Isbells presenteerde eerste cd in STUK

My friends are into hiphop...

Folk is een muziekgenre dat reeds enige tijd een grote opmars kent. Men heeft het tegenwoordig zelfs over subcategorieën als neofolk, freak folk en psychedelic folk. Isbells omzeilt deze discussie voor ingewijden in het genre en bouwt verder aan de traditie van namen zoals grootmeester Nick Drake en tijdsgenoot Bon Iver.

Mathias Vanden Borre

Een opvallend gevarieerd publiek was present voor deze première, waaronder ongetwijfeld een hoop familie en vrienden. Naast elkaar gezeten op kussens op de vloer zat de zaal goed vol. Speciaal voor dit concert werd een tribune met kussens opgesteld, een ideale setting voor folk. Dit soort muziek heeft nu eenmaal een rustige omgeving nodig om tot zijn recht te komen. Isbells zou bij een rechtstaand concert heel anders overkomen.

Charlotte

De toon werd gezet door het vierjarige dochtertje Charlotte van leadzanger Gaëtan Vandewoude, dat door papa Isbells het podium op werd geroepen. Zij vertederde de zaal met het opper-kamplied VrolijkeVrienden. Een folkband doet altijd denken aan die knusse momenten bij het kampvuur en dit was ongetwijfeld ook een inspiratie voor Isbells.

De vierkoppige band hield het vooral bij eenvoudige instrumenten. Zo zat Naima Joris achter een keyboard, dat ze soms inruilde voor een djembe. Links van haar stond Bart Borremans die geregeld wisselde tussen keyboard, gitaar en ukelele. Iedereen die in deze tijden nog een ukelele bezigt staat safe in ons cool book. Rechts van de zingende en gitaar spelende primus inter pares Gaëtan Vandewoude, zat Gianni Marzo. Gianni zit nog maar twee maanden bij de band en wisselde zijn slidegitaar af en toe met een banjo.

De eerste nummers klonken steevast dromerig, geparfumeerd met een snuifje melancholie en als kers op de taart een horizon van hoop (folk-jargon met een knipoog, nietwaar?). "Without a doubt, without regret. I can't up with that. I can't change the world with melodies, but I'll try." Proberen deed Isbells dan ook en zo klonken ze aanvankelijk gevarieerd in hun eenvoud waarbij herhalende akkoorden naar een bezwerende hypnose trachten te werken.

Hoeee-oee

Na drie nummers moest worden vastgesteld dat het om een plaatselijke narcose ging. Het klonk allemaal heel mooi, té mooi bijna. Een serenade hier, een ballade daar en voorkabbellende gitaren tokkelend op drie akkoorden klonken verleidelijk. Bij de eerste nummers werd meer nadruk gelegd op momenten van samenzang (de typerende hoee-oeee's) om de muziek kracht bij te zetten, en wanneer men nóg rustiger begon te spelen, werd het meer achtergrondmuziek dan een live band.

Maar eerlijk gezegd is het niet fair om deze band daar op af te rekenen. Ze brengen hun muziek heel oprecht. Het ís nu eenmaal zeer mooi om naar te luisteren, maar net dat beetje meer pit en durf zou deze band niet misstaan. Ze tonen echter veel potentieel en kunnen nog groeien. België is zeker klaar voor een rustige folkband zoals Isbells en als we dit niveau kunnen aanhouden, moet het vaderland binnenkort niet meer onderdoen voor landen met een meer gerenommeerde folkscene.

Dit artikel verscheen op maandag 26 oktober 2009 in nummer 06 van jaargang 36.