maandag 26 oktober 2009 - jaargang 36 - nummer 06
Peter de Witte, voorzitter van de Onderwijsraad
"Veel werk maar geen overkill"
Peter de Witte volgde onlangs Tine Baelmans op als voorzitter van de Onderwijsraad (OWR). Kort gezegd geeft de OWR advies aan de Academische Raad (AR). In werkelijkheid is dat een beetje kort door de bocht. De Onderwijsraad zou een garantie moeten zijn voor de democratische werking van de universiteit. De cynicus ziet echter vooral de adviezen van de ene raad naar de andere springen.
Ruben Bruynooghe
Veto: Dossiers worden besproken in werkgroepen, vervolgens goedgekeurd op de Onderwijsraad, dan goedgekeurd op het College van Bestuur om dan uiteindelijk beslissend goedgekeurd te worden op de Academische Raad. Als alles goed gaat en er niets wordt teruggestuurd tenminste. Is dat niet een beetje 'overkill'?
Peter De Witte: «Overkill zou ik het niet noemen. Het is veel werk natuurlijk, maar er is dan ook een redelijke garantie dat een genomen besluit ook breed gedragen wordt. Sommige dossiers zijn nu eenmaal heel complex. De werkgroepen, die bestaan uit geïnteresseerden en experts ter zake, brengen de ideeën aan. De Onderwijsraad is dan een eerste toetssteen voor de uitgewerkte dossiers. Daar zitten namelijk al vertegenwoordigers van zowel alle faculteiten als het bestuur en de studenten. Als het dossier die toets niet zou doorstaan, komt dat waarschijnlijk omdat er niet genoeg draagvlak voor te vinden is. De leden van de Onderwijsraad kunnen bovendien ook al meteen de specifieke problemen voor hun faculteiten aanbrengen. Wat voor de ene faculteit vanzelfsprekend is, hoeft dat niet te zijn voor een andere.»
Nultolerantie
Veto: Geldt zoiets bijvoorbeeld voor het dossier van de brede bachelor, waarbij kort samengevat meer algemene vakken zullen worden gegeven in de bachelors?
De Witte: «Ja, dat is inderdaad een dossier waar nog over nagedacht moet worden. Binnen mijn eigen faculteit farmaceutische wetenschappen komen wij van zo'n systeem, maar de kritiek van de visitatiecommissie was dan dat de studenten te lang moesten wachten op meer gespecialiseerde vakken. Als we universiteitsbreed bredere bachelors willen invoeren gaan we dus een hele boel dingen moeten afwegen. Niet alleen omdat we rekening moeten houden met de visitaties, maar ook omdat per faculteit de mogelijkheden zullen moeten worden onderzocht. Een ander dossier waar een aantal zaken bekeken moet worden is de nultolerantie in de masters. Hiervoor moeten we per opleiding het toetsbeleid aanscherpen. De cesuur tussen een 9 en een 10 wordt hierdoor nog een stuk crucialer voor de studenten.»
Democratisch
Veto: De grote massa studenten heeft niet veel weet van het bestaan van de Onderwijsraad. Is dat niet wat jammer?
De Witte: «Ik zou het kunnen vergelijken met de situatie op onze faculteit. Daar hebben we een heel actieve studentenvertegenwoordiging in de POC (Permanente Onderwijs Commissie, red.), maar wanneer er beslissingen genomen worden is er nog altijd geen garantie dat de brede basis van de studenten zich ook achter die beslissingen schaart, omdat de meeste studenten niet eens op de hoogte zijn van wat er besproken wordt op die POC's. Ik denk dat LOKO (Leuvense Overkoepelende Kring Organisatie, red.) zelf ook met dat probleem zit. Je zou je kunnen afvragen of dat ligt aan een gebrek aan interesse over wat er te gebeuren staat. Aan de andere kant is het ook de taak van die raden om alle studenten te betrekken. Dat moet omwille van het democratische principe.»
Dit artikel verscheen op maandag 26 oktober 2009 in nummer 06 van jaargang 36.
