Herziening studiegelden

Verhoging inschrijvingsgeld tegen 2010

Beursstudenten aan de hogeschool betalen meer dan aan de universiteit. Dat zou in de nabije toekomst - waarschijnlijk tegen het volgende academiejaar - moeten veranderen. Bovendien wil de Vlaamse Hogescholenraad de categorie van de bijna-beursstudenten afschaffen.

Ruben Bruynooghe

Er zijn drie categorieën van studenten die elk verschillende studiegelden betalen. Er zijn beursstudenten, bijna-beursstudenten en niet-beursstudenten.Tegenwoordig betaalt een beursstudent aan de hogeschool honderd euro voor een opleiding van meer dan 53 en minder dan 67 studiepunten. Voor een universiteitsstudent is dat maar tachtig euro. Op voorstel van de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA) zou er een gelijkschakeling komen van de studiegelden. Concreet komt het erop neer dat de beursstudenten in de toekomst meer zullen moeten betalen voor hun studies aan de universiteit.

Het voorstel van de VLHORA bestond eruit om beursstudenten aan zowel de universiteit als de hogeschool een inschrijvingsgeld van honderd euro te laten betalen voor een opleiding van meer dan 53 studiepunten. Bovendien bestond het idee bij de hogescholen om de middencategorie van bijna-beursstudenten af te schaffen. De bijna-beursstudenten zouden dan moeten aansluiten bij de niet-beursstudenten. Dit zou neerkomen op een verdubbeling van het inschrijvingsgeld.

Positief

Dat laatste idee lijkt het echter niet te kunnen halen bij de universiteiten en komt er dan waarschijnlijk ook niet door. De gelijkschakeling van het bedrag aan het niveau van de hogescholen voor beursstudenten werd door de Academische Raad (AR) van de universiteit wel positief onthaald.

Dat idee werd gelinkt aan het voorstel om alle studiegelden te indexeren. De enige categorie die tot dusver nog niet werd geïndexeerd is die van de beursstudenten. Die indexatie zou volgens de K.U.Leuven dan zo moeten worden geregeld dat voor een studieprogramma van 60 studiepunten het bedrag van honderd euro betaald moet worden. Bovendien haalt de universiteit een oud voorstel van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) boven dat een meer lineaire bepaling van de studiegelden voorstaat. In de huidige regeling betaalt men telkens een vast bedrag en één variabel gedeelte per studiepunt. Dat variabel gedeelte is op zijn beurt nog eens telkens verschillend voor opleidingsprogramma's van minder dan 54 studiepunten en programma's van meer dan 66 studiepunten. Voor opleidingsprogramma's tussen de 54 en 66 studiepunten geldt er dan weer een vast bedrag. Het voorstel van de universiteit bestaat eruit om dat variabel gedeelte per studiepunt voor alle soorten opleidingen gelijk te maken.

De universiteit schaart zich grotendeels achter het voorstel van de VLIR, maar maakt toch een nuancering. Voor opleidingen van meer dan 66 studiepunten zouden zij toch het variabel gedeelte per studiepunt willen verlagen. Reden hiervoor is dat de universiteit de begaafdere studenten wil aanzetten om meer studiepunten op te nemen. Zo zou men bij het voorstel van de K.U.Leuven relatief gezien minder moeten betalen bij een studieprogramma van 67 studiepunten dan bij een studieprogramma van 65 studiepunten. Het hele idee vergt wel een decreetswijziging, maar dat zou geen probleem mogen vormen.

De Leuvense Overkoepelende KringOrganisatie pleit er dan weer voor om het variabel gedeelte per studiepunt al te verlagen vanaf het moment dat een studieprogramma zestig studiepunten overschrijdt. Dit omdat de studenten anders niet geneigd zou zijn om meer dan zestig studiepunten op te nemen in hun studieprogramma.

Dit artikel verscheen op maandag 14 december in nummer 12 van jaargang 36. - Disclaimer