maandag 9 november 2009 - jaargang 36 - nummer 07
Europees Centrum voor Vrijwilligerswerk krijgt Belgische voorzitster
"Vrijwilligerswerk doe je ook voor jezelf"
Eva Hambach werd op 14 oktober verkozen als nieuwe voorzitster van het Europees Centrum voor Vrijwilligerswerk (CEV) in Malmö, Zweden Het CEV is een overkoepelende organisatie, opgericht in 1989, om vrijwilligerswerk te promoten en die ondertussen meer dan twintig miljoen vrijwilligers vertegenwoordigt. Hambach, afkomstig uit Deurne, zal de komende drie jaar "de stem van het Europees vrijwilligerswerk" vertolken.
Ide Smets & Mathias Vanden Borre
Veto: Het CEV bestaat dit jaar twintig jaar. Wat zijn jullie grootste successen?
Eva Hambach: «Het CEV heeft als belangrijkste taken informatie uitwisselen, netwerking tussen organisaties bevorderen en gemeenschappelijk projecten opzetten tussen de verschillende landen. Hierin is het CEV enorm gegroeid en ons grootste succes hierbij is zonder twijfel de immense toename van het aantal leden. Er zijn nog wel enkele Europese landen die ontbreken, maar toch hebben we nu ook een voet aan de grond in de meeste Oost-Europese en zuiderse landen. Een ander groot succes is het binnenhalen van het Europees jaar van de vrijwilliger. Ook het feit dat men vroeger vrijwilligerswerk meer koppelde aan jongeren, terwijl nu ook het besef groeit dat we meer middelen nodig hebben voor ouderen, vind ik een mooie verwezenlijking»
Veto: 2011 Wordt het Europese jaar van de vrijwilliger. Wat zijn volgens u de uitdagingen hiervoor?
Hambach: «Het is onze ambitie dat in 2011 écht iets beweegt in alle Europese landen waar vrijwilligers actief zijn. We zitten hierrond nog met enkele uitdagingen omdat de beslissing in het Europees parlement nog niet zo lang is gevallen. Ten eerste is er het probleem om de verwachtingen in te passen in het toegekende budget. De hoeveelheid geld toegekend door de Europese Unie voor dit Europees jaar is heel beperkt. Voor het Europees jaar voor de strijd tegen armoede werd er bijvoorbeeld zeventien of achttien miljoen uitgetrokken, terwijl er voor het Europees jaar van de vrijwilliger slechts acht miljoen is voorzien. Een tweede uitdaging is streven naar meer erkenning van vrijwilligerswerk in Oost en Centraal Europa voor alle leeftijdsgroepen. Daar zijn vooral jongeren actief, omdat de oudere generatie vrijwilligerswerk nog altijd associeert met iets dat ze móesten doen tijdens het communistisch regime. Dat zullen we proberen open te breken. Een derde uitdaging, waarrond ik zelf graag werk, is streven naar meer waardering van vrijwilligers. Zo willen we alle organisaties, van klein tot groot prikkelen om bijvoorbeeld partnerships aan te gaan, studiedagen te organiseren, enzovoort.»
Veto: Bestaan er tegenhangers van het CEV in andere continenten?
Hambach: «Ik denk niet dat er echt tegenhangers van het CEV bestaan in andere continenten. Het concept "vrijwilligerswerk" is niet uitsluitend Europees, maar de specifieke manier waarop we dit hebben gestructureerd, uitgebouwd en uitgedacht is dat wel en maakt volgens mij deel uit van onze democratische verworvenheden. Ook binnen Europa bestaan er echter nog grote verschillen. Er heerst bijvoorbeeld meer een praat- en discussiecultuur in het Zuiden terwijl de Noordelijke aanpak meer zakelijk, en ook businessgericht is. Ik hoor wel eens dat allochtonen wat vrijwilligerswerk betreft minder doen, maar dat is niet zo. Ze doen dat gewoon op een andere manier, bijvoorbeeld meer in de vorm van vriendendiensten. Een grapje dat men in het buitenland over Belgen maakt: zet twee of drie Belgen bij elkaar en je hebt een nieuwe vereniging.»
Veto: Drie generaties terug werd vrijwilligerswerk gelijkgesteld met missiewerk door "paterkes in de Congo". Wat is er veranderd?
Hambach: «(lacht) Vroeger was dat inderdaad op missie vertrekken naar mensen die in armoede leven, kleding inzamelen, met mensen in een rolstoel gaan wandelen, enzovoort. Maar het idee van wat vrijwilligerswerk nu uiteindelijk is, is helemaal veranderd. Ook jeugdbewegingen en sportclubs kunnen een vorm van vrijwilligerswerk zijn. Het engagement van mensen is tegenwoordig ook kritischer. Mensen kijken of een bepaalde organisatie interessant is voor hen en als dat niet zo is, dan wandelen ze gewoon verder. Veel jongeren die actief zijn in het vrijwilligerswerk zullen dit trouwens nooit zo noemen»
Veto: Doe je vrijwilligerswerk voor jezelf?
Hambach: «Ik denk dat wel. Vroeger mocht dit echter nooit gezegd worden. Toen beschouwde men dat als 'een engagement voor de gemeenschap', maar ik denk dat niemand zich inzet voor de gemeenschap als je daar zelf niets uithaalt: sociale contacten, plezier of een verzetje voor sommigen en natuurlijk ook omdat je zelf iets wil veranderen. Je kan nooit het eigenbelang wegdenken en ik vind dat ook niet erg. Soms hoor je dat jongeren vrijwilligerswerk doen om dat dan later op hun cv te kunnen zetten. Ik vraag me dan af wat daar mis mee is. Dat is toch een manier om te weten te komen waar die mensen mee bezig zijn.»
Veto: Wordt er soms misbruik gemaakt van vrijwilligers?
Hambach: «Ja, ik denk dat wel. Bijvoorbeeld door vrijwilligers niet te erkennen. Zo zie ik vaak dat mensen zich inzetten voor een organisatie, maar wanneer er iets misloopt doen sommige organisaties alsof hun neus bloedt. Andere organisaties hebben de attitude: 'Ze mogen blij zijn dat ze hier vrijwilligerswerk doen' en dan voorzien ze geen bescherming of informatie. Zo'n houding klopt niet.
Veto: Is er dan nood aan een kwaliteitslabel?
Hambach: «Een kwaliteitslabel is heel moeilijk te realiseren. Het CEV zou wel een aantal aanzetten kunnen geven en als je dit financieel kan laten ondersteunen door de overheid ben ik daar niet tegen, maar dit is niet gemakkelijk. Veel hangt af van de cultuur van elke sector en de verschillende landen. Moet je een kwaliteitslabel geven omwille van de eer van het label of omwille van een ondersteuningspremie die daaraan gekoppeld gaat? Heel moeilijk is trouwens ook het definiëren van wat vrijwilligerswerk is en wat niet. Voorlopig zijn er nog te grote verschillen om dat op het Europese niveau in te voeren.»
Dit artikel verscheen op maandag 9 november 2009 in nummer 07 van jaargang 36.
