maandag 30 november 2009 - jaargang 36 - nummer 10
K.U.Leuven organiseert infomoment voor allochtone jongeren
"We gaan niet achter feiten en trends aanhollen"
Ze zijn zo goed als onzichtbaar aan de alma mater, studenten van allochtone origine. Zelfs de universiteit beschikt niet over voldoende betrouwbare cijfers om zich een beeld te kunnen vormen van hun aantal. Nochtans vormen allochtonen een specifieke doelgroep waar de K.U.Leuven zich op richt in haar diversiteitsbeleid.
Ruben Bruynooghe
Vorige week zondag organiseerde de K.U.Leuven voor de eerste keer dit academiejaar een infomoment voor allochtone ouders en hun kinderen. Voor het burgerlijke jaar 2009 zit de K.U.Leuven al aan een stuk of twintig infomomenten. Met een opkomst van veertig Nepalese ouders en kinderen mag de universiteit best tevreden zijn. Toch blijkt dat er heel wat werk verricht moest worden om deze veertig aanwezigen te bereiken. An Moerenhout, verbonden aan de dienst communicatie van de universiteit en verantwoordelijk voor de organisatie van de instroom van allochtone studenten, vertelt: "Het feit dat we ons nu bij elke infosessie concentreren op een bepaalde taalgroep en de informatie dan ook in die taal geven, maakt dat de drempel een stuk lager ligt. Toch blijft het een intensief werk om de doelgroepen te bereiken. De mensen die nu aanwezig waren hebben we allemaal stuk voor stuk persoonlijk aangesproken om langs te komen. De advertenties die we in de kranten - waaronder ook twee Nepalese kranten - hebben geplaatst en de posters die we verspreid hebben, lijken minder effect te hebben."
De Leuvense schepen van onderwijs, Mohamed Ridouani (sp.a.) meent dat de universiteit in een lege vijver vist. Volgens hem is het te laat om allochtone jongeren pas in het secundair warm te maken voor hoger onderwijs, "de sensibilisering moet al tijdens de peuterjaren komen". Moerenhout begrijpt die kritiek wel, maar wijst erop dat je op die manier enkel de tweede generatie allochtonen bereikt. "Moet je dan een kind dat op zijn achtste naar België emigreert zomaar opgeven?"
Multiculturalisme
De aanmoediging van de instroom van allochtone jongeren kadert in een project dat goeddeels gefinancierd wordt door een fonds van de Vlaamse overheid. Johanna Huys is promotor van dat project dat al loopt sinds één september 2008. Volgens haar is het te vroeg om nu al resultaten te zien in de vorm van een verhoogde inschrijving van allochtone studenten. Bovendien zou het aantal studenten van nu niet eens kunnen vergeleken worden met de vorige jaren bij gebrek aan betrouwbare cijfers. "We zien wel al resultaten in de scholen waarmee we samenwerken. Zij kennen ons ondertussen en weten dat we een actief diversiteitsbeleid voeren." De reden waarom de K.U.Leuven - daar gaat men toch van uit - minder allochtone studenten aantrekt dan de andere universiteiten ligt volgens Huys in het feit dat de omgeving van Leuven minder te maken heeft met multiculturaliteit. "Antwerpen, Brussel en Limburg bijvoorbeeld zijn al veel langer geconfronteerd geweest met de aanwezigheid van allochtone studenten in het secundair onderwijs. Die hebben dan ook al langer de nodige contacten met de allochtonen kunnen leggen."
Het feit dat het de universiteiten zijn die de jongeren aanmoedigen om deel te nemen aan het hoger onderwijs en niet de overheden creëert volgens Huys geen concurrentie op een markt waar geen concurrentie zou moeten zijn. "Wij geven vooral algemene informatie over het hoger onderwijs. Wij trekken bijvoorbeeld ook naar West-Vlaanderen terwijl we goed weten dat het grootste deel daar naar Gent gaat trekken. Toegegeven, we wijzen de studenten ook op onze open lesweken en infomomenten, maar we blijven natuurlijk een private instelling."
Professor Johan Leman, hoogleraar aan de K.U.Leuven bij het Centrum Interculturalisme, Migratie en Minderheden, maar ook bekend als voormalig directeur van het centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding stelt vast dat de K.U.Leuven haar acties om allochtone jongeren aan te trekken veel gerichter moet uitwerken dan momenteel het geval is. "De realiteit is dat Brussel en Antwerpen een traditie opgebouwd hebben rond het aantrekken van allochtone studenten. De K.U.Leuven mag dat niet gewoon willen overdoen, maar moet zich willen positioneren als een universiteit die de betere studenten tussen hen onder zijn publiek wil tellen. Bovendien zijn er twee categorieën van potentiële studenten, namelijk de nieuwkomers en de jongeren afkomstig uit meer traditionele migraties. De strategieën om jongeren uit beide kringen aan te trekken zijn niet dezelfde." Als opmerking voegt Leman er nog aan toe dat de K.U.Leuven zich eigenlijk al veel vroeger had moeten toeleggen op het aantrekken van allochtone studenten. "Een vrije universiteit heeft immers het voorrecht dat ze een zeer toekomstgerichte en zeer competitieve agenda kan opbouwen. Je bent geen vrije universiteit om met jaren vertraging achter de feiten en trends aan te hollen, maar precies om heel snel op evoluties te kunnen inspelen en zelfs te durven anticiperen. Anders kan je even goed een staatsuniversiteit worden."
Dit artikel verscheen op maandag 30 november 2009 in nummer 10 van jaargang 36. - Disclaimer