Marijke Pinoy speelt 'Apenverdriet'

Het decor draait!

Roterende decors. Je treft ze aan in Sportpaleizen en andere grote stadions. Niet in toneelhuizen en schouwburgen, dacht u. Denk opnieuw, lezers, voortaan zie je ze ook tijdens een stuk van Compagnie Cecilia: 'Apenverdriet'. Marijke Pinoy, die in het stuk de rol van een vrouw die op een kruispunt in haar leven staat, vertelt over het ontstaansproces van het stuk.

Jeroen Deblaere

@@APEN.jpg

foto: Sophie Verreyken

Apenverdriet is een stuk dat draait om de ontmoeting tussen twee vrouwen. Een jongedame - door Winne Dierickx - en Juliette, een ietwat oudere vrouw - door Marijke Pinoy - ontmoeten elkaar op het feest van Juliette. Al snel blijkt dat het beide vrouwen niet voor de wind gaat. Juliette zit vast in haar routineuze leven en de relatie met haar dochter is verzuurd. Ook de jongere vrouw staat op een vreemd punt in haar leven. Ze vraagt zich af of haar bestaan wel zinvol is. Bovendien valt de band met haar moeder niet bepaald goed te noemen. Zij vertoeft in Spanje en wil haar dochter liever niet meer zien.

Het 'verhaaltje' kan je goed of slecht, interessant of saai, origineel of oubollig vinden, de uitvoering getuigde in elk geval van een grote klasse. Niet enkel de acteerprestaties waren op niveau, het volledige kader stak haarfijn ineen. Zo was er een choreograaf betrokken bij het maakproces van het stuk, die ervoor zorgde dat de actie van puur acteren af en toe oversloeg in een dans. Het gaf - in samenspel met het draaiende decor - heel goed weer hoe beide personages zich tot elkaar verhouden en wat voor spanning en interactie tussen hen beiden plaatsvond.

Het eerder aangehaalde podium kon dus ronddraaien en dat zorgde voor een fantastisch spel met ruimtes. Er waren drie kamers en een gang die - net zoals in een echt appartement - allen toegankelijk waren. Om de actie te kunnen tonen aan het publiek, kon het podium dus draaien. De twee kleine kamers waren zeer interessant, omdat de personages zeer dicht bij elkaar stonden en in die besloten ruimte met regelmaat tot uitbarsting kwamen. Om kort te gaan: het was een boeiend stuk.


Veto: Hoe ontstaat een stuk van Compagnie Cecilia?

Pinoy: «Als we werken voor een onbewerkt stuk, zoals met Apenverdriet, dan steken we daar héél veel tijd in. Dan lezen we daar veel voor, we praten heel veel en we vertrekken vanuit een héél kleine basis. Nu was dat de monkey puzzle tree. Dat is een boom die in de jaren zeventig in heel veel villa's stond. Het is een boom waar zelfs apen niet in kruipen omdat dat te veel pijn doet.»

«We bekijken ook heel veel films. Nu was dat bijvoorbeeld de Italiaanse cinema met Ingrid Bergman. Daarnaast gebruiken we ook fotoboeken en foto's die niets te maken hebben met waarmee we bezig zijn. Dat kan ook niet: er is nog niets.»

«Vanuit dat materiaal beginnen we dan te improviseren, met echt héle lange sessies. Dat doen we weken aan een stuk. Arne (Sierens, de regisseur van het stuk, red.) schrijft dan alles neer wat we doen.»

«Uiteindelijk dringt het verhaal zich min of meer op. En dan beginnen we dramaturgisch te selecteren. Want er zijn natuurlijk een heleboel zaken die niet meer relevant zijn, scènes die niets te maken hebben met die improvisatie. Arne neemt dat naar huis, stelt een aantal dingen voor en dan bekijken we dat samen.»

«We hebben ook een choreograaf gevraagd, deze keer, die is bezig met Japanse bewegingen. Hem hebben we gebruikt om elkaar lichamelijk te vinden. Steunen op elkaar zonder te vallen. En als je al valt, dat het dan geen pijn doet.»


Veto: Beide vrouwen uit het stuk zijn heel eenzaam. Ontstaat zoiets ook pas achteraf?

Pinoy: «Ja, natuurlijk. We stellen niet voorop dat we twee eenzame vrouwen gaan spelen. Als je improvisatietoneel speelt zoals dat hier gebeurt - en dat is echt wel zo - dan neem je véél meer mee op scène dan normaal. Dan breng je dingen mee die je op dat moment raken. Het maakt niet uit van waar je vertrekt, het gaat altijd vanuit dat raken, dat mededogen. Je wil dingen losmaken. Dat sluit wel aan bij die eenzaamheid, denk ik.

Hel


Veto: Welke rol speelt het decor?

Pinoy: «Dat is een derde personage, dat ademt mee. Dat rood ook, symbool van de hel, van het vuur, de passie, verloren passie. Het ronddraaien, ja, dat suggereert een vicieuze cirkel. Ze kunnen er niet uit. De ene vrouw wordt daar op aangesproken door de ander: "Ga hier weg, uit uw duffe appartement met uw saaie gordijnen. Gooi dat weg!" En zij zit vast, ze durft haar biotoopje niet te verlaten, dat heel onbekend terrein is.»


Veto: Er zijn ook kleinere ruimtes op het decor.

Pinoy: «Ja, het is té klein. Té klein voor die grote herinneringen en emoties. Het zijn precies apen in een kooi.»


Veto: In het stuk komen uitspraken als 'ja, de vaas moest een keer breken' vaak voor. Zogezegde banaliteiten.

Pinoy: «Ja, die kleine dingen kunnen associaties oproepen die over het leven zelf gaan, met al zijn grote en kleine problemen. De ene interpreteert dat als "Jeezes, is' t al, waarover gaat dat hier?", terwijl een ander diep geraakt is, door wat tussen de regels valt te lezen. Want wat daar staat, is vaak het wezenlijke, het essentiële. Het onuitsprekelijke en het onzegbare is vaak veel essentiëler dan waar men het dagdagelijks over heeft.»

Dit artikel verscheen op maandag 7 december 2009 in nummer 11 van jaargang 36. - Disclaimer