen we die avond vooral van de voorzitter van de Associatie: André Oosterlinck. Hij verklaarde vooral geluisterd te hebben en repliceerde waar nodig. Zijn belangrijkste boodschap was dat hij resoluut koos voor de integratie. Hij voelde zich daarin onder meer gesterkt door de studentenspeech van Jonas Boonen op de opening van de K.U.Leuven. Oosterlinck vroeg zich wel af of de flauwe soep waarover Boonen het had nu mét dan wel zonder balletjes was.
Het scherpst was de ererector in zijn openingsrede voor Jaap van Marle, voorzitter van de Erkenningscommissie Hoger Onderwijs. Het was professor Van Marle die twee weken geleden tijdens een studiedag van de Xios Hogeschool uitdrukking gaf aan zijn ongerustheid met betrekking tot het academiseringsproces. "U merkt het, ik ben er niet gerust op. Mijn beeld is dat de risico's worden onderschat, en dat is naar mijn mening zeer ten onrechte," aldus Van Marle toen. Hoewel Van Marle in zijn lezing benadrukte ten persoonlijken titel te spreken, kreeg hij dinsdag een stevige veeg uit de pan. Oosterlinck verweet hem een gebrek aan neutraliteit. "De voorzitter van de Erkenningscommissie moet wat meer terughoudendheid aan de dag leggen," klonk het. Het voorstel van Van Marle om een regieorgaan op te richten dat het academiseringsproces beter moet structureren, verwees Oosterlinck resoluut naar de prullenmand. "Het Vlaamse parlement heeft de opvolging van het academiseringsproces toegewezen aan de associaties. Ik ontloop mijn verantwoordelijkheid niet."
Jaap van Marle laat het allemaal aan zijn hart niet komen. "Meneer Oosterlinck speelt zijn rol voortreffelijk, want hij is een voortreffelijke man. Ik sprak helemaal niet als voorzitter van de Erkenningscommissie, maar als privépersoon die heel veel met het Vlaamse onderwijs te maken heeft. Het belangrijkste is dat Oosterlinck de kern van mijn betoog niet ontkent: er zijn problemen met het academiseringsproces, dat blijkt ook uit de speech van de studenten, en dat toont alleen maar aan dat ook de grootste en krachtigste associatie in Vlaanderen tegen problemen aankijkt. Nog angstaanjagender is dat niemand in Vlaanderen de precieze omvang van het probleem kent, en dat ontkent Oosterlinck evenmin."
Een regieorgaan is voor Van Marle overigens niet absoluut noodzakelijk. "Een regieorgaan heeft het voordeel dat het het geheel kan overzien, en dat kan Oosterlinck niet. Bovendien staat zo'n orgaan boven de partijen. Mocht ik voorzitter van een associatie zijn, ik zou dat waarschijnlijk ook niet willen. (lacht) Oosterlinck bepaalt liever zelf binnen de Leuvense Associatie wat er moet gebeuren. Of dat voor Vlaanderen in zijn totaliteit ook het verstandigste is, is een andere vraag. "
"Mocht ik minister zijn, ik zou nooit met een project willen bezig zijn waar zoveel geld mee gemoeid is terwijl iedereen weet dat er problemen zijn en niemand weet hoe groot die problemen zijn," klinkt het verder nog laconiek.
Dit artikel verscheen op maandag 5 oktober 2009 in nummer 03 van jaargang 36.