Vrije Tribune

Vrije Tribune |

Zijn we niet een beetje aan het overdrijven?

Zeven jaar geleden begon een opinieartikel getiteld "Goed onderwijs kan ook zonder bureaucratie" aldus: "De K.U. Leuven wordt op dit ogenblik slachtoffer van haar eigen succes. In de laatste jaren heeft ze enkele belangrijke en noodzakelijke initiatieven genomen in verband met onderwijsvernieuwing en onderwijsoptimalisering. De manier waarop deze geïmplementeerd werden, heeft echter dusdanige proporties aangenomen dat er een scheefgroei ontstaan is waardoor essentiële kenmerken van onderwijs verwaarloosd worden." (Campuskrant, 3 maart 2003). Het was ondertekend door veertig professoren uit bijna alle faculteiten. Als men vandaag het "Ontwerp onderwijs- en examenreglement 2010-2011" (87 pp.) bekijkt, kan men zich afvragen of de situatie verbeterd is.

Niemand die deze reglementen opstelt, handelt uit slechte wil; en ook niemand die vraagt om heldere reglementen, kan men van kwade bedoelingen verdenken. Integendeel, we hebben allemaal het beste voor. Toch moeten we ons afvragen of we met onze goede bedoelingen niet een beetje aan het overdrijven zijn. In onze beide landstalen hebben we daar een spreekwoord voor: "Le mieux est l'ennemi du bien" of "Overdaad schaadt". Vier voorbeelden van ons huidig examenbeleid kunnen dit illustreren.

Natuurlijk vinden we examens belangrijk, zowel voor studenten als voor docenten. Maar zouden we niet eens de vraag stellen of het echt nodig is dat de K.U. Leuven 15 tot 17 weken per jaar aan examentijd spendeert (afhankelijk van hoe men rekent). Docenten moeten bovendien, omwille van de toenemende uitzonderingen, op bijna elk ogenblik van het jaar paraat staan om een examen af te nemen. Hoeveel internationale (onderzoeks-)universiteiten, die we graag als voorbeeld nemen, besteden zóveel aandacht, energie en tijd aan examens?

Een tweede ongewenst neveneffect van onze goede bedoelingen zijn de expansieve groeischeuten van het examenreglement. Uiteraard biedt een correct en transparant reglement de noodzakelijke garantie voor de gelijke behandeling van elke student. Maar een bijna jaarlijkse aanpassing van de inhoud heeft als gevolg dat elke generatie studenten telkens weer volgens andere criteria afstudeert, wat de oorspronkelijke bedoeling van gelijke behandeling doorkruist.

En wellicht biedt ook een vervroegde examenplanning de zekerheid waar we zo naar hunkeren, vermits ze studenten in september al op de hoogte brengt van alle examendata voor de januari- en junizittijd. Maar deze operatie blijkt zo complex dat men ze enkel kan uitvoeren ten koste van de huidige flexibiliteit, wat toch niet de bedoeling kan zijn. Ervaring uit het buitenland leert dat een niet-flexibel systeem onvermijdelijk leidt tot een toename van informele afspraken tussen docent en student, wat dan weer ingaat tegen de roep om transparantie. Misschien is het huidige systeem van examenplanning, zelfs met alle beperkingen, beter dan wat men aan het beijveren is.

Een vierde voorbeeld van recente veranderingen is de toegenomen verantwoordelijkheid van de student, wat op zich weer toe te juichen is. Maar hebben we genoeg nagedacht over de psychologische gevolgen van het nieuwe systeem? In plaats van een deliberatie waarbij een aantal kleine onvoldoendes definitief van de kaart worden geveegd, komt nu het volle gewicht van de beslissing bij de student, die zelf "toleranties" moet "inzetten" en aldus drie jaar lang de onvoldoendes in een rugzakje met zich meedraagt. Voor sommigen is dat geen probleem, voor anderen wordt dat een (te) zware rugzak.

Vanzelfsprekend zal geopperd worden dat we niet anders kunnen, omdat de hele (universitaire) wereld nu eenmaal deze richting uitgaat. De technologie kan nochtans onze grote dadendrang niet altijd goed bijbenen. Zo was de universitaire overheid van plan om vijf personen extra in dienst te nemen om binnen SAP de vervroegde examenplanning uit te werken, maar de academische raad heeft onlangs aangekondigd dat er niet voldoende mankracht gevonden kon worden. Dit tekort aan ICT krachten zou een aanzet tot bezinning kunnen zijn, in plaats van opnieuw toe te geven aan onze overdadige ijver en weer slechts tijdelijke alternatieven uit te werken. De economische crisis is immers een ontzettende opportuniteit die helpt om opnieuw te kiezen voor de kern van de zaak: de aanstelling van meer onderwijskrachten die effectief onderwijs geven in persoonlijk contact met studenten, in plaats van nog meer technici die het onderwijssysteem zouden ondersteunen. Hiervoor pleitten de ondertekenaars van het bovenvermelde artikel in de Campuskrant zeven jaar geleden ook al. Nu er langs alle kanten bespaard moet worden blijkt des te meer dat de doorgedreven investering in het examensysteem l'ennemi du bien is. Als er toch middelen zijn, dan moeten we die prioritair investeren in meer onderwijs gestoeld op de persoonlijk bemiddeling tussen docent en student.

Prof. Nicolas Standaert, OE Sinologie, Faculteit Letteren

Dit artikel verscheen op maandag 8 februari 2010 in nummer 13 van jaargang 36. - Disclaimer