maandag 15 februari 2010 - jaargang 36 - nummer 14
Stadsfotograaf Mertens
Hij begon als concertfotograaf, rolde zo de persfotografie in en legt zich nu voornamelijk toe op het maken van portretten. Sinds kort mag hij zichzelf culturele ambassadeur van Leuven noemen. De komende twee jaren heeft Marco Mertens de eer zowel zijn discipline als de stad Leuven extra voor het voetlicht te plaatsen. Een bescheiden fotograaf met een pleidooi voor functionele fotografie die in het vuistje lacht als politici hun grootheidswaan moeten afleggen wanneer ze voor zijn lens verschijnen.
Daphne De Wit
Veto: U bent nu uitgeroepen tot culturele ambassadeur, wat houdt dat in?
Mertens: «Er wordt verondersteld dat je op gezette tijden iets doet. Wat je doet of met wie je samenwerkt, mag je zelf invullen.»
Veto: Zijn daar bepaalde privileges aan verbonden?
Mertens: «Ik was juist aan het parkeren en vroeg me af of ik het argument van stadsfotograaf zou mogen aanhalen als ik geen parkeergeld zou betalen, maar ik vrees ervoor. (lacht)»
Veto: De lichtgevende foto's waarmee u tentoonstelt op Kulturama zijn erg vernieuwend. Kiest u bewust voor innovatieve fotografie?
Mertens: «Neen, helemaal niet. Eigenlijk heb ik niets met techniek. Als mensen mij komen vragen of Nikon goed is, kan ik daar nooit op antwoorden. Ik gebruik gewoon een Nikon. Je moet techniek beheersen, blijkbaar beheers ik mijn techniek ook, maar ik ben niet de grote vernieuwer binnen de fotografie. Ik zie mijn collega's dat veel meer doen. Ik maak portretten en wil dat mensen er nog altijd echt uitzien en dat het niet te freaky of te onrealistisch wordt. Mijn fotografie is simpel en to the point. Eigenlijk ben ik simpel. (lacht)»
Veto: Is fotografie voor u trouwens een ambacht of kunst?
Mertens: «Als ik ambacht zeg, lijkt dat zo oubollig en saai. Maar ik zou mezelf nooit kunstenaar noemen, omdat je kunstenaar bent wanneer je dingen maakt met het objectief dat het kunst zou zijn. Mijn foto's zijn functioneel. Ze dienen om de boekskes te vullen en om ergens naast te staan, naast een tekst of reclameslogan.»
Veto: Als fotograaf staat u altijd achter de lens, hoe voelt het om er soms voor te staan?
Mertens: «Het is wel eens tof om aan de andere kant te staan om te weten hoe klein je je dan voelt. De fotograaf heeft macht, hoe je het ook draait of keert. Ik merk dat bij politici. Als ik Verhofstadt of Van Rompuy - de baas van Europa - fotografeer, vraag ik hen of ze hun pose wat willen aanpassen. Wilt u naar hier draaien? Misschien uw handen in de zakken steken? Die doen alles! Enfin, die doen niet alles, maar wel veel. Dat is toch raar, he? Politici reageren ook altijd vreemd op fotografen. Meestal een beetje arrogant, omdat ze niet kunnen verdragen dat een snotneus als ik - al ben ik intussen al 44 - de macht in handen heeft. De fotograaf bepaalt hoe zij in Humo terecht komen, paginagroot.»
Veto: Vindt u Leuven een fotogenieke stad?
Mertens: «Leuven is natuurlijk een kleinere stad dan de grootsteden die we kennen. Ik vind dat ze nu wel goed bezig zijn met de stadsvernieuwing: wat ze bijvoorbeeld rond het stationsplein aan het doen zijn en aan de vaartkom gaan doen. Museum M ziet er trouwens fantastisch uit. Maar neen, ik vind nu niet dat Leuven - wat het uitzicht an sich betreft - erg mooi is. Hopelijk ga ik in die twee jaren ontdekken dat ik me vergis.»
Veto: Enkele maanden geleden beweerde Michiel Hendryckx in Veto dat de gemiddelde Leuvense student er saai uitziet. Zal u hem als stadsfotograaf het tegendeel bewijzen?
Mertens: «Ik moet heel eerlijk toegeven dat ik - wanneer ik in Gent rondloop - gemakkelijk denk: "Waw, al die coole kids." Dan besef ik dat de Leuvense student niet zo is. In Leuven zien studenten eruit zoals studenten eruit zien. Mij maakt dat niets uit en dat is ook niet belangrijk. Ik vind het wel tof om al die alternativo's te zien in Gent, maar wat heb ik eraan?»
Veto: Tot slot, Jeroen Meus heeft u aangewezen als opvolger, heeft u zelf al iemand in gedachten?
Mertens: «Ik zou sowieso niet al te voor de hand liggend willen kiezen, maar ook weer niet te extreem. Voorlopig ben ik er nog niet mee bezig en hoor ik dat ook nog niet te zijn. Ik ga er nu vooral van genieten dat ik het kersvers ben.»
Dit artikel verscheen op maandag 15 februari 2010 in nummer 14 van jaargang 36. - Disclaimer
