Met Peter Brosens naar de Peruaanse hoogvlakte

"Alleen God is objectief en die maakt geen cinema"

In 2006 maakte 'Khadak', het fictiedebuut van regisseurskoppel Peter Brosens en Jessica Woodworth, het mooie weer op verschillende internationale filmfestivals. Anno 2009 ziet het er naar uit dat het met hun tweede film, 'Altiplano', dezelfde richting opgaat. Op 14 november was de film in avant-première te zien op Realidad Latina 09.

Johan Van Hellemont


Veto: U bent eigenlijk geograaf en antropoloog van opleiding. Hoe bent u in het filmvak verzeild geraakt?

Brosens: «Eigenlijk wilde ik altijd al films maken. Als kleine jongen maakte ik al foto's en diareeksen die in elkaar overvloeiden. Ik heb later eerst die twee opleidingen doorlopen, maar de wens om film te maken bleef me bij. Ik had toen geen zin om vijf jaar filmschool te volgen. Daarom viel mijn oog op de MA visuele antropologie in Manchester. In het verlengde van mijn eindverhandeling heb ik in Ecuador mijn allereerste korte documentaires gedraaid, La campana de oro en El camino del tiempo, over een zelfmoordepidemie in de Andes.»

Shaky cam

«De bal is pas echt aan het rollen gegaan toen een vriend, Odo Halflants, me in 1991 opbelde voor een project in Mongolië. Hijzelf was geïnteresseerd in experimentele cinema en had een project lopen rond grijswaarden in de steppe van Mongolië. (lacht) Om dat project te kunnen financieren had hij een documentaireproject opgezet rond de kleinschalige toepassing van wind- en zonne-energie in China, Tibet en Mongolië. Gezien ik toen even niets te doen had en ik altijd al aangetrokken werd door het land, ben ik gegaan. Dat project is uitgemond in mijn eerste lange documentaire City of the Steppes.»


Veto: Net zoals in uw documentaires stellen de fictiefilms 'Khadak' als 'Altiplano' lokale maatschappelijke thema's aan de kaak. De grens tussen fictie en documentaire lijkt soms te vervagen in beide films. Doet u dat met opzet?

Brosens: «Voor mij is dat eigenlijk niet belangrijk. Sommige hardliners willen de objectieve documentaire nastreven, maar alleen God is objectief en die maakt geen cinema, laat ons daar eerlijk in zijn. (lacht) Al de rest is bullshit. De hele gedachtegang achter de fly on the wall, de shaky cam en dat het niet uitmaakt of het beeld scherp is of niet; voor mij is dat net zo subjectief als zeer streng gecomponeerde beelden.»

Altiplano


Veto: Als het op stijl en vormgeving aankomt, maakt u dus geen verschil tussen docu en fictie?

Brosens: «Nee, vandaar dat de overgang van de documentaire State of Dogs naar Khadak geen grote stap was. Er bestaat een romantisch beeld van de scenarist die jarenlang ligt te schrijven op een zolderkamer. Eenmaal het af is zoekt hij financiering, filmlocaties, enzovoort. Wij werken helemaal niet zo. Onze verhalen groeien en komen tot stand op locatie. We zijn voor Altiplano een tijdlang met het hele gezin in Peru gaan wonen. Daar hebben we het onderzoek voor de film voltrokken door alles te lezen wat binnen het interesseveld van het project viel, door zo veel mogelijk Peruaanse films te kijken en door nauw samen te werken met de bevolking van het dorpje waar we filmden. Dat laatste is belangrijk, want we willen dat ook de lokale gemeenschappen de film betekenisvol vinden.»


Veto: Dat laatste verklaart misschien waarom zowel 'Khadak' als 'Altiplano' vooral lijken te gaan over hoe de werkelijkheid verschillend ervaren kan worden?

Brosens: «Mensen vragen ons soms waarom we het steeds zo ver gaan zoeken. Om het wat eenvoudig uit te drukken: de steppen in Mongolië en die landschappen in Peru, dat zijn landschappen die nog 'zingen'. De mensen die daar wonen zien zichzelf nog als deel uitmakend van een groter universum en dat heeft iets sacraals. Die gedachte verklaart de directe band die ze ervaren met hun leefwereld. Hier zien de mensen zich veeleer als meesters en managers van het universum, wat meteen ook onze arrogantie en ons cynisme verklaart.»

«Om het met een boutade te zeggen: voor boodschappen moet je in de GB zijn, niet in onze film. Er is een thematiek, zoals de mijnbouw en kwikverontreiniging in Altiplano, maar eigenlijk zijn onze films een uitnodiging om op een andere manier naar de wereld te kijken. Verwondering is daarin essentieel. Dat uit zich in het feit dat alle elementen in onze films, hoe gek ook, uit de werkelijkheid zijn getrokken.»


Veto: Tot slot, u was deze week te gast bij 'Realidad Latina' als jurylid voor de fictieprijs. Hoe ervaart u het om aan de andere zijde van de competitie te staan?

Brosens: «Het is inderdaad bizar dat we vandaag een prijs mogen in ontvangst nemen in Virton en dat we er morgen zelf eentje uitreiken. Ik vond het heel tof om te doen, zeker omdat we voor ons onderzoek heel wat Peruaanse films hadden gezien. Er zaten wel geen Peruaanse films in de competitie, maar het was interessant om te zien wat er, bijvoorbeeld, in Bolivia gemaakt wordt.»

Dit artikel verscheen op maandag 16 november 2009 in nummer 08 van jaargang 36.