Interview met de rector

Een half jaar Waer

Mark Waer heeft zijn eerste semester als rector van de K.U.Leuven erop zitten. Waer lijkt vooralsnog te slagen in zijn opdracht om de verdeeldheid die heerste aan onze universiteit terug te dringen. Structuurhervormingen moeten die relatieve rust nu structureel verankeren. "Ik zou natuurlijk liever met andere dingen bezig zijn, maar we moesten hier sowieso door."

Maud Oeyen

@@WAER.jpg

foto:


Veto: Wat vond u zelf van uw eerste half jaar als rector?

Mark Waer: «Over het algemeen ben ik zeer tevreden. Mijn mandaat begon onder een moeilijk gesternte; de verkiezing vond plaats in een woelige periode. Dat was niet gemakkelijk, maar de rust is vrij snel weer hersteld. We proberen vooral veel te communiceren.»

«Momenteel discussiëren we over onze legale basis. Die discussies schieten goed op en we hopen tegen de paasvakantie drie conceptnota's af te hebben. Dat zal onder andere gaan over de figuur van de rector: hoe hij gekozen en geëvalueerd wordt en wat zijn plaats is in onze almaar groter wordende organisatie. Ook de werking van de groepen of de verhoudingen tussen departementen en faculteiten zijn voorwerp van discussie. Die nota's worden uitgewerkt in het kader van de Academische Raad.»


Veto: Dat staat los van het werk dat de herstructureringscommissie doet?

Waer: «De commissie houdt zich vooral bezig met de suprastructuren: de Inrichtende Overheid, de Raad van Bestuur en de Associatie, hoe die laatste ook mag evolueren in de komende maanden. Het niveau daaronder - en dan spreek ik over de Academische Raad, het College van Bestuur, de rector, de groepen - wordt voornamelijk binnen de Academische Raad behandeld. De Academische Raad is te groot om dergelijke discussies te houden, maar we vergaderen geregeld in kleinere werkgroepen. We hebben nu een gemeenschappelijke redactiegroep opgericht. Ook binnen de herstructureringscommissie boeken we vooruitgang. De grote ideeën die daar gerezen zijn, zullen op de volgende Academische Raad worden voorgesteld.»

«Natuurlijk zou ik liever met andere dingen bezig zijn. Het is interessanter om inhoudelijk te werken rond onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening, maar het is natuurlijk belangrijk dat eerst je structuren op punt staan. Het is een oefening waar we sowieso door moesten.»

«Een ander belangrijk dossier van het afgelopen semester is natuurlijk het fameuze allocatiemodel. Dat is even wat moeilijk geweest, maar ik denk dat we tot een oplossing gekomen zijn die iedereen apprecieert. Binnen de humane wetenschappen is de onderwijsbelasting groter dan binnen de andere groepen en tot nu toe kwam dat niet voldoende tot uiting in ons intern allocatiemodel. We hebben daar een correctie doorgevoerd.»


Veto: Een andere discussie draait rond de structuur die de Associatie K.U.Leuven moet aannemen. Is daar ondertussen al meer zicht op?

Waer: «Ja en nee. Intern boeken we zeker vooruitgang. De volgende weken start het fameuze maatschappelijk debat en het is van groot belang dat wij als associatie heel goed weten wat we zelf willen. Wij zijn voor het associatie-idee, omdat we het belangrijk vinden om enerzijds de valorisatieketen heel goed door te trekken tot op kleiner regionaal niveau en anderzijds ook jongeren die voor de hogeschool kiezen makkelijker naar de universiteit te laten doorstromen. We willen daar dus zeker mee verder gaan, maar daar moet wel tegenover staan dat - wat de academische opleidingen betreft - de legale verantwoordelijkheid bij de universiteit ligt. Alleen zo hebben we de garantie dat die opleidingen voldoende gedifferentieerd zijn, dat ze dezelfde kwaliteitsnormen hebben, dat de academische benoemingen dezelfde kwaliteit hebben en vooral ook dat het onderzoek gecoördineerd wordt vanuit de universiteit. Tot slot willen we werken met een soort beheersovereenkomst. Men is momenteel testen aan het uitwerken, vooral in de context van de industriële richtingen. Vicerector Maex heeft samen met enkele directeurs een ontwerp van zo'n beheersovereenkomst opgesteld.»

«Verder is het natuurlijk van belang wat er decretaal beslist zal worden. Dat is helemaal nog niet duidelijk en we hebben de indruk dat er hier en daar toch nog erg uiteenlopende opinies zijn, ook in de geesten van sommige politici. Het is een goede zaak dat de universiteiten van Antwerpen, Leuven, Hasselt, Gent en zelfs Brussel wel op dezelfde lijn zitten. De hogescholen wijken daar wat van af; neem bijvoorbeeld de hogeschool Gent. We zullen zien hoe dat zal evolueren.»

«We proberen in ieder geval vandaag al veel gemeenschappelijk te doen, los van de legale structuur. Op de langere termijn is het natuurlijk wel degelijk nodig dat er een wettelijke basis komt. Mocht die er niet komen, dan vrezen we dat er geïsoleerde academische eilanden zullen ontstaan. Dat zou heel ongezond zijn.»


Veto: In het recente debat rond de nieuwe aartsbisschop Léonard was u een opvallend gematigde stem.

Waer: «Ik maak me daar geen zorgen over. Léonard is heel open en verstandig, zelf ook prof en blijkbaar een zeer goed filosoof. We zijn een katholieke universiteit en dat betekent in mijn ogen vooral dat wij aan de katholieke gemeenschap het stakeholderschap aanbieden. Dat is duidelijk symbolisch. Ik zie geen reden waarom we dat anders zouden moeten doen. Uiteraard verschillen we heel regelmatig van mening. Dat is in het verleden zo geweest en dat zal in de toekomst ook zo zijn. Het blijft een kwestie van goede afspraken. Binnen een organisatie is het mogelijk om een raad of orgaan voor te zitten en er tegelijk een andere mening op na te houden dan wat daar wordt beslist. Dat is natuurlijk, en ik vind dat je die mening zelfs mag verkondigen. Zolang het naar de buitenwereld duidelijk is vanuit welke positie men spreekt, hoeft er geen probleem te zijn.»

Dit artikel verscheen op maandag 8 februari 2010 in nummer 13 van jaargang 36. - Disclaimer