maandag 16 november 2009 - jaargang 36 - nummer 08
VLIR + VLHORA = VLUHR?
Nieuw overleg- orgaan in de maak
De Vlaamse Hogescholenraad en de Vlaamse Interuniversitaire Raad zetten binnenkort met de oprichting van de VLUHR een belangrijke stap richting structurele samenwerking. De volledige samensmelting van beide overlegorganen lijkt echter nog niet voor morgen.
Ruben Bruynooghe & Maud Oeyen
Eind april dit jaar keurde het Vlaams Parlement onderwijsdecreet XIX goed. Dat decreet voorziet in de oprichting van een nieuw aanspreekpunt voor de Vlaamse overheid tegen eind 2009. De nieuwe vereniging zou onder de benaming Vlaamse Universiteiten- en Hogescholenraad (VLUHR) zou buiten het verschaffen van een aanspreekpunt voor de vlaamse overheid ook de externe kwaliteitszorg van de opleidingen moeten organiseren, taken die momenteel vervult worden door de Vlaamse Hogescholen Raad (VLHORA) en de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) Het onderwijsdecreet bepaalt bovendien dat het aan de VLHORA en de VLIR zelf is om de VLUHR op te richten en het geeft beide raden nog wat aanwijzingen over hoe het statuut van die nieuwe adviesraad eruit zou moeten zien. De deadline die voor het oprichten van deze nieuwe raad voorop werd gesteld, is wel een beetje krap. Het einde van 2009 nadert immers met rasse schreden. De Gentse rector Paul Van Cauwenberghe, ondervoorzitter van de VLIR, vraagt zich zelfs luidop af of die datum wel gehaald kan worden.
Doopvont
Marc Vandewalle, kersvers secretaris-generaal van de VLHORA, geeft aan dat er nog geen reden tot paniek is - hoewel de zaken spoedig moeten worden aangepakt: "De vzw VLUHR zou wel op tijd boven de doopvont moeten kunnen worden gehouden. Op dat moment zal er echter nog niet echt sprake kunnen zijn van een samensmelting van de VLIR en de VLHORA zoals aanvankelijk de bedoeling was. Concreet zouden die laatste twee raden gewoon hun taken voortzetten, terwijl de VLUHR met de bevindingen en resultaten van die raden een aanspreekpunt zou vormen voor de overheid."
Deze manier van werken is conform het decreet. Letterlijk wordt er immers enkel gezegd dat vóór eind 2009 een vereniging zonder winstoogmerk opgericht moet worden waarvan de statuten moeten voldoen aan de in het decreet bepaalde voorwaarden. De sceptici die in de VLUHR enkel een zoveelste overkoepelende organisatie zien, krijgen toch ongelijk: tegen 2012-2013 moet immers ook de integratie van de VLHORA en de VLIR een feit zijn.
Hier en daar klinkt er wel al kritiek op de nieuw op te richten VLUHR. De studenten hebben een probleem met de volgens hen niet voldoende democratische samenstelling van de nieuwe raad. Julie De Fraeye, voorzitster van de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) vreest vooral dat de studenten overgeslagen zullen worden. "Als de aanwezigheid van studenten in de geledingen van de VLUHR niet wordt geformaliseerd, lijkt het ons niet ondenkbaar dat ze ons zullen 'vergeten'. We eisen niet eens een stem in de geledingen, maar omdat we ons als student een integraal onderdeel van het hoger onderwijs voelen, vinden we het normaal dat we ook toegang kunnen krijgen tot de raden waar er over dat hoger onderwijs wordt beslist."
Toegang
Toch stelt Julie dat het momenteel aan de studenten zelf is om te bewijzen dat ze het waard zijn om in alle overleg- en adviesorganen te zetelen. "Als de relaties met de hoger onderwijspartners beter zijn en ze ons serieus nemen, dan zal het ook gemakkelijker zijn om toegang te krijgen tot de verschillende vergaderingen."
Rector Van Cauwenberghe lijkt alvast de deelname van de studenten vanzelfsprekend te vinden. "Bij ons op de universiteit hebben de studenten ook overal een vertegenwoordiger. Ik zie niet in waarom dat op de VLUHR anders zou moeten zijn. Ik ga alvast met genoegen samenzitten met de studenten."
Dit artikel verscheen op maandag 16 november 2009 in nummer 08 van jaargang 36.