Jan Verheyen

"De Vlaamse film zal de wereld niet veroveren"

Spectaculaire helikopteropnames in Albanië, spannende achtervolgingen en tongkervende Albanezen. In 'Dossier K.' zocht Jan Verheyen zijn duistere kant op. Voor een misdaadregisseur ziet hij er nochtans vrij normaal uit. Dat de man geen last heeft van inkepingen in de tong, is een understatement. Verheyen is een joviale spraakwaterval; ratelend over zijn nieuwste film, Erik Van Looy en de hausse van de hedendaagse Vlaamse film.

Jeroen Deblaere & Herlinde Hiele

@@JAN.jpg

foto: Frederik Herregods


Veto: 'Dossier K.' werd in Leuven voor het eerst vertoond tijdens een 'ladies night'. Dat lijkt een vreemde keuze.

Jan Verheyen: «Het is inderdaad een beetje een atypische film voor een ladies night. De meeste van die films zijn romantische komedies. Achteraf ging ik trouwens in de zaal om te polsen wat ze ervan vonden. De meesten zijn dan heel lief, maar er waren er ook die zeiden dat het niet was wat ze verwacht hadden. Ze waren geschokt door de brutaliteit. Het is ook bij momenten een heel brutale film en eigenlijk heeft de film op de keper beschouwd een sombere toon. In die zin is dat geen evidente keuze voor een ladies night. Maar iedereen was wel echt enthousiast. Ik kan zeggen dat ik, sinds ze in alle vier de steden aan bod zijn gekomen, al iets beter slaap. Ik ben er al gerust in. Enfin, je mag dat niet zeggen. I don't want to jinx it


Veto: Zijn er ook speciale mannenavonden waarop zo'n film vertoond wordt?

Verheyen: «Dat proberen ze ook, zo'n Men at the Movies. Maar dat marcheert voor geen meter. Mannen in groep doen andere dingen dan naar de film gaan. Die gaan op café of die gaan sjotten, maar voor zoiets zijn die moeilijk te verplaatsen. Vrouwen wel. Die zijn geweldig. Op voorhand is er een heel gedoe; een braderie bijna, met kraampjes en er worden dingen verloot. Dat is echt een avondje uit en dat werkt heel goed.»


Veto: Erik Van Looy zei over 'Dossier K.': "Nog even en iedereen is 'De zaak Alzheimer' vergeten."

Verheyen: «Dat heeft te maken met de legendarische, deels terechte en deels imagogebonden, bescheidenheid van mijn vriend en collega Erik Van Looy. Ik ben heel blij met de film en je voelt dat er een consensus bestaat dat het een waardige opvolger is van De zaak Alzheimer. Hij heeft dezelfde sfeer en stijl, maar hij is natuurlijk ook anders. Dat komt door het boek, dat over iets anders gaat dan zijn voorganger. In die zin kunnen die films naast elkaar staan. Net zoals er binnen een aantal jaar misschien nog een film komt - door een andere regisseur misschien - die ook een eigenheid heeft, maar de traditie respecteert en het traject verderzet.»

Allure

«Ik denk dus dat we geslaagd zijn in ons opzet, maar dat doet uiteraard niks af van het feit dat De zaak Alzheimer een absolute mijlpaal is in de recente Vlaamse filmgeschiedenis. Het verrassingseffect vooral. Dat was de eerste on-Vlaamse Vlaamse film. Het had een soort internationale allure. Daarna is Vermist gekomen en Loft. Enfin, in Vlaanderen weten we ondertussen wel dat we dergelijke films kunnen maken. Net zoals het geen godswonder meer is dat een Vlaamse film in buitenlandse zalen verschijnt.»

«De zaak Alzheimer zal nooit de plaats die hij verworven heeft in Het Pantheon Van De Vlaamse Film moeten opgeven. Erik heeft met Loft zichzelf trouwens al overtroffen. Er is dus niets dat afbreuk doet aan de positie van De zaak Alzheimer, en ik denk dat Erik op zijn manier heeft willen zeggen dat hij blij is met Dossier K.»

paardenhoofd


Veto: Was het voor hem moeilijk om de film uit handen te geven?

Verheyen: «Hij is bij de montage betrokken geweest en daar heeft hij mij een paar beslissingen helpen nemen. Maar toen hij de film dan echt afgewerkt zag, met muziek en alles, had ik het gevoel dat hij spijt had dat hij het niet zelf had kunnen doen.»

«Het enige wat ik daarover kan zeggen is dat Erik op een bepaald moment voor de keuze is geplaatst. En dat is erg, want kiezen is verliezen. Woestijnvis had Rob Vanoudenhoven zien vertrekken, Mark Uyterhoeven is de facto op pensioen. Bart de Pauw heeft het ouderlijke huis verlaten. Ja, de echte vedetten die ze nog hadden wilden ze absoluut aan zich binden. En, om het in de stijl van de film te zeggen, they made him an offer he couldn't refuse. Zonder een afgehakt paardenhoofd in zijn bed te leggen, natuurlijk. Hij heeft toen moeten kiezen en dat contract was van die aard - niet alleen financieel, hij kreeg ook continuïteit en hij mag ook films maken voor Woestijnvis - dat hij daarvoor heeft gekozen. Het lam dat hij heeft moeten offeren voor dat contract was Dossier K. en daardoor is de film als een rijpe vrucht mij in de schoot gevallen. Ik ben zelden zo blij geweest met een exclusiviteitscontract van iemand anders.»


Veto: Vlaamse films doen het goed in Vlaanderen en op buitenlandse festivals, maar toch weet Wallonië noch Nederland veel af van de Vlaamse film. Hoe verklaart u dat?

Verheyen: «Ik ben de eerste die dat relativeert. Ik maak films voor mijn thuismarkt en de rest zien we wel. Het zou getuigen van ongelooflijke overmoed of aan het onmogelijke grenzende naïviteit om te denken dat je met Vlaamse film de wereld zal veroveren. Laat ons daar zeer duidelijk in zijn.»

«Dat is echt de mythe van Europa. Alsof er iets zou zijn als een cultureel verenigd Europa. Je hebt heel sterke nationale filmmarkten. Op het eind van het jaar, als je de top tien bekijkt, of dat nu van Noorwegen is of Griekenland, zie je overal de vijf, zes grote Amerikaanse films. Harry Potter, Ice Age 3, de echte blockbusters dus. En dan heb je in de resterende plaatsen een lokaal product. Alleen gaat dat zelden de grenzen over. Zelfs dan zitten die films in een ander circuit.»

«De echte ambitieuze, grote Vlaamse publieksfilms, genre Loft of Dossier K., die doen het eigenlijk niet zo goed in het buitenland. Zij zitten niet in dat circuit van de Studio's, waar zij de concurrentie aangaan met soortgelijke films. Neen, zij komen terecht in de Metropolissen van Stockholm of Tessaloniki. En daar draaien zij naast de Amerikaanse genrefilms - maar dan wel met Brad Pitt of Matt Damon. Je moet daar realistisch in zijn: dat is een gevecht dat je niet kan winnen.»

«Het is een moeilijke discussie, maar de succesnorm varieert van film tot film. Als ik met Los 90 000 bezoekers haal, vind ik dat heel straf. Los is een film over de minst sexy thema's die er bestaan: euthanasie en de multiculturele maatschappij. Dat is ongeveer het laatste wat je wil zien op een zaterdagavond. Ook al is dat dan vlot verpakt en tragikomisch, dan is 90.000 bezoekers echt goed. Haal ik dat met Dossier K., dan is dat een catastrofe zonder weerga. Om maar te zeggen: die succesnorm varieert. Het gekke is dat er nu heel veel films zijn die hun norm overstijgen. Als je de cijfers ziet, dan merk je dat dat heel goed is. Die films doen meer dan wat je op papier had mogen verwachten. Ik denk echt dat we in een hoogconjunctuur voor de Vlaamse film zitten en ik ben daar zeer blij mee.»


Veto: Succes is er wel, maar onder andere door de crisis ontbreken er misschien wel nog middelen?

Verheyen: «Ja, er was dat stuk in De Standaard over de Vlaamse fictie op televisie. Daar staan de budgetten geweldig onder druk. Op een bepaald moment heb je echt een kritische benedengrens, zoals we met Los Zand gezien hebben. Het gaat natuurlijk over talent en goede scenario's, maar op een bepaald moment gaat het ook over middelen. Je hebt geld nodig om iets te maken. Dossier K. zou zonder Tax Shelter (een maatregel van de Vlaamse overheid, waardoor minder belastingen betaald moeten worden voor het maken van een film, red.) niet mogelijk geweest zijn. Dat is een film die kost wat hij kost. Als je dat er zo spectaculair wil laten uitzien, dan hangt daar een prijskaartje aan. Ik kan daar niets aan doen.»

«De middelen van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) zijn wat ze zijn. Die zijn niet meegestegen met de impact van de sector. Daar moeten nog altijd moeilijke keuzes gemaakt worden. Maar ze zijn er wel in geslaagd om ervoor te zorgen dat die continuïteit er is; dat er een zeer grote diversiteit is en dat er een dynamiek is in de markt. Alleen moeten zij roeien met de riemen die zij hebben.»

«Het is natuurlijk nog altijd zo dat we moeten spreken van een bescheiden industrie. Maar de continuïteit die zich nu aandient is een nieuw gegeven. Ik herinner mij nog, toen ik moest kiezen wat ik wou gaan doen, dat er een boekje verschenen was dat heette: Wonderjaar van de Vlaamse film. Dat boekje werd gepubliceerd naar aanleiding van het feit dat in één en hetzelfde jaar maar liefst drie Vlaamse films in de bioscoop waren verschenen.(lacht) Nu is er een nieuwe generatie. Ik durf het bijna niet zeggen, stel je voor dat mijn producent dit leest, maar voor de volgende film heb ik concurrentie. Er zijn een aantal jonge wolven waarvan ik denk: eigenlijk zou dat een interessante keuze zijn.»

«Het Fonds heeft geld om acht tot tien projecten te steunen. Maar als zij een lijst maken van regisseurs die op basis van hun eerste film au sérieux genomen moeten worden, komen ze aan een lijst van 25 regisseurs. Het is bovendien ook hun taak om debuutfilms in die pipeline krijgen. Dat betekent dat iemand om de drie jaar een film kan draaien. Als regisseur blijft het dus moeilijk om enkel regisseur te zijn. Een paar uitzonderingen niet te na gesproken, waarvan er hier een zit.»

Achteraan


Wat met de combinatie van televisiefictie en films?

Verheyen: «Ja, ik blijf dat zeker graag doen. Ik heb me heel goed geamuseerd met Vermist. Voor zoiets mogen ze mij altijd bellen. Als ik trouwens realistisch ben, wat ik ook indien bij het VAF, zij zullen dat niet goedkeuren. Ik heb de afgelopen vier jaar telkens een film gemaakt, ze zullen ook zeggen: 'neem maar een ticketje en schuif maar achteraan in de rij'. In die zin ga ik voor 2011 op zoek naar iets voor televisie, denk ik. Je moet daar soepel en pragmatisch in zijn.»


Veto: Zelfs met uw naam zal men niet zeggen: "Allez, omdat gij het zijt"?

Verheyen: «Ik weet dat niet. Dan nog denk ik dat ik een soort zelfdiscipline aan de dag moet leggen om niet elk jaar een film te maken. Het is natuurlijk erg moeilijk om vrijwillig te zeggen: "Ik sla even een jaartje over". Voor het Fonds is dat echt een probleem. Vroeger was men met een fatsoenlijk dossier al blij, terwijl er nu films worden afgekeurd die vroeger zonder problemen gemaakt zouden kunnen worden. De selectie is gewoon smaller. Dat is eenmaal een economische realiteit. Het is bovendien ook niet het moment om bij cultuur op tafel te kloppen en te zeggen: "Wij willen een verdubbeling van het budget." Het zal al een succes zijn als er niet aan wordt geknabbeld.»

Dit artikel verscheen op maandag 14 december in nummer 12 van jaargang 36. - Disclaimer