Heilige huisjes (3): Ruth Sneyers

"Ik sta ook wel eens zat op de dansvloer"

Het zijn barre tijden voor de ware christen. Verguisd door vriend en vijand blijven ze de Heiland trouw tot het bittere eind. Of is het niet zo eenvoudig? Ruth Sneyers is eerstejaarsstudente Geneeskunde en evangelisch christen.

Sarah Van Bulck, Marieke Brugnera & Jelle Dehaen

@@HUIS.jpg

foto: Christine Laureys


Veto: Wat geloof jij eigenlijk?

Ruth Sneyers:«Ik ben een evangelisch christen. De kerk waar ik heen ga, telt zo'n 120 leden. Ik ga er sinds ik een jaar of vijf was. Onze vieringen zijn veel vrolijker dan de katholieke diensten. Ook zijn ze niet zo strikt: iedereen kan er mee doen waar hij zin in heeft. De relatie die ik met God heb, is bovendien echt persoonlijk.»

Veto: Hoe kan je nu een persoonlijke band hebben met iemand die je nog nooit zag?

Ruth: «Toch is het zo! Ik praat met God zoals ik met jullie praat. Je kan Hem dan ook beschouwen als een hele goed vriend, al antwoordt Hij niet. Hoewel. Er zijn zoveel tekens in mijn leven die me doen denken dat hier toch iets goddelijk achter moet zitten. Zo wist ik vorig jaar niet wat ik wilde gaan studeren. "God," bad ik toen, "als u wil dat ik dokter word, laat mij dan slagen voor het ingangsexamen." En voilà, ik was er door. Nu word ik dus arts.»

«Ook wij weten natuurlijk niet zeker dat God bestaat. Maar doorheen de dingen die er dagelijks gebeuren, voel ik toch een soort voorzienigheid. Of ik lees een Bijbelcitaat dat een antwoord op mijn vraag biedt. God in die kleine dingen aan het werk zien, geeft me een gevoel van troost.»


Veto: Geloof staat in jouw leven duidelijk centraal. Vind je het dan niet moeilijk te merken dat niet iedereen gelovig is?

Ruth: «Op zich heb ik daar helemaal geen problemen mee. Ik heb bijvoorbeeld geen moeilijkheden om met niet-christenen om te gaan. Met mijn ongelovige vrienden ga ik niet anders om dan met mijn christelijke kameraden. Ik merk wel dat de vriendschappen anders zijn. Als ik liefdesverdriet heb, zal een ongelovige vriendin me totaal anders troosten dan een christen. Die betrekken in hun antwoord altijd God en zeggen dan bijvoorbeel dat het Gods plan was dat het niet met deze jongen gelukt zou zijn...»

Seks

«Ik vind het soms wel moeilijk te merken dat ongelovige vrienden zoveel missen. Tegenover onbekenden kan ik dat makkelijker relativeren. Maar bij vrienden vind ik dat wel al eens spijtig.»


Veto: En in relaties? Zou je kunnen trouwen met een niet-christen?

Ruth: «Neen. Mijn geloof is echt een deel van mij. Een relatie is niet vrijblijvend. Ik zou niet kunnen samenleven met iemand die mijn geloof niet deelt. Hij zou me nooit ten volle kunnen begrijpen. Zo hebben wij bijvoorbeeld het principe van geen seks voor het huwelijk. Het zou vreselijk moeilijk zijn dat uit te leggen aan een jongen die niet gelooft.»


Veto: Dat op zich kan toch niet onoverkomelijk zijn?

Ruth: «Dat is misschien waar. Maar het zou wel erg moeilijk zijn. Wij hebben geen seks na een week, maar ook niet na twee jaar. Ik wil echt wachten tot de nacht waarin ik getrouwd ben. Dat vind ik zelf soms al vervelend. Ik twijfel ook regelmatig aan het principe, want nergens in de Bijbel wordt letterlijk vermeld dat je geen seks mag hebben als ongetrouwde. Maar ik denk dat het al bij al een goed principe is, waar ik me aan wil houden.»


Veto: Is dat het enige waarin je botst met de meer seculiere maatschappij?

Ruth: «Nee, er zijn zeker nog dingen. Het hangt ook een beetje van gemeenschap tot gemeenschap af. In sommige gemeenschappen gaan de vrouwen bijvoorbeeld niet meer werken nadat ze een kind gekregen hebben. Er zijn ook soms vrouwen die tijdens de vieringen een hoofddoek dragen, want er bestaat een oude wet die dat voorschrijft. Onze gemeenschap doet dat allemaal niet, maar dat wil niet zeggen dat ik daar op zich tegen ben.»

Tattoo


Veto: Jullie leven dus echt naar de Bijbelse regels?

Ruth: «Dat proberen we in principe te doen, hoewel ook ik het niet met alles eens ben. Het probleem is dat de voorschriften zelden ondubbelzinnig duidelijk zijn. Zo zegt een wet uit Korinthe dat het lichaam een tempel van God is. Op basis daarvan is uitgemaakt dat piercings en tattoos niet mogen. Zelf vind ik dat een tattoo of piercing het lichaam niet onteert. Daar hebben we thuis dan wel discussies over, want ik wil graag een tattoo.»


Veto: In hoeverre vind je dat je anders bent dan je medestudenten?

Ruth: «Niet! Oké, ik geloof. Maar dat zie je niet aan mijn gezicht. Op zich is er geen verschil, denk ik, maar ik probeer me wel zo te gedragen als het een goede christen betaamt. Als ik nu over straat zou lopen met een minirokje en een decolleté van hier tot ginder zou ik niet meteen authentiek overkomen, toch? Anderzijds zijn wij ook maar mensen. Ik sta ook wel eens zat op de dansvloer, zelfs al stel ik me daar dan vragen bij. Het is niet omdat je in Jezus gelooft, dat je ook niets meer fout doet.»

Dit artikel verscheen op maandag 23 november 2009 in nummer 09 van jaargang 36. - Disclaimer