'En zo werd het toch nog gezellig' van Lazarus

"Gij doet uw ding, ik doe mijn ding"

Wij zijn oud genoeg om vrienden van vroeger te hebben. Met die vrienden spreken wij liever niet meer af, omdat er tijdens die afspraakjes toch alleen maar herinneringen worden opgehaald in afwachting van dat vreselijke: "En wat doet ge nú?" Dat zijn geen gezonde vriendschappen, dat soort banden knip je maar beter meteen door. Alhoewel, het toneelcollectief Lazarus bewijst dat zelfs het meest ontgoochelende weerzien nog iets kan opleveren. En zo werd het toch nog gezellig, afgelopen maandag in STUK.

Geert Janssen

Regisseur Remy (Gunther Lesage) en zijn poulain en steracteur Jonas (Jonas Van den Brande) hebben elkaar jaren geleden ingeruild voor een familie en een nieuwe carrièrewending. Vanavond zien ze elkaar terug om een theatertekst door te nemen die misschien tot een nieuwe samenwerking zal leiden. Remy arriveert als eerste. Hij is zenuwachtig, inspecteert de zaal en zorgt ervoor dat er niets fout kan lopen. Remy is een schmuck eerste klasse en doet ons meteen aan Mr. Bean denken. Jonas blijkt zijn absolute tegenpool te zijn: een vlotte, luidruchtige kerel in een leren jekker. Een verzorgd hoopje ego.

Deze personages zijn weinig geloofwaardig. Remy is een gevierd toneelregisseur met vijfentwintig jaar ervaring, maar loopt over het podium als een schlemiel die nog nooit een zaal van binnen heeft gezien. Hij krijgt de opzet van zijn nieuwe stuk niet uitgelegd en kan niet antwoorden op de meest simpele vragen over de financiering. Jonas gedraagt zich de eerste minuten zo houterig dat wij niet eens geloven dat de man die hem speelt zelf wel een acteur is. De twee maken voor de hand liggende grappen, die ook nog eens irritant lang worden uitgesponnen. De heren agree to disagree: "Gij doet uw ding, ik doe mijn ding."

Theaterkritiek

Onder normale omstandigheden zouden wij op dit punt achterover gaan hangen in die verrekt ongemakkelijke stoeltjes van de Soetezaal, zouden wij de ogen sluiten en onszelf beklagen over een avond die wij nooit meer terugkrijgen. Maar om één of andere reden komen de twee met zoveel ongein verrassend goed weg. Meer nog: ze winnen zelfs onze sympathie. Zodra Remy en Jonas eindelijk aan de lezing van het stuk beginnen - we zitten dan al flink over de helft - krijgen we ook de donkere, interessantere kant van de vriendschapsmedaille te zien. De gespeelde zenuwachtigheid maakt plaats voor grappen van een hoger niveau. Het laatste halfuur van En zo werd het toch nog gezellig is zelfs verpletterend goed.

Omdat het toneelstuk theater, metatheater en metametatheater tegelijk wil zijn, ontsnappen we op dit punt niet aan een verplicht rondje theaterkritiek. Er wordt tekeergegaan tegen toneelopleidingen en tegen het publiek, dat zich niet eens meer de moeite getroost om zich deftig op te kleden voor een voorstelling. Toegegeven: wij zaten er ook maar in jeans en T-shirt. Bovendien had onze gezelschapsheer zich niet geschoren.

Terug in het hoofdverhaal worden er aanvankelijk nog mooie anekdotes van vroeger opgehaald, maar langzaamaan glijden de pogingen van Remy om de oude vriendschap te herstellen af naar een beklemmende climax. De relatie tussen de twee mannen, voor zover die nog bestond, lijkt geen lang leven meer beschoren. Maar als het niet meer goed komt, kan het hopelijk toch nog gezellig worden. Lazarus brengt ons anderhalf uur hit and miss theater, maar uiteindelijk liggen er meer ballen in de korf dan ernaast.

Dit artikel verscheen op maandag 30 november 2009 in nummer 10 van jaargang 36. - Disclaimer