Nieuw allocatiemodel K.U.Leuven

Biomedische grote winnaar

Een universiteit draaiende houden kost geld, véél geld. Wie precies wat krijgt aan de K.U.Leuven is meer dan eens een punt van discussie. Een discussie die de voorbije weken opnieuw is gevoerd en vandaag, maandag, afgerond zou moeten worden in de Academische Raad.

Ruben Bruynooghe & Maud Oeyen

Het geld van de K.U.Leuven komt binnen via onder andere inschrijvingsgelden van studenten, bedrijfsfinanciering en niet het minst via overheidssubsidies. Eens dat geld in de grote universiteitspot zit, moet het echter intern herverdeeld worden over de verschillende universiteitsstructuren, in de eerste plaats over de drie verschillende universiteitsgroepen. De verdeelsleutel, officieel 'het allocatiemodel', is geen permanent gegeven. Het huidige model werd zes jaar geleden ingevoerd; de universiteit achtte de tijd nu rijp voor aanpassingen. Belangrijkste aanleiding daarvoor is het financieringsdecreet dat de geldverdeling over alle Vlaamse universiteiten bepaalt. De parameters die voor die verdeling gebruikt worden, zouden in de ogen van de universiteit ook intern mogen gelden.

Mattheüs

In vergelijking met vroeger houdt die nieuwe verdeling meer rekening met onderzoek. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat universiteitsgroepen die kwantitatief de meeste papers publiceren ook meer geld zouden krijgen. Enkele decanen vrezen daarbij wel voor een mattheüseffect. Groepen en departementen die focussen op onderzoek krijgen sowieso al externe financiering voor (of door) het onderzoek dat ze voeren. Wanneer dat onderzoek ook nog eens extra beloond wordt door de overheid, worden die departementen nog rijker.

Dit betekent een structureel nadeel voor de Groep Humane Wetenschappen, die in vergelijking met de andere groepen sowieso al minder aanwezig is op onderzoeksvlak. Daarnaast beschikt deze groep ook (nog) niet over een sluitend systeem om het aantal publicaties te tellen, waardoor ze naast potentiële inkomsten grijpt.

Toch hoeft de Groep Humane Wetenschappen niet meteen te vrezen voor haar financiering. De grote studentenaantallen leiden tot een compensatie voor de inkomsten die ze misloopt wegens haar gebrek aan onderzoek: de groep zal er dan ook niet op achteruit gaan. De Groep Wetenschap en Technologie komt echter als het minst omvangrijk uit de telling. Karen Maex, vicerector van deze groep, zegt het zo: "Wij zijn van oudsher een groep met veel onderzoek en weinig studenten. Dat zorgt ervoor dat onze groep ook gevoeliger is voor de financiering dan de anderen. Toch mag de achteruitgang die we maken tegenover het vorige allocatiemodel niet gedramatiseerd worden. Per slot van rekening heb ik in het College van Bestuur ook mee dit model, omwille van zijn financiële logica en transparantie, goedgekeurd."

Winnaar

De Groep Biomedische Wetenschappen zou uiteindelijk de grote 'winnaar' zijn in het voorgestelde nieuwe allocatiemodel. Dat is logisch wanneer men kijkt naar het aantal studenten en de gemiddelde kost van een opleiding, rekening houdend met het grote aantal labo's en met de praktijklessen die de studenten uit de Groep Biomedische Wetenschappen moeten doorlopen.

Doordat onderzoek zwaar doorweegt bij het toewijzen van de middelen, bestaat het risico dat binnen de verschillende groepen ook meer middelen aan onderzoek besteed zullen worden. Het is dan ook onduidelijk hoe de extra kosten aan onderwijsomkadering opgevangen zullen worden in alle faculteiten. Vorig jaar nog weigerden de decanen de vervroegde examenplanning in te voeren omwille van een gebrek aan middelen op dat vlak.

Dit artikel verscheen op maandag 7 december 2009 in nummer 11 van jaargang 36. - Disclaimer