maandag 26 oktober 2009 - jaargang 36 - nummer 06
Pieter Embrechts
"Drie Sinatra's na elkaar zingen is erg zwaar"
The New Radio Kings. Come again? Het is het nieuwe project van een man die vele vrouwenharten verovert en met El Tattoo del Tigre menig vrouwenkontjes deed schudden. De man die elk vrouwtje haar ass kan doen shaken, verdient sowieso veel respect. Nedergevlijd in de o zo charmante zeteltjes van muziektempel Het Depot, vertelt Pieter Embrechts - samen met pianist Thomas de Prins - over zijn koningen.
Jeroen Deblaere & Herlinde Hiele
Veto: "Als de New Radio Kings de zesde of zevende keer optreden, zal er ruimte zijn voor fratsen en onnozelheden," zei u. Het hoeveelste optreden was dit?
Pieter Embrechts: «Het tweede (lacht). Al zaten er wel al wat onnozelheden in. Het is een kwestie van de juiste balans te vinden tussen songs waar de tekst en verhaal belangrijk zijn en waar de inhoud echt gecommuniceerd moet worden met het publiek. Het is eigenlijk simpel: als de inhoud van een song vraagt om stilte of rust, dan is het fijn als dat er kan zijn bij het publiek. Andere dingen, zoals bijvoorbeeld I'm In Love With You van Dean Martin, dat is een nummer dat is gekozen omdat het alleen al tekstueel een soort mopke is op zich. "Die is nu met die, en die is dan gescheiden..." Soms is het dus een beetje zoeken naar de juiste balans. Als ik zelf publiek ben, vind ik het soms zeker even fijn als iets gewoon ernstig is en u kan raken. Drie nummers later kan je dan ook gewoon goesting krijgen om te dansen en kan er dan weer humor zijn.»
Thomas de Prins (pianist): «En soms wil je iets serieus doen en moeten de mensen lachen. Dan denk ik: "Verdorie, dat mag niet." (lacht)»
Embrechts: «Natuurlijk, alles mag.»
de Prins: «Nee, niet alles.»
Embrechts: «Oké, niet alles. Er mag veel.»
Veto: Wat als het publiek, zoals daarnet tijdens het concert, "hete lits" naar u roept?
Embrechts: «Dat hadden we tot nu toe nog niet meegemaakt. De vraag blijft natuurlijk: we staan met tien kerels op dat podium, tegen wie zeggen ze dat dan? Ik vond het wel grappig.»
Krokodil
Veto: Hoe moeilijk is het om een bezetting van elf muzikanten strak te krijgen?
de Prins: «Elf is soms moeilijker dan twintig, echt waar. Als er één of twee toevallig niet strak zitten in hun gedachten, dan valt dat meer op dan twee per twintig. We zitten in een formatie waar elke losse tand voelbaar is. Bij een krokodil is dat niet want die heeft er heel veel dus daar kunnen gerust twee tanden loszitten. Als er in een bigband even twee mensen niet meeblazen, dan is er geen hol die dat gehoord heeft. Bij ons wel en dat is een groot verschil.»
Veto: The New Radio Kings hebben de doelstelling muzikanten opnieuw in de spotlights te plaatsen. We zagen inderdaad solo's en danspasjes bij de muzikanten. Hoe uit zich dat nog?
Embrechts: «Het zijn stuk voor stuk fantastische muzikanten en iedereen mag weten wie die mensen zijn, natuurlijk. Thomas heeft de naam bedacht en ik vind het wel een mooi idee. Als je zou nagaan in welke bands al die mensen spelen dan heb je toch het kruin van de Vlaamse popmuziek. Tegelijkertijd is het ook wel grappig. We wilden een groepsnaam waarbij de namen van de muzikanten in de verf worden gezet. Maar dat is natuurlijk ook niet gelukt (lacht). Er mogen wat mij betreft nog veel meer instrumentale stukken in komen die de kwaliteiten van al die muzikanten niet als sectiespeler maar als solist nog meer aan bod laten komen.»
Veto: Denkt u dat de show nog zal evolueren?
Embrechts: «Uiteraard. Ik voel dat heel sterk, ik sta daar van op het podium te kijken naar het publiek. Je voelt dat ze wel mee zijn, maar toch borrelt er iets. Niemand weet precies hoe ze echt moeten swingen. Je ziet de grappigste dingen van op het podium: mensen die staan te zwaaien met hun armen of wat staan te knippen met hun vingers. Dat is heel grappig om te zien maar dat zet ons wel ook aan het denken.»
de Prins: «Ik vind dat wel veel sympathieker dan een publiek dat zichzelf meteen hop bof in gang zet en beginnen te jiven van het begin tot het einde. Ik heb vroeger veel in dat circuit gespeeld, een retro-sekte die enkel en alleen wil dansen op die specifieke muziek. Dat vind ik ook wel moeilijk. Dus als de mensen zo wat als zeehonden staan te flappen, dan vind ik dat wel oké. Dat leidt mij niet af.»
José
Veto: Voor El Tattoo oefenden jullie wél danspasjes in op voorhand?
Embrechts: «Ja, natuurlijk. Maar dat is net het grote verschil met zoiets als El Tattoo. Dat was één grote show waarbij we deden alsof we Cubanen waren. De zangers konden dezelfde dansjes en er waren Cubaanse zangeressen en twee entertainers die dan aan hun teksten werkten, of dat althans van ons moesten (lacht). Iedereen kreeg rare namen. (tegen de Prins) Wat was uw naam nu weer? Little José?»
Veto: Als u zou kunnen kiezen: artiest zijn in de jaren '50 of nu. Wat kiest u dan?
Embrechts: «Ik veel liever nu. Het is natuurlijk dubbel hé. Een plaat maken in die tijd, dat moet echt magisch geweest zijn. Alles was nieuw hé. Je zit met een totaal nieuw medium, dat is ongelooflijk. Ik denk dat het bijna nu niet te vatten is wat dat toen moet geweest zijn.»
de Prins: «De uitvinding van de elektrische gitaar, eind jaren '40, dat was straf hoor. (De elektrische gitaar werd uitgevonden in 1931, red.)»
Embrechts: «Dat moet ongelooflijk geweest zijn. Maar wat ik wel vind, is dat nu echt alles mogelijk is. Als jij vanavond op je kamer een nummer schrijft, filmt en op YouTube zet, dan kan het zijn dat je overmorgen door iemand wordt gebeld die u uitnodigt om in Tokio te komen spelen. Dat kan. Of het zal gebeuren is nog de vraag, maar het kan.»
de Prins: «Die mensen dachten natuurlijk wel na hé. Maar ze gingen gewoon recht vooruit, ze moesten niet te veel nadenken over wat ze gingen doen en deden iets met volle overgave, met fouten en Sturm und Drang. Dat mis ik nu wel. Nu denkt iedereen na over wat voor publiek we ergens mee bereiken, in welke niche van het cultuurlandschap gaan we iets doen. Ik denk dat die vrijheid, dat we die terug moeten veroveren.»
Tattoo
Veto: Zouden de NRK ook kunnen werken zonder Pieter Embrechts?
Embrechts: «Oh, nee. Dat is eigenlijk puur ontstaan uit het feit dat wij samen bij El Tattoo del Tigre speelden. Bart, onze saxofonist, kwam naar mij kwam en zei: "Zeg, sjarel, ge moet dat echt nog doen. Je hebt een stem die zich daar goed toe leent en jij zingt dat nooit." Hij zei dat vanuit een soort van muzikale bezorgdheid. Het gaat om het vinden van een genre dat u ligt: ademhaling, frasering, toonvorming. Dat is echt een verrijking. Als ik in het Nederlands zing, dan is dat een andere planeet, dat heeft hier niets mee te maken.»
Veto: Wat heeft u overtuigd om in het project te stappen?
Pieter Embrechts: «Eigenlijk puur het plezier om dit soort muziek te zingen. Hier heb ik te maken met een bepaald stemgebruik dat ik in mijn vrije tijd nooit zou gebruiken, zo'n beetje croonen. Ik merk ook dat dat geweldig veeleisend is. We spelen 27 songs op zo'n avond en dat is echt zwaar. Fysiek zwaar. Na zo'n concert ben je gewoon nat van het zweet. Nu begint het wel te gaan, maar in het begin. Als er zo drie Sinatra's op rij staan, dat weegt. Langs de andere kant is dat ook een vorm van pathos, maar geen misplaatst pathos, dat ik wel goed vind. Het heeft een belcanto-gehalte, zeg maar.»
Veto: Klopt het dat jullie met opzet ook lelijke nummers hebben gekozen, om die dan volledig te bewerken en naar uw eigen hand te zetten?
de Prins: «Maar nee, dat zijn geen lelijke nummers. Dat zijn wel songs waar door bepaalde mensen wat mee gelachen wordt. Eigenlijk hebben wij nog geen echt slechte songs bewerkt.»
Embrechts: «Dit project is een soort eerbetoon aan deze specifieke muziek en aan schone songs. Ik zeg tijdens het concert wel: "Nu komen we in de regio kitsch", als het gaat over See You When I Get There, maar dat is wel gewoon ook een heel goed nummer. Wat niet wegneemt dat het ook gewoon een hilarische tekst is. Taal en teksten zijn een heel belangrijk deel in mijn leven. Als je veel teksten schrijft en met poëzie bezig bent, dan kan je niet anders dan daar even bij stil staan. Ik kan het echt niet af dat mannelijke zangers bijvoorbeeld nummers zingen die vanuit het standpunt van een vrouw moeten worden gezongen. Er zijn er die daar gewoon aan voorbij gaan en dat staan te coveren. Dan kak ik in mijn broek. Ik vind dat echt gruwelijk. Ik vind dat je nooit mag voorbij gaan aan de mededeling van een song.»
Soundtrack
Veto: 'See You When I Get There' was de soundtrack van onze jeugd.
Embrechts: «Is dat echt? Ik zeg het, je kan een aantal echt verstilde, mooie songs brengen, die echt iets te vertellen hebben. Maar we moeten ook het feestje op gang krijgen hé. We hebben op voorhand ook gezegd dat we niet gingen vertrekken vanuit zelf schrijven maar vanuit bewerken en bestaande dingen lenen. Er is zo veel waar dat ge tussen kunt kiezen.»
de Prins: «Er is ook een verschil in klasse tussen See You When I Get There en YMCA. Ik wil niet zeggen dat YMCA een slecht nummer is, maar de jazz-feeling zit toch meer in See You When I Get There. Hoewel dat wel in dezelfde periode is, zit daar een verschil dat je bijna niet op een objectieve manier kan uitleggen. Toch sluit het ene beter aan bij Sinatra en het andere beter bij Claude François.»
Embrechts: «Pas op, denk aan Comme d'habitude en My Way. Enfin, Sinatra en François, ze liggen dicht bij elkaar.»
Ode
Veto: Van Ramses Shaffy zingt u: 'Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder'. Is dat uw levensmotto?
Embrechts: «Dat lied is sowieso een ode aan het leven. Ik vind dat wel schoon. Je kan in het leven staan op duizend en één manieren. Je kan vergaan van angst en niet uit je huis durven komen of je kan je on top of the mountain wanen en denken dat geld hét ding is, maar je zal allemaal mens moeten zijn. Je zal allemaal moeten lachen, werken, bidden, bewonderen, huilen. Ik vind dat gewoon een ode aan het leven voor echt iedereen.»
Dit artikel verscheen op maandag 26 oktober 2009 in nummer 06 van jaargang 36.
