maandag 26 oktober 2009 - jaargang 36 - nummer 06
Out of the box
Aan de K.U.Leuven heeft men er tegenwoordig de mond vol van: de oriënteringsproef. Met deze test heeft men als doelstelling om studenten op slag in de juiste studierichting te deponeren. Op dit moment slaagt immers slechts de helft van de eerstejaars. Vanzelfsprekend werkt dat een heel aantal heroriënteringen in de hand. Of die studenten nu ook echt niet op hun plaats zaten in hun studierichting, is een andere zaak. Er zijn immers wel meerdere redenen te bedenken voor het lage slaagcijfer. Deze cijfers dus opwerpen als argument voor een oriënteringsproef, is een gebrek aan 'out of the box' denken.
Praatavond
Is er eigenlijk in eerste instantie nog wel nood aan extra oriëntering? De begeleiding van de zesdejaars in het middelbaar is op dit moment al erg uitgebreid. In het Heilig-Hartinstituut in Heverlee wordt er bijvoorbeeld tien uur seminarie georganiseerd over 'Ik ga volgend jaar verder studeren' en dat zal ongetwijfeld ook in vele andere scholen gebeuren. Verder heb je nog SID-In beurzen, open lesdagen en vele scholen organiseren ook een praatavond met mensen die het beroep uitoefenen van de studierichting die je in gedachten hebt. In 95 procent van de scholen is het ondertussen ook zo dat het leerkrachtenkorps, dat bestaat uit personen die de student in kwestie een volledig jaar in de klas hebben gehad, discussieert en uiteindelijk een advies geeft over de opgegeven studiekeuze. Wat wil men eigenlijk nog meer? Als studenten dat advies naast zich neerleggen of zich weigeren te informeren, zullen ze ook geen oor hebben naar de resultaten van een oriënteringsproef. En dan ben je terug bij af.
Dan rest er ook nog de prangende vraag wat zo'n proef meer gaat vertellen dan de cijfers die studenten behalen op hun middelbare school. Het lijkt me logisch dat je studierichting en resultaten in het middelbaar een weerspiegeling zijn van je sterktes en zwaktes. Mocht dat niet zo zijn, dan is er een groot probleem. Indien de oriënteringsproef zou gaan peilen naar specifieke interesse in het studieveld, stel ik me nog meer vragen. Het is toch niet omdat je psychologie gaat studeren, dat je daar op voorhand ook al iets over afweet. Motivatie en kennis zijn twee verschillende dingen.
Het is verder voorspelbaar dat een slecht resultaat op de oriënteringsproef drie effecten heeft. Een aantal mensen zal bij een slecht resultaat terecht nog eens twee keer nadenken over zijn studiekeuze. Aan de andere kant zal een even groot aantal studenten dat de studie wel had aangekund, onterecht afgeschrikt worden. Je kan natuurlijk ten laatste het resultaat ook gewoonweg naast je neerleggen. Een proef organiseren om studenten de negatieve ervaring van het niet-slagen op andere proeven te besparen is trouwens vrij tegenstrijdig.
Wijsheid
Er zijn een hele hoop elementen die de slaagkansen van een eerstejaarsstudent verkleinen. Je krijgt plots les in ontzettend grote groepen waarin persoonlijke begeleiding wegvalt. Meer dan die ene slide waarin de prof uitlegt hoe het examen zal verlopen, is er vaak niet. De hoeveelheden leerstof worden groter. Je bent op dat moment in het kotleven beland en hebt de vrijheid verworven die daarmee gepaard gaat. Dat daar in het begin een gebrek aan discipline mee gepaard gaat, is niet onlogisch.
Eigenlijk komt dit neer op de vraag of studenten vaak niet te jong zijn op het moment dat ze moeten verder studeren. Is het eigenlijk normaal dat wij allemaal tegelijkertijd op ons achttiende moeten weten wat we voor de rest van ons leven willen gaan doen? De onmiddellijke aansluiting van de middelbare school op unief of hogeschool is vastgeroest in onze geesten. Studenten kiezen omdat ze iets moeten kiezen en niet omdat ze zo overtuigd zijn van hun studiekeuze. Met de jaren komt dan de wijsheid en dus ook de heroriëntering. Nochtans zou er niets abnormaal moeten zijn aan enkele jaren rijpen op de arbeidsmarkt, uitzoeken wat je echt wilt, en dan bijvoorbeeld op je drieëntwintigste gemotiveerd een studie aanvatten. Er is trouwens geen betere manier om te beseffen wat een diploma waard is.
Ide Smets
Dit artikel verscheen op maandag 26 oktober 2009 in nummer 06 van jaargang 36.