30 30 30 van Jee Kast

"Modernisering van kleinkunst"

Jee Kast is dichter, performer en duivel-doet-al op het kruispunt tussen rap, theater en poëzie. De komende maanden doorkruist hij de lage landen onder de vlag '30 30 30'. Wat dat precies inhoudt, kan hij beter zelf uit de doeken doen.

Geert Janssen

@@DERTIG.jpg

foto: Jeroen Deblaere

Jee Kast: «Ik zag dat ik in de winter heel weinig optredens zou hebben. Ik moet toch bezig blijven dus heb ik 30 30 30 bedacht. Dat wil zeggen dat ik dertig huiskameroptredens ga doen tussen 30 oktober en 30 maart. Elk optreden duurt minstens 30 minuten. Ik speel voor de hoed (vrije bijdrages, red.), maar ik hoop dat er telkens minstens 30 euro in de hoed zit. Als er minder in zit, hoop ik dat de gastheer bijpast zodat ik de reisonkosten terug heb.»

«Voorlopig heb ik vijftien boekingen en ben ik drieënhalve week bezig. Vanavond moet ik naar Tessenderlo. In zeker opzicht is 30 30 30 best wel afzien. Ik sta naakt, ik sta alleen. Ik kom bij de mensen thuis en voel me soms een indringer. Het kan heel persoonlijk worden.»


Veto: U omschrijft uw optredens als concerten, wat uitzonderlijk is in de poëzie.

Kast: «Ik werk regelmatig samen met een contrabassist en een pianist. De pianist heeft gestudeerd aan het Lemmensinstituut en de contrabassist is de vader van Tim Vanhamel, Fons Vanhamel. Samen hebben we een voorstelling van iets langer dan een uur. Dat is echt een concertformule. Ik zeg niet dat ik kan zingen, maar sommige dingen die ik doe neigen naar rap.»

«Mensen vragen mij altijd hoe wat ik doe omschreven moet worden. In het Engels heb je spoken word en poetry slam. Misschien moet ik zo arrogant zijn te stellen dat het een modernisering is van kleinkunst. Het zit tussen voordracht en theater in. Soms zijn er grappige dingen, soms vertel ik echt een verhaal. Maar niet elk optreden van mij is een concert.»

Lowlands


Veto: Hoe bent u begonnen met poëzie en optredens?

Kast: «Vlak na mijn studies heb ik een paar internationale jeugdkampen gedaan. Ik heb daar gemerkt dat poëzie werkt bij de jeugd. Ik heb een bundel geschreven met grafisch werk erbij. De uitgeverijen verwezen mij door naar stripuitgeverijen. Die wisten niets van poëzie, behalve dat het verlieslatend is. Ik ben in Nederland beginnen meedoen aan poetry slam-wedstrijden. Dat was wel leuk. Na mijn zesde optreden werd ik gevraagd voor Lowlands (de Nederlandse tegenhanger van Pukkelpop, red.). Dat bleek een marquee te zijn met een tribune voor 1.200 man en die zat stampvol. In Nederland heb je echt een circuit van poetry slams. Er zijn poetry slammers die klankpoëzie maken, maar er zijn er ook die geschreven poëzie zodanig weten te brengen dat de luisteraar mee is. Ik doe nog iets anders. Ik probeer met heel eenvoudige, toegankelijke taal poëzie te maken die toch mensen kan raken.»


Veto: Ziet u wat u doet als iets dat apart staat van de mainstream literatuur?

Kast: «Aan de ene kant wel, maar aan de andere kant zijn we allemaal bezig met taal. Daar kan je mooie dingen mee doen, die zowel gelezen als gehoord kunnen worden. Soms is het zelfs interessanter als ze gehoord kunnen worden.»

http://www.jkast.be

Dit artikel verscheen op maandag 23 november 2009 in nummer 09 van jaargang 36. - Disclaimer