Verhalen uit de Leuvense schepenbank

950.000 pagina's en wollen popjes

Wat is een schepenbank? Is het een databank van alle schepenen die er geweest zijn? Of een automaat waar boten geld kunnen afhalen? Het antwoord van de Leuvenaar in de straat bewijst alvast dat de tentoonstelling 'Verhalen uit de Leuvense schepenbank 1400|1464' geen slecht idee was.

Nele Dobbelaere & Dorien Styven

Een schepenbank is een stedelijke instelling die als rechtbank en half notariaat dienst doet. Leuven had er eentje van 1372 tot 1795. Vanuit de drie klerkenkamers in het stadhuis speelden zeven schepenen nu eens voor rechter en dan weer voor notaris. Eeuwenlang hielden zij hun akten zorgvuldig bij in schepenregisters. Het zijn die 950.000 pagina's handgeschreven tekst waar het stadsarchief, dankzij de nodige sponsoring, nu mee naar buiten komt. Dit jaar startte immers onder de projectnaam Itinera Nova de hypermoderne digitalisering van alle 1.128 banden.

Rogier

Sindsdien stond Leuven te popelen om met haar historische parel bij het grote publiek te pronken. De erfgoedcel stak een piepkleine, maar ambitieuze tentoonstelling in elkaar. Locatie? De klerkenkamers zelf natuurlijk. Even evident is de keuze voor de periode 1400-1464, de jaren van Leuvens feestvarken Rogier van der Weyden en marketinggewijs een slimme link met Museum M.

We bewonderen aktenboeken waarvan de zegels er nog trots bijhangen. Helaas is ons Middelne-derlands niet meer zo vlot. Handiger zijn de eenentwintigste-eeuwse infowanden, zoals we die van trendy tentoonstellingen gewoon zijn. We maken slechts kennis met vijf scènes uit een ver verleden: een kotbaas die een deel van de waarborg weerhoudt, een vrouw met huwelijksproblemen, een erfeniskwestie. Er is blijkbaar weinig nieuws onder de zon.

Het actuele karakter van de scènes wordt trouwens bewust in de verf gezet. Kunstenares Sara Corynen maakte per scène een ludiek filmpje. De personages zijn wollen popjes die in kartonnen huisjes wonen. "We kozen bewust voor dat hedendaags aspect in combinatie met de tekst uit de akte zelf," zegt Tiny T'Seyen van de erfgoedcel. "We vonden dat een goeie clash." Voor een ander is die clash misschien zo totaal dat het echte vijftiende-eeuwse Leuven nauwelijks dichterbij komt.

De filmpjes dienen nog een doel. "Ze moeten de mensen prikkelen, ze maken de tentoonstelling toegankelijker," legt T'Seyen uit. Dat het grote publiek zulk duwtje in de rug nodig heeft, valt te aanvaarden. De ondertitel van de tentoonstelling - Lief en leed uit de tijd van Rogier - wekt echter meer sensatie op dan gepast lijkt bij het mager aantal van vijf schepenakten.

Ambitie

Dankzij een postkaartenreeks komen er nog acht akten bij. Elke postkaart toont een oude foto van een plaats waar de schepenbank destijds moest tussenkomen. De bezoeker wordt uitgenodigd de plaatsen te verkennen. Zo treedt de tentoonstelling uit de kleine ruimte van de klerkenkamers. De ambitie reikt echter verder dan Leuven. De erfgoedcel verwacht veel volk. "We willen dat ook mensen van buiten de stad met deze speciale bronnen kennis maken," zegt T'Seyen. "We zien het eigenlijk als een pilootproject voor andere steden. Ons project toont wat je uit zo'n bronnen kan halen." Verder dan Vlaanderen zal het echter niet gaan. De tentoonstelling is enkel Nederlandstalig. Ze biedt hoe dan ook nog tot vijf december een aantrekkelijk - en gratis - alternatief voor studenten met een springuur.

Dit artikel verscheen op maandag 16 november 2009 in nummer 08 van jaargang 36.