Heilige huisjes (2): Supinya Piampongsant

"Boeddha was de eerste psycholoog"

Westerlingen rennen zichzelf steeds harder voorbij. De antistressmarkt boomt, maar denkt nog iemand aan religie als leidraad voor ons leven? Om de drie weken peilt Veto naar de geloofsbeleving van een Leuvense student. Ditmaal laat Supinya Piampongsant, industrieel ingenieur en boeddhiste, ons kennismaken met haar levensopvatting.

Nele Dobbelaere & Dorien Styven

@@HUIS.jpg

Persfoto


Veto: Wat is volgens jou de essentie van het boeddhisme?

Supinya Piampongsant: «Op mijn lagere school in Thailand leerde ik bidden en mediteren, maar voor mij dekt 'boeddhist zijn' eerder een filosofische lading. Het gaat om bedachtzaamheid en zelfbewustzijn. Wij geloven niet echt in een god, maar lezen wel Sutra's: heilige teksten die de leefregels van Boeddha zouden voorschrijven. Hun historische waarde wordt echter door sommigen betwist. Sutra's dicteren in principe niet hoe wij ons moeten gedragen. In Thailand volgen boeddhisten wel vijf regels: "Doe geen kwaad aan andere mensen of dieren, steel niet, bedrieg niet, zelfs op romantisch vlak, drink niet en lieg niet". Al de rest is een kwestie van interpretatie.»

Mindfulness


Veto: Hoe kan je je religie beleven in deze niet-boeddhistische omgeving?

Supinya: «In het boeddhisme draait het om verdienstelijkheid en mindfulness. Je kan bijvoorbeeld maaltijden delen of gewoon iemand helpen. Dat kan je overal ter wereld doen. In Thailand heeft elke gemeenschap een tempel. Het boeddhisme is er erg geïntegreerd in de cultuur. Ik mis wel een beetje dat gevoel van ergens bij te horen. De kleine geloofgemeenschap hier in Leuven gaat zelden in groep naar de tempel in Waterloo. Ik heb soms wel het gevoel dat de boeddhistische gemeenschappen in het Westen zich meer als instellingen gedragen die gericht zijn op winst. Je kan hier bijvoorbeeld een monnik met een gsm zien.»


Veto: Valt boeddhisme dan wel gemakkelijk te combineren met de westerse levensstijl?

Supinya: «Boeddhisme is in jezelf kijken en jezelf proberen te doorgronden, terwijl het voor westerlingen meer om de buitenkant gaat en de wereld om ons heen. Maar van negatieve opmerkingen heb ik zeker geen last. De mensen hier weten te weinig over mijn geloof om vooroordelen te koesteren.»

«Het grootste probleem vond ik het drinken. Ik voelde me onbeleefd wanneer ik uitging, omdat ik telkens weer alcohol moest weigeren. Ik ben dan maar een 'sociale drinker' geworden. Ook de manier waarop men hier met dieren omgaat, kwetste me een beetje. Ik heb geleerd dieren met evenveel respect te behandelen als mensen. Toch zal ik nooit over dit soort religieuze botsingen gaan discussiëren met mijn vrienden, want ik kom niet graag te belerend over en probeer er hier zo goed mogelijk bij te passen.»

Secularisering


Veto: Enkele jaren geleden doken gewelddadige protesten in Thailand op in het nieuws. Hoe valt zoiets te rijmen met het boeddhisme?

Supinya: «Volgens mij valt dat helemaal niet te rijmen. Mensen die zulk geweld gebruiken, kunnen zichzelf moeilijk boeddhisten noemen. Ook in Thailand zijn er mensen die naar de tempel gaan, bidden en giften doen, maar geen echte gelovigen zijn. Zoals in elke religie, is er een neerwaartse trend van secularisering. Mensen focussen op materiële dingen en op wat ze moeten doen in plaats van op wat ze moeten zijn.»


Veto: Je bent studente burgerlijk ingenieur. Dat is een exacte wetenschappelijke richting. Hoe combineer je boeddhisme met wetenschap?

Supinya: «De rol van wetenschap in de samenleving kan niet groot genoeg zijn! Ik zie geen enkele contradictie tussen wetenschap en geloof. Sommige christenen zien dat blijkbaar wel. Wetenschap en religie gaan voor mij hand in hand. Doordat het boeddhisme geen god vereert, heb ik daarmee nooit een probleem gehad. Mijn religie heeft evenmin een scheppingsverhaal. Er is ons nooit verteld hoe de wereld gemaakt is en wie daarvoor gezorgd heeft. Darwin en zijn evolutieleer zijn voor mij plausibele verklaringen.»

«Ik heb het er trouwens nog altijd moeilijk mee, dat idee van één god. In het boeddhisme krijg je de vrijheid om het hele zaakje voor jezelf uit te vissen. We worden zelfs aangemoedigd Boeddha in vraag te stellen. Hij was het die ons zei hem niet te geloven tenzij hij dingen zegt die ergens op slaan. We hebben dus alle recht om het niet met hem eens te zijn. Mijn vader noemt Boeddha één van de eerste psychologen. Als hij al iets was, dan was hij misschien inderdaad een wetenschapper, een observator van de natuurlijke aard van het leven. Mijn geloof spoorde mij aan dingen in vraag te stellen en mijn wetenschappelijke studies doen dat ook. Ik begrijp dus niet hoe iemand de big bang kan aanvaarden en de biologische kant van ons ontstaan niet.»


Veto: Ben je trots op je religie?

Supinya: «Misschien ben ik daar een beetje kortzichtig in, maar ik denk inderdaad dat het boeddhisme de juiste weg is. Is het de enige weg? Dat weet ik niet, maar ik ben blij dat ik boeddhistisch ben opgevoed. Ik wil andere studenten aanmoedigen om het voor zichzelf uit te zoeken. Religies zijn verschillend, maar zolang we open staan voor de ander, kunnen we heel wat van elkaar leren.»

Dit artikel verscheen op maandag 26 oktober 2009 in nummer 06 van jaargang 36.