maandag 16 november 2009 - jaargang 36 - nummer 08
Stefan Blommaert
"Een pinguïn met een gebroken poot komt gegarandeerd in het journaal"
Een buitenlandjournalist met de sérieux van Stefan Blommaert verwacht je niet meteen als acteur op een experimenteel kunstenfestival. Maar Stefan Blommaert is geen doordeweekse buitenlandjournalist. "Denk je dat ik graag op tv kom? Absoluut niet." Voor de voorstelling 'Breaking News' in het STUK moest de man alweer in de spotlights staan. Misschien een carrièreswitch overwegen, Stefan?
Eric Laureys & Maud Oeyen
Veto: Zijn dit uw eerste stappen in de theaterwereld?
Stefan Blommaert: «Neen, eigenlijk niet. Vroeger als tiener heb ik een tweetal jaar in een toneelvereniging gezeten. En enkele jaren geleden ben ik gevraagd om in de Singel in Antwerpen mee te doen in een stuk over vluchtelingen.»
Veto: Is dit stuk echt theater?
Blommaert: «Van de regisseur moet ik ja antwoorden. Sommigen in de groep wilden veel verder gaan in het maken van analyses bij de nieuwsuitzendingen. De regisseur wil dan weer dat het stuk theater en ontspanning blijft.»
Veto: Wat opvalt is dat je onmogelijk alle items die in het journaal zitten, kunt onthouden.
Blommaert: «Daar is onderzoek naar verricht. Als je een stuk of vijftien items in een journaal brengt, mag je al blij zijn als de mensen er vijf van onthouden. Maar dat trek ik me niet aan. Voor mensen die het aanbelangt, blijft een specifiek bericht zeker hangen. Natuurlijk heb je altijd mensen die naar het nieuws kijken om hun dagelijkse portie auto-ongelukken en criminaliteit mee te pikken. Maar die kijken hopelijk niet naar ons nieuws. Al die crimi in het journaal; ik word daar onnozel van. Zaken die maatschappelijk belang hebben moeten we op een prominente en degelijke manier brengen. Zo zou ik onze taak willen omschrijven. En al de rest breng ik liever niet. Mijn eindredacteurs zijn het daar zeker niet mee eens.»
Gijzeling
Veto: Blijkbaar bestaat er een formule bij de VRT over de relatie afstand - nieuwswaarde?
Blommaert: «De formule bestaat nog niet echt. Maar een collega van mij (Peter Verlinden, red.) is zeer druk bezig die wetenschappelijk uit te werken. In de praktijk gebruiken we dat natuurlijk al. Hoe verder weg iets gebeurt, hoe meer slachtoffers er moeten vallen vooraleer het in ons nieuws komt. Als er in Pakistan een aardbeving plaatsvindt waarbij honderd mensen doodgaan, kan je er gif op innemen dat dat niet in ons nieuws komt. Als er in Zwitserland een beving is waar twintig mensen bij doodvallen of als er in Luik één huis instort zal dat wel in ons nieuws zitten. Buiten afstand en slachtoffers zijn er nog heel wat andere parameters die ons nieuws beïnvloeden en die tot een ingewikkelde formule leiden. Een andere belangrijke factor is: zijn er Belgen bij betrokken of niet? Als er een gijzeling is in Somalië, en er zijn zes Fransen bij, dan komt dit in ons journaal gedurende vijftien seconden met een klein kaartje. Als er daarentegen slechts een halve Belg bij betrokken is, dan beginnen wij daar het journaal mee en gaan we er desnoods weken kamperen tot hij vrijgelaten is.»
Veto: Het is waarschijnlijk ook van belang of men al dan niet over beeld beschikt.
Blommaert: «Dat is misschien wel de belangrijkste factor. Onderwerpen kunnen sneuvelen omdat er geen beeld is. Als het echt heel belangrijk is, gaan we het toch brengen, maar dan met een kaartje ofzo. Ook als het beeld slecht is, kan het bericht sneuvelen, of serieus worden ingekort. Je hebt niet alleen de nieuwswaarde, maar ook de beeldwaarde en de emotionele waarde. Dat laatste is bijvoorbeeld alles wat met beestjes te maken heeft. We hebben een running gag op onze redactie in dat verband: een pinguïn met een gebroken poot, die komt gegarandeerd in het journaal.»
Veto: Heeft u ooit zelf voor een grote scoop gezorgd?
Blommaert:«Ja. Tijdens de voorbije oorlog in Georgië zag ik plots voor mijn neus Russische tanks voorbij denderen in de stad Gori. Ik geloofde mijn ogen niet, de Russen stonden volgens alle informatie netjes geparkeerd aan de grens. Euforisch belde ik naar de redactie, en van bij de VRT ging het bericht de wereld rond. Die dag was dat een scoop. Maar je moet dat niet overdrijven. Wij waren er gewoon toevallig eerst.»
Veto: Is dat een leuk gevoel als journalist?
Blommaert: «Ja, dat is bijzonder leuk. Maar het eerste gesprek dat je hebt met je thuisbasis is dat niet. Ze geloofden me gewoon niet in Brussel. Maar ik had ze wel rap overtuigd door beeldmateriaal door te sturen. Dat gebeurt wel vaker, hoor. Als je iets voor het eerst ziet of hoort, word je maar moeilijk geloofd.»
Veto: Is dat omdat journalisten zich te vaak baseren op andere media?
Blommaert: «Zeker voor sommige krantenjournalisten geldt dat. Die zitten op hun hotelkamer en kijken naar het plaatselijke nieuws, of zelfs gewoon naar CNN of BBC. Daarna doen ze nog een gesprekje met de taxichauffeur of de kelner van het restaurant en de kous is af. Zo'n journalisten bestaan echt.»
Veto: Wat doet u dan als u naar pakweg Georgië trekt? U spreekt de taal niet, om te beginnen.
Blommaert: «Om te beginnen spreek ik de taal wel: ik spreek goed Russisch. Je hebt verder altijd een fixer nodig in het buitenland. Dat is een plaatselijke producer die afspraken regelt, je naar bepaalde plaatsen begeleidt en ook vertaalt. Ik heb zelfs een fixer in gebieden waar ik de taal wel spreek. Soms moet je die mensen ter plaatse vinden. In een oorlogstoestand zijn de normale kanalen niet bereikbaar. Op een keer kwam ik aan in een Balkanstadje. Alles was leeg en verlaten door de oorlog. Er was nog een toeristenbureautje. De man die daar werkte, werd dan plots mijn fixer. Je moet wat geluk hebben. Een fixer is cruciaal in oorlogssituaties. Hij of zij mag niet te bang zijn en ook niet te overmoedig. Hij of zij moet ook contacten hebben en weten hoe contact te kunnen leggen met bijvoorbeeld iemand van de regering.»
Veto: Cash in het handje voor de 'fixer'?
Blommaert: «Natuurlijk. In oorlogstijden hebben weinig mensen werk. En bovendien betalen we goed. Ik denk dat wij tijdens de oorlog in Bosnië 200 Duitse Mark betaalden. Dat was een fortuin voor die mensen, want ze hadden niks. Het enige wat ze hadden was humanitaire bloem, humanitaire ketchup en in het beste geval humanitaire spaghetti. Natuurlijk kunnen we niet opboksen tegen CNN die de markt bederven door overdreven veel te betalen.»
Veto: Kunnen sommige van uw 'fixers' het niet meer navertellen?
Blommaert: «Tijdens de luchtaanvallen in Servië had ik iemand gevonden die me naar Kosovo kon brengen, terwijl niemand daar nog kon geraken. Dat was een Fransman die dicht bij Milosevic stond, Servisch gezind dus. Maar hij opende wel alle deuren. Ik ben drie keer met hem naar Kosovo getrokken. De vierde keer kon ik door omstandigheden niet meer mee. Mijn beschermengel heeft dat bepaald denk ik. Want die vierde keer is hun konvooi in een NAVO luchtaanval terechtgekomen. Tja.»
«Die man was misschien geen vriend, maar door samen te werken kregen we toch een goed contact. Het was bovendien een erudiet persoon, en au fond een toffe kerel. En nu is hij dood. Dat laat je niet koud, maar zo gaat dat in ons vak. Je gaat ergens naartoe net omdat er ellende is. Pas op, als we terug naar Brussel komen, krijgen we begeleiding als dat nodig is. Twintig jaar geleden zou dat weggelachen zijn: ga thuis maar wat wenen. Als onze ploeg bijvoorbeeld terugkomt van een tsunami hebben ze een gesprek met een psycholoog. Je ziet daar honderden en honderden lijken. Eén van mijn eerste reportages was in Armenië. Daar was een aardbeving gebeurd en de gevolgen waren echt verschrikkelijk. Dan duurt het een tijd vooraleer die lijken vanonder het puin worden gehaald. Alles stinkt daar naar lijkengeur.»
Veto: Bent u ooit verliefd geworden op een land?
Blommaert: «Jazeker. Op heel Oost-Europa. Ik heb dat de eerste keer gevoeld toen ik uit Moskou terugkwam als correspondent. Ik vloog terug naar Brussel, en we waren nog maar aan het taxieën op de startbaan en ik had al heimwee naar Moskou. Ik zou in al die landen zonder enig probleem kunnen wonen.»
Nederlanders
Veto: Wat verbindt al die landen dan met elkaar?
Blommaert: «Alles! Het heeft met geschiedenis te maken en ook met de volksaard. Met een veelheid van factoren eigenlijk. Wat onderscheidt Vlamingen van Nederlanders? Wij zijn een compleet ander volk. Wij hebben meer met de Walen te maken op vlak van attitude dan met de Nederlanders. Zo is er ook een groot onderscheid tussen Oost- en West-Europa. Je kan dat moeilijk uitleggen, je moet het voelen. Zelfs in oorlogssituaties voel ik mij onder die mensen thuis. Ze hebben zo'n warmte, zo'n gastvrijheid, zo'n emotionaliteit. Daar is het de gewoonste zaak van de wereld om je vrienden in het holst van de nacht wakker te bellen om even te praten. Hier is het uit den boze om elkaar na tien uur 's avonds nog lastig te vallen. Tijdens het communisme was iedereen tegen de overheid, dus kropen ze maar bij elkaar. Nu is dat stilletjes aan het verdwijnen, en dat is zeker jammer.»
(Blommaerts Servische vriendin komt binnen met een gedetailleerd overzichtje van wat er in het zevenuurjournaal zit die avond)
Blommaert: «Het is nu twintig over zeven, we zullen eens kijken wat er loopt. Aha, buitenland! Dat is goed, gisteren begonnen we pas om drieëntwintig na. En in totaal tien minuten buitenland vandaag. Dit is een hoogdag, echt waar. Gisteren was het na vijf minuten al gedaan. Het ziet er trouwens in het algemeen een goed journaal uit. (verheugd) En geen crimi! Dat moet in het journaal, maar soms word ik daar zoals gezegd onnozel van.»
«Pas op, ik ben kritisch voor ons eigen journaal. Maar als je het onze vergelijkt met buitenlandse journaals zitten we goed. De Italiaanse en Spaanse televisie, dat is slecht. De Nederlandse televisiejournaals vind ik dan weer saai: te veel politiek. Relatief gezien doen we het dus niet eens zo slecht.»
Dit artikel verscheen op maandag 16 november 2009 in nummer 08 van jaargang 36.
