Tortoise in STUK

Tapdansen over binnenhuisarchitectuur

Een wijs man stelde ooit dat praten over muziek is als dansen over architectuur. Heden voegen wij daar graag aan toe dat schrijven over muziek is als tapdansen over binnenhuisarchitectuur. Zelden zijn wij ons bewuster geweest van de beperkingen van onze woordenschat dan na het optreden van Tortoise afgelopen vrijdag in STUK.

Geert Janssen & Bet Bosselaers

Tortoise speelt postrock. Wat postrock precies is, weet geen hond. Het is een passe-partoutterm waaronder een klein legioen van rockgroepen valt met als enig gemeenschappelijk kenmerk dat ze instrumentale muziek maken. Muziek die een specifieke sfeer schept en soms haast naar het transcendente neigt. Binnen het genre is Tortoise een van de bekendste en beste groepen, maar dat zullen ze zelf nooit toegeven, humble bastards. Na het concert konden wij percussionist en toetsenist Dan Bitney strikken voor een korte babbel in benevelde toestand. Bitney is immers een whiskyliefhebber.

Aggressive stuff

We vragen ons af waarom Tortoise in godsnaam nog zo bescheiden is na bijna twintig jaar. "Een band moet vooral duurzaam zijn," aldus Bitney. "Wij overleven al zo lang omdat we verschillende ideeën hebben en de creativiteit onder alle bandleden verdeeld is. Wij zijn geen band die acht maanden bestaat en elkaar dan haat. Our attitude allows us to survive: wij kennen en begrijpen elkaar."

In hun beginperiode was Tortoise een ware revelatie, maar de groep leeft niet in het verleden. "It's all about now! De muziek uit de jaren tachtig was anders en wij wilden iets creatiefs doen, vanuit een eerder abstracte relatie met muziek. Er heerste een bepaalde state of mind: ingaan tegen wat er gebeurde, zoals golven van een oceaan. De esthetiek van muziek is veranderd: mensen begonnen te reageren tegen dingen, zoals punkrockers."

"Het innovatieve van Tortoise was niet het feit dat we zonder vocals werkten, maar dat we luide gitaarherrie wilden spelen. We baseerden ons op verschillende genres, gaande van Amerikaanse jazz tot dub reggae. We begonnen nogal laidback, maar probeerden ook aggressive stuff uit, wat natuurlijk leuker is om te spelen," vindt Bitney.

Pimpmomenten

De vijf bandleden betraden vrijdagavond het podium van STUK alsof ze op voorhand hun ego's hadden afgezet. De klasbakken hielden constant oogcontact om elkaar zo alle kans te geven de muziek te laten shinen. Tortoise is meer dan de som der delen. Naast klassiekers als bas, gitaar en drums stonden op het podium ook een synthesizer, een marimba, een xylofoon en een tweede drumstel. Niet alle instrumenten werden in elk nummer gebruikt en de wissels tussendoor hielden het optreden mijlen ver weg van eenvormigheid.

Wat we te horen kregen was epische muziek met een hoge emotionele geladenheid die nergens - maar! dan! ook! nergens! - bombastisch werd. Nummers duurden niet zelden tien minuten en kregen zo alle tijd om zich te ontwikkelen. Twee à drie gedaanteverwisselingen, facelifts en pimpmomenten per liedje waren geen uitzondering.

Tortoise speelde een dik uur en biste een kwartier, maar nog was de zaal niet tevreden. Een tweede bisronde werd luidruchtig afgedwongen. Voor dit soort optredens is het woord 'triomftocht' bedacht.

Dit artikel verscheen op maandag 23 november 2009 in nummer 09 van jaargang 36. - Disclaimer