De terreur van de buitenlandervaring


Zullen we het nog eens over Erasmus hebben? Liever niet? Ik begrijp het. U hebt al lang uw mening gevormd. U vindt het één groot feest op kosten van de overheid of u loopt - nog koortsig van uw eigen Erasmus - overal te verkondigen dat een buitenlandervaring een absolute must is. U bent immers teruggekomen met aangedikt zelfvertrouwen en een ruimdenkend hoofd.

De overheid zelf hoort natuurlijk liever die laatste mening. De wereld is een dorp, de toekomst ligt internationaal. Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet zet ons binnenkort massaal op het vliegtuig en voert ons ver weg van mama, papa, vriendjes en vriendinnetjes. In zijn beleidsnota van 26 oktober kondigde hij aan dat "zoveel mogelijk studieprogramma's van de tweejarige masteropleidingen een ingebouwde studieperiode of periode van werkplekleren van minstens drie maanden in het buitenland zullen moeten bevatten." U blijft liever in Leuven? Helaas.

In de Veto van 9 november leren we dat onze vicerector Onderwijsbeleid, Ludo Melis, het 'mooi' vindt om iedereen naar het buitenland laten vertrekken, al krijgt de man een financiële nachtmerrie als hij denkt aan de uitvoering van dat 'mooie' puntje uit de beleidsnota. Op de achterpagina van diezelfde Veto geeft Standaardfotograaf Michiel Hendryckx wel erg veel hints. Ik raad dat Hendryckx geen fan is van de overgestimuleerde buitenlandervaring: "Ik ben tegen de democratisering van de samenleving. Je moet niets nog zelf ontdekken. Mensen worden als vee in een bepaalde richting geduwd."

Willen we wel allemaal naar het buitenland? Natuurlijk niet. Moeten we allemaal naar het buitenland? Ik betwijfel het. Laat de student die er zin in heeft maar een degelijke motivatiebrief schrijven. Laat hem of haar vertrekken zonder geveld te worden door onaanvaardbare kinderziektes zoals een chaotische erasmuscoördinator à la Roger Janssens. Geef de student die twijfelt tips bij het vormen van een lijstje met pro's en contra's waardoor hij of zij in eer en geweten kan beslissen de grens over te steken of juist niet. Maar laat de student die liever in Leuven blijft in zijn of haar waardigheid.

In het leven heb je nachtraven, waterratten en huismussen. Avonturiers en thuisblijvers. De huismus kan probleemloos een letterkundige of een arts worden die een mooie bijdrage levert aan onze maatschappij. Is het niet ongelooflijk jammer als de bekwame en gemotiveerde student vandaag verzucht: 'Pfff, ik moet nog naar het buitenland'. Mag Erasmus een bewuste en persoonlijke keuze blijven? Een droom die werkelijkheid wordt?

Internationalisering is meer dan studenten een schop onder de kont geven als ze niet graag naar het buitenland gaan. Het is voortmaken met die Europese Unie, het is het gezag van internationale organisaties vergroten, het is als maatschappij inspiratie halen uit de werking van andere samenlevingen, op vlak van onderwijs bijvoorbeeld. Belgische universiteiten zijn nog steeds erg ex kathedra en de studenten hier zijn echte cursusvreters.

Hoeveel studenten moeten nog naar het buitenland gezonden worden om dit soort gebrek aan dynamiek weg te werken?

Zelf maakte ik twee jaar geleden mijn lijstje met pro's en contra's en uiteindelijk vertrok ik naar Frankrijk. Natuurlijk heb ik daar gefeest en mijn culturele horizon verbreed. Ik hoop alleen niet dat ik vertrokken ben om niet te moeten uitleggen waarom ik thuisbleef.

Nele Dobbelaere

De auteur van dit opiniestuk heeft last van haar otolieten. Dat zijn korrels boven uw gel.

Dit artikel verscheen op maandag 30 november 2009 in nummer 10 van jaargang 36. - Disclaimer