maandag 9 november 2009 - jaargang 36 - nummer 07
Mayer Hawthorne stond in Het Depot
Love is Allright!
Vrijdag stond een adept van het hiphoplabel Stones Throw Records in Het Depot. Mayer Hawthorne spreekt zowel Afros als een sporadisch funky Duitser aan. "Die sehen ja aus wie wichtige Männer, dabei sind sie es nicht," wist die ons (voor er nota bene nog maar een noot gespeeld was) te vertellen. De brave man zat fout. In het komende uur zouden Hawthorne en zijn vierkoppige begeleidingsband bewijzen waarom ze wél belangrijk zijn.
Mathias Vanden Borre & Philip Gallasz
Andrew Mayer Cohen is niet de naam van een lugubere seriemoordenaar maar wel die van de zanger en frontman van Mayer Hawthorne and the County. Hij werd geboren en getogen in de buurt van Detroit in de staat Michigan. De link met de gouden soul van de Motownjaren is snel gelegd. Hawthorne en zijn County's probeerden dan ook naarstig om hun publiek mee te voeren naar de sixties en seventies.
Er werd gedanst, en dat was dit jaar wel eens anders in Het Depot. Opzwepen plagen, 'come closer and feel the love' en 'shake your moneymaker': het hoorde er allemaal bij. Hawthorne deed duidelijk zijn best om iedereen een plezante avond te bezorgen. Dat hij achteraf tot driemaal toe om bevestiging vroeg, is wel een teken van twijfel zijnentwege. Deze man is (nog) geen grootmeester van het kaliber Curtis Mayfield, Isaac Hayes of Smokey Robinson, maar een blanke aanhanger van Motownsoul, wiens debuut cd A Strange Arrangement lovende recensies kreeg.
Fondant
Hawthorne was goed bij stem. Vooral in de uptempo nummers klonk hij zwarter dan een reep fondantchocolade. Bovendien verliep de samenzang met bassist en gitarist vlekkeloos. Bij elke witte lichtflits waande je je in een gospelkerk in Harlem. Halleluja! Ook de ritmesectie zat goed met trommels die strakker roffelden dan scheten na een overvloedig kerstdiner. De bassist liep sneller zijn gitaarhals af dan je "groovy" kon zeggen en won niet alleen de prijs voor most stylish Afro in da house maar had ook goed naar Coming to America met Eddie Murphy gekeken. Met een brilmontuur in zebramotief, een riem in zebramotief en een over zijn schouders gedrapeerde handdoek in, jawel, zebramotief, leek deze classy haarbal net teruggekeerd van een luxesafari.
Zeemzoet
De vijf rasmuzikanten, nochtans zonder duidelijke scholing, voelden elkaar goed aan en varieerden soul met meer rocks & bones. Zelfs een reggaeversie van hun bekendste nummer 'Maybe so, maybe no' werd gesmaakt. Drum en bas waren op elkaar ingespeeld, waardoor de tempowissels ongemerkt in elkaar overliepen. Af en toe gelardeerd met een gitaarsolo leek de veelzijdigheid van deze groep geen grenzen te kennen. Dit gecombineerd met een snelle opeenvolging van songs zorgde aanvankelijk voor vaart in de set. Tot Hawthorne zijn ballades bovenhaalde.
Om De Standaard ook eens gelijk te geven: hij klonk inderdaad "als een blanke sixties-crooner die een donkere soulzanger wil zijn." Er was dus een duidelijke tweespalt tussen het meer uptempo werk en de zeemzoete lovesongs. Maar laat dit een speldenknop in een funky hooiberg zijn. Want zo schuilde in elke ballade een laatzomerse schoonheid. Een Zippo lichtte op, het vuurtje werd doorgegeven en een prille liefde ontvlamde. Hawthorne bevestigde. "Why is it all about love? Because love is allright!"
Dit artikel verscheen op maandag 9 november 2009 in nummer 07 van jaargang 36.
