K.U.Leuven spin-off bestrijdt voetbalkwetsuren

"We kunnen blessures terugdringen met 50%"

Topsportlab, een online hulpmiddel dat blessures voorspelt en prestaties moet verhogen, werd 7 oktober jongstleden in Leuven voorgesteld. Het programma werd ontwikkeld op initiatief van Werner Helsen, professor trainings- en bewegingsleer aan de K.U.Leuven, en Jan Van Winckel, assistent-trainer bij Club Brugge.

Remy Amkreutz

Voetbal wordt heden ten dage vanuit verschillende perspectieven bekeken. Enerzijds zijn er de fanatici, die de spelers als gladiatoren bekijken, anderzijds zijn er echter ook de critici. Zij beschouwen de moderne voetballers als primo uomos, gemaakt van glas, die bij elk tikje met veel misbaar en genoegen naar de grond storten. De waarheid ligt waarschijnlijk, zoals altijd, ergens in het midden. Feit blijft echter dat de moderne voetbalsport tot commercie is verworden en juist op dat vlak kan Topsportlab een functie vervullen. De gemiddelde blessurelast en de daarmee gepaard gaande afwezigheid kost de clubs per jaar 14 miljoen euro. "Deze kosten kunnen door het gebruik van het programma dramatisch verlaagd worden", zegt Werner Helsen.

Zo trekt men de vergelijking tussen ongevallen in de bouw en blessures in het voetbal, waarbij in het voetbal substantieel meer kwetsuren (tot 1000%) voordoen. Ook lopen de clubs door al deze kwetsuren onnodig veel kosten op. Een speler met een jaarsalaris van 800.000 euro, kost een club al gauw 20.000 euro bij een week afwezigheid. Stel nu dat deze speler Cristiano Ronaldo of Messi is, dan lijkt de wenselijkheid van een blessurebeperkend programma groot. Topsportlab voorspelt echter, logischerwijs, enkel non-contactblessures en kwetsuren door overbelasting. Door middel van afbeeldingen van het lichaam, waarin ingekleurde zones mogelijke blessureplaatsen aanduiden, worden spelers individueel in de gaten gehouden. "Op die manier hopen we dat soort blessures met vijftig procent terug te dringen", stelt professor Koen Peers, eveneens verbonden aan het departement Revalidatiewetenschappen van de K.U.Leuven.

Video-oefeningen

Spelers kunnen via oefeningen hun weerbaarheid tegen bepaalde kwetsuren vergroten, maar zelfs als een speler al geblesseerd is geraakt, kan Topsportlab soelaas bieden. Door middel van video-oefeningen probeert de webtoepassing het herstel te bespoedigen. De vraag dringt zich echter op in hoeverre een trainer geneigd is de beste speler, die volgens de toepassing risico loopt geblesseerd te raken, niet op te stellen voor een belangrijke wedstrijd. Zij spelen vervolgens met injecties, een praktijk die niet meer weg te denken is uit de huidige voetbalwereld. "Het is dan de verantwoordelijkheid van de trainer om een speler al dan niet op te stellen", repliceert Ariël Jacobs, trainer van RSC Anderlecht, ietwat ontwijkend.

Vooral in de ontwikkeling van jonge talenten hoopt Topsportlab een hulpmiddel te zijn. Juist in die fase is een speler immers het meest kwetsbaar en kan het zijn ontwikkeling danig beïnvloeden. Een minpunt is echter dat men de data niet wenst uit te wisselen tussen clubs in het geval van een transfer. Hoewel er genoeg argumentatie bestaat ten faveure van deze stelling, blijft een andere club op die manier in het ongewisse over de fysieke toestand van een speler. Op dit moment gebruiken onder meer Club Brugge, RSC Anderlecht, Nike, maar ook Oud-Heverlee Leuven de webtoepassing. "We denken dat in de nabije toekomst, naast Belgische clubs, ook grote Europese topclubs gebruik gaan maken van ons programma", aldus Helsen.

Dit artikel verscheen op maandag 19 oktober 2009 in nummer 05 van jaargang 36.