Capitalism: A Love Story


Twee jaar na 'Sicko' en twintig jaar na zijn eerste film, keert Michael Moore terug naar het grote scherm met wederom een documentaire over de scherpe kantjes van de Amerikaanse samenleving. Na wapenbezit, de oorzaken en gevolgen van 9/11 en het gehandicapte Amerikaanse welzijnssysteem neemt hij nu het ongebreidelde Amerikaanse kapitalisme op de korrel. Brengt de crisis het beste in Moore naar boven?

Johan Van Hellemont

Wie al eens eerder een film van Michael Moore zag, weet wat er hem of haar te wachten staat: emotionele interviews met Joe en Jane Public, amusante confrontaties met prominenten en specialisten, komische stukjes beeldarchief en de ietwat nasale bassen van Moore's licht ironische voice-over. De in het oog springende taferelen volgen elkaar in een vlot tempo op, zodat ieder stukje net lang genoeg duurt om een punt duidelijk te maken. Centraal staat steeds een aanklacht tegen Amerikaanse wantoestanden. Moore's jongste film doet geen moeite om van deze werkwijze af te wijken. De film opent met een knipoog door, aan de hand van beelden uit een gedateerde docu, de VS te vergelijken met het oude Rome.

In de twee uren die daarop volgen, wordt een selectie van de ergste uitwassen van het Amerikaanse financiële systeem geëtaleerd, waaronder bedrijven die levensverzekeringen innen op hun overleden werknemers en een tuchthuis voor jonge delinquenten, dat gerund wordt als een winstzoekend bedrijf. Wederom is de selectie van het materiaal erop gericht zoveel mogelijk verbazing, gelach en schaamte op te wekken.

Roulette

Door in te zoomen op de meest frappante praktijken en voorvallen uit de recente financiële geschiedenis, wil de film de Amerikaanse financiële en politieke wereld het schaamrood op de wangen brengen. Moore schetst een beeld van de Amerikaanse samenleving waarin de bevolking wel een balletje lijkt op de roulettetafel van enkele rijke en machtige financiers. Via enkele uitweidingen in de geschiedenis, wil hij bovendien aantonen dat de crisis van het systeem er al langer zat aan te komen.

De enige manier - volgens Moore - om uit de huidige gang van zaken te geraken is door de kracht van het electoraat te laten gelden. Als potentieel alternatief voor het ongecontroleerde Amerikaanse kapitalisme verwijst hij naar wijlen Franklin Delano Roosevelt en diens pleidooi voor een Second Bill of Rights waarin enkele basisrechten op sociaal en financieel vlak worden gegarandeerd voor iedere burger.

vintage

Zoals bij zijn vorige films is het echter niet zozeer Moore's boodschap of goede inborst die de wenkbrauwen doen fronsen, maar de manier waarop het geheel gebracht wordt. Fans zullen zich verheugen op deze vintage Michael Moore, anderen zullen het moeilijker hebben met de soms erg eenzijdige en oppervlakkige benadering. Een totaal gebrek aan interviews met mensen die een andere mening genegen zijn, vage vergelijkingen met Europa en Japan "alwaar het beter is" en de komische acties van Moore - die de goede zaak eerder schaden dan verrijken - vormen een gebrek aan diepgang en dialoog. Uiteraard worden Moore's films aan deze zijde van de oceaan nooit alleen maar vanwege hun documentaristische waarde bekeken. Amerikaans exotisme in de vorm van cynische schadenfreude brengt, alle zware thematiek ten spijt, ook nu weer een glimlach op het gezicht.

Dit artikel verscheen op maandag 7 december 2009 in nummer 11 van jaargang 36. - Disclaimer