maandag 15 februari 2010 - jaargang 36 - nummer 14
Buddytekort in Leuvense scholen
Studenten in de lerarenopleiding (SLO) kunnen sinds enkele jaren een deel van hun stage vervangen door het individueel begeleiden van maatschappelijk kwetsbare jongeren. Dit semester kampt het zogenaamde buddyproject echter met een groot tekort aan buddy's.
Elisabeth Vanderveken
Het Leuvense buddyproject voorziet sinds 2007 naschoolse begeleiding voor jongeren die nood hebben aan extra ondersteuning. Studenten van Groep T, de Katholieke Hogeschool Leuven en de K.U.Leuven kunnen in het kader van hun lerarenopleiding buddy zijn van een Leuvense leerling. Heleen Schoenmakers, Sofie Houben en Monica van den Bemt zijn studenten van de Specifieke Lerarenopleiding (SLO) aan onze universiteit. Zij begeleiden een jaar lang een leerling bij zijn of haar studie en vertellen met veel plezier over hun buddykindjes.
Kindjes kunnen we ze niet echt meer noemen: Heleen en Sofie begeleiden leerlingen uit de eerste graad van het secundair onderwijs (S.O.) in Leuvense scholen. Monica doet aan huiswerkbegeleiding binnen een wijkproject in de gemeente Bilzen. "Elke student moet binnen de SLO een aantal stageverbredende activiteiten uitvoeren: een excursie organiseren, deelnemen aan een klassenraad, of iets dergelijk. Buddy zijn vervangt dit onderdeel van de stage," legt Sofie uit.
Kansen
Het project is in het leven geroepen om maatschappelijk kwetsbare jongeren meer kansen te geven in het onderwijs. Vaak starten zij bij de aanvang van het secundair al in de B-klas, wat meteen heel wat mogelijkheden uitsluit in de toekomst (het eerste jaar van het S.O. bestaat uit de A-klas en de B-klas; de A-klas bereidt in het algemeen voor op ASO, KSO en TSO, de B-klas op het BSO). Sofie: "De leerlingen die wij begeleiden hebben het in de lagere school moeilijk gehad. De bedoeling is om hen te laten overgaan van de B-klas naar de A-klas." Monica begeleidt een leerling uit het zesde leerjaar: "Ik moet haar voorbereiden op de overgang naar het secundair onderwijs."
Heleen, Monica en Sofie zijn erg enthousiast over het contact met de leerlingen. Ze merken ook dat de leerlingen blij zijn met hun komst. Over de organisatie zijn de studenten echter heel wat kritischer. Vanuit de SLO kwam er naar verluidt te weinig informatie over het project. Studenten die zich voor dit project engageren moeten alles zelf uitzoeken, en dat vinden de buddy's erg jammer. Bovendien steunen sommige stagebegeleiders het project niet, omdat studenten in hun ogen te weinig met hun vakgebied bezig zijn als buddy. "We snappen niet goed waarom niet meer mensen binnen de SLO zich achter dit project scharen. Uiteindelijk ga je, als je later voor de klas staat, altijd wel een buddyleerling in de klas hebben. In die zin vind ik dat dit project echt wel een meerwaarde biedt voor een toekomstige leerkracht," zegt Heleen.
Crisis
Dat er een probleem is met de informatiedoorstroming naar de studenten van de K.U. Leuven, bevestigt ook Veronique De Keyser, verantwoordelijke voor het buddyproject binnen de SLO: "Het probleem is dat het buddyproject niet structureel ingebouwd is in het curriculum van de SLO, wat wel het geval is bij de lerarenopleiding van de hogescholen. Dit brengt een aantal problemen met zich mee. Studenten mogen zelf kiezen voor dit type stage en moeten dan op zeer korte tijd geïnformeerd worden. Vorig semester waren er 31 buddy's actief, nu hebben we er nog maar zeven. Het is momenteel crisis in buddyland."
Dit artikel verscheen op maandag 15 februari 2010 in nummer 14 van jaargang 36. - Disclaimer
