maandag 19 oktober 2009 - jaargang 36 - nummer 05
Kortweg: academisering
Leuk procesje onder de loep
De tijd dat studenten enkel naar Leuven kwamen om zich te bezatten, in het geniep te foefelen met collega-studenten en zich nogmaals te bezatten, is al een tijdje voorbij. Neen, nu informeert den student zich over politiek, ethiek en de hervormingen van zijn hoger onderwijsstelsel. Dus hold on, dit is dé inleiding tot de academisering. Kort, bondig en verstaanbaar.
Jeroen Deblaere
Leuk procesje, die academisering. Kort gezegd komt het hierop neer: er zijn in Vlaanderen altijd twee soorten hogeschoolopleidingen geweest: die van het korte type (driejarig, zoals bijvoorbeeld verpleegkunde) en die van het lange type (vierjarig, zoals bijvoorbeeld vertaler-tolk). Dit was niet conform het Europese systeem. Daarom wil men nu nog maar één soort hogeschoolopleiding, namelijk die van het korte type. De opleidingen van het lange type moeten dus worden 'geacademiseerd'. Concreet wil dat zeggen dat het onderwijs gesteund moet zijn op onderzoek. Zoals aan de universiteit dus.
Oh, BaMa
Om goed te begrijpen waarom hogeschoolopleidingen van het zogenaamde lange type moeten academiseren, moeten we even terugkeren naar het Bolognaproces. "Bologna? Oh, BaMa," denkt u ongetwijfeld. De belangrijkste verwezenlijking van dat proces was inderdaad de evolutie naar het bachelor-mastersysteem. Binnen de bachelors wordt een onderscheid gemaakt tussen professionele en academische bachelors. Om binnen de professionele bachelors ook nog eens een onderscheid te maken, zou de situatie onnodig complex maken, zeker vanuit internationaal oogpunt.
De overheid besliste om associaties in het leven te roepen die de academisering in goede banen moesten leiden. Voor de K.U.Leuven kwam de Associatie K.U.Leuven tot stand die de universiteit en twaalf hogescholen uit heel Vlaanderen overkoepelt. In samenwerking met die hogescholen werden geïntegreerde en geassocieerde faculteiten opgericht waarin die opleidingen kunnen academiseren. Op termijn moeten die faculteiten geheel opgaan in de structuur van de universiteit.
Reflecteren
Academisering, allemaal goed en wel, maar om welke opleidingen gaat het dan? Er zijn heel wat opleidingen die in aanmerking komen. Toegepaste taalkunde, Handelswetenschappen en Industrieel ingenieur zijn al aan het academiseren. Deze opleidingen bieden nu meer vakken aan die gebaseerd zijn op onderzoek. Zo krijgen tolkers nu wat minder praktijklessen, en moeten ze ook gaan reflecteren over wat tolken precies inhoudt. Bovendien moeten studenten die willen afstuderen in een geacademiseerde opleiding ook een meesterproef schrijven. Wie wil doceren moet stilaan over een doctorstitel beschikken. De opleiding wordt dus universitair, quoi.
De kunstenopleiding is de vreemde eend in de bijt. Niemand weet goed wat er mee aan te vangen. In principe zouden de vierjarige kunstenopleidingen moeten academiseren, maar hoe kan je kunstonderwijs baseren op onderzoek? Moeten schilders een meesterproef schrijven? Moeten docenten van het kunstonderwijs niet gewoon héél goede schilders zijn in plaats van onderzoeksdeskundigen? En wat wordt dan het verschil tussen Kunstgeschiedenis en een geacademiseerde kunstopleiding? Het is voorlopig zeer onduidelijk hoe dit verder moet verlopen.
Voor die algehele omschakeling is geld nodig. Véél geld. Algemeen circuleren bedragen tussen honderd en honderdvijftig miljoen euro. Uiteraard zal de Vlaamse regering daarin moeten tussenkomen Ð dat is althans de mening van héél wat instanties. Voorlopig is het nog niet duidelijk hoeveel geld de minister zal vrijmaken en wanneer hij dat doet.
Dit artikel verscheen op maandag 19 oktober 2009 in nummer 05 van jaargang 36.