Lezersbrief |

Met een dubbel gevoel las ik het artikel over holebi's in de Veto van vorige week. Op basis van eigen ervaring groeit mijn overtuiging dat er nog een weg af te leggen is als wij verlichte, sociale en rationale mensen homoseksualiteit willen normaliseren. Nadrukkelijk de vinger op de wonde leggen, lijkt me daarvoor nodig. Ik vrees evenwel dat een te nadrukkelijke focus op 'het concept holebi' het risico in zich draagt segregerend te werken in plaats van normaliserend. "Zijn ze daar weer met hun integratiegezever, ja?" is dan slechts de uitdrukkelijke en bewuste reactie. Onbewuster - en des te problematischer - speelt volgens mij het in stand houden van een soort apartheid. "Wij, homo's" blijft door aparte campagnes, activiteiten en berichtgeving opponent van "jullie, hetero's".

Als er vingers op wondes gelegd worden, kan Veto - en hetzelfde geldt mijn inziens voor WelJongNietHetero en Cavaria - daarbij dan ook beter omzichtig te werk gaan, opdat het probleem van 'apartheid' aangepakt zou worden in plaats van versterkt.

Apartheid? Genieten holebi's binnen de Belgische staat geen specifieke mogelijkheden tot huwen en adopteren en brede juridische bescherming? Jawel, althans: bescherming om 'homo' te zijn, hetgeen evenwel niet betekent bescherming om zichzelf te zijn. Ik, jongen die verliefd wordt op jongens, wil niet enkel beschermd worden om 'homo' te zijn (hetgeen binnen twintig jaar hopelijk een even ondergraven eis zal zijn als de bescherming van een vrouw om vrouw te zijn nu), ik wil ook 'mezelf' kunnen zijn, en het is daar dat het schoentje knelt.

Homoseksualiteit is een subtiele vorm van apartheid, subtieler dan vrouw-zijn in een mannenwereld of kleurling in een wereld van blanken omdat je het niet ziet. Subtieler wil evenwel niet zeggen dat de scheiding tussen homo's en hetero's minder hard zou zijn dan die tussen bijvoorbeeld mannen en vrouwen. Net doordat die eerste scheiding slechts tot uiting komt wanneer iemand zelf (!) besluit ervoor uit te komen holebi te zijn, lijkt 'de homo' ook zelf verantwoordelijk voor zijn anders-zijn. Wanneer ik hand-in-hand met mijn lief over straat wil lopen; als ik met een jongen van wie ik niet zeker weet of hij op jongens valt, zou flirten; als ik op vlak van muziek, kleding, creativiteit of wat dan ook wat extravaganter wil doen dan de grijze middenmoot, wordt dat quasiautomatisch gelinkt aan het label 'homo'. Het wordt geïnterpreteerd alsof ik dat etiket claim. Ter vergelijking: een Bent Van Looy kan zich zo'n extravagentie permitteren zonder dat dit gelinkt wordt aan een label, net omdat hij niet op jongens valt. Wat ik doe of wat ik ben wordt vrijwel spontaan geïnterpreteerd als een uiting van mijn geaardheid, terwijl ik gewoon de vrijheid wil hebben mezelf te zijn en te ontdekken.

Kortom: als de vraag wordt gesteld naar het welzijn van holebi's, dan is mijn antwoord dat werkelijke integratie nog steeds een droom is. Homo-zijn wordt immers nog steeds beschouwd als een anders-zijn. Een anders-zijn waartoe WelJongNietHetero en Cavaria in zekere mate bijdragen door het in stand houden en stimuleren van een apart wereldje, van een apart label. Een anders-zijn waartoe ook het Veto-artikel van vorige week bijdraagt dat holebi-zijn lijkt te beschouwen als een fait-divers waar 'nekeer naar gepolst mag worden'. Een anders-zijn waartoe ook mijn eigen woorden nu bijdragen. Een anders-zijn dat slechts kàn oplossen in de geschiedenis, zo geloof ik, als de wereld er zich onbewust bewuster van wordt.

Naam en adres bekend bij de redactie

Dit artikel verscheen op maandag 15 februari 2010 in nummer 14 van jaargang 36. - Disclaimer