Taalwetgeving in hoger onderwijs onder de loupe

Pleidooi voor soepelheid

Het hoger onderwijs in Vlaanderen staat niet alleen en het beseft dat. De internationalisering schotelt ons grote uitdagingen voor. Tegen 2020 moet twintig procent van de studenten mobiel zijn. Wij trekken Europa rond en Europa komt naar hier. De vraag is: haalt Vlaanderen voor hen wel het onderste uit de kan?

Ruben Bruynooghe & Eric Laureys

@@TAAL.jpg

foto: Laurens Cerulus

Vlaanderen is een kleine regio. Het Nederlands is misschien geen onbelangrijke, maar in internationaal verband wel een kleine taal. Althans veel kleiner dan pakweg het Engels, de huidige lingua franca in de wetenschappelijke wereld. Toch houdt Vlaanderen halsstarrig vast aan het Nederlands. De regels over taalgebruik in het hoger onderwijs liggen decretaal vast. In bacheloropleidingen mag tien procent van de omvang van het opleidingsprogramma in een andere taal worden aangeboden. In de universitaire masteropleidingen is dat soepeler. Op deze regels zijn echter nog een boel uitzonderingen, aanvullingen en nuanceringen verzonnen.

Equivalentiebeginsel

Voor buitenlandse studenten bijvoorbeeld mogen bachelor- en masteropleidingen volledig in een andere taal worden aangeboden zolang er een zelfde opleiding in het Nederlands wordt aangeboden aan dezelfde instelling of tenminste binnen eenzelfde provincie. Dat is het zogenaamde equivalentiebeginsel. Momenteel beschikt de universiteit over zo'n zestigtal exclusief Engelstalige masteropleidingen.

Is dit genoeg om het Vlaamse hoger onderwijs aantrekkelijk te maken voor het buitenland? Vorig academiejaar stelde Patricia Ceysens (Open VLD) dat dit niet volstond. Ook nu nog blijven zij en haar partij, vanuit de oppositie weliswaar, ijveren voor een soepelere wetgeving. "De taalwetgeving legt feitelijk een hypotheek op de internationalisering van het Vlaamse hoger onderwijs. Met anderstalige opleidingen kunnen we onze eigen studenten beter vormen en ook buitenlandse studenten aantrekken. In Nederland mag men de volle honderd procent in een andere taal geven, waarom zou dat in Vlaanderen niet kunnen? We hoeven niet per se te gaan voor die honderd procent, de helft zou ook al moeten volstaan. Wat het equivalentiebeginsel betreft, denk ik dat het al voldoende zou zijn om ergens in Vlaanderen een alternatieve Nederlandstalige opleiding te hebben, in plaats van ergens in dezelfde provincie."

Ook voor sp.a leek vorig jaar gevonden te zijn voor een flexibelere wetgeving, maar Open VLD kon volgens Ceysens toen haar slag niet thuishalen omdat minister Frank Vandenbroucke, toen bevoegd voor Onderwijs, teveel getalmd zou hebben, uit vrees dat hij anders de meerderheid in de Vlaamse regering zou verliezen. Geen ongegronde vrees misschien, want de tegenstand is fel. NVA bijvoorbeeld ziet een soepelere wetgeving helemaal niet zitten. Ceysens "Ik weet dat de materie gevoelig ligt omdat we zo lang hebben moeten ijveren voor Nederlandstalig onderwijs, maar dat mag niet betekenen dat we ons zouden opsluiten in ons eigen taaltje."

Doorbraak

Na de Vlaamse verkiezingen is het politieke debat rond de taalproblematiek wat stilgevallen, maar Open VLD lijkt in een recent incident een opening te zien om het punt weer op de agenda te brengen. "De Provinciale Hogeschool Limburg heeft een klacht ontvangen van de vaste commissie voor taaltoezicht wegens een inbreuk op de bestuurstaal. Zij afficheren hun opleiding in het Engels in plaats van in het Nederlands. De provinciale hogeschool is trouwens niet van plan haar affiche te veranderen, terwijl er in Limburg een coalitie van CD&V, sp.a en Open VLD aan de macht is. Dat opent perspectieven voor een mogelijke doorbraak," aldus Ceysens.

Aan de eigen universiteit ligt het debat bij de studentenkringen voorlopig volledig stil. LOKO heeft vorig jaar wel standpunten opgelijst, maar daar lijkt niets mee te worden gedaan. Thijs Van Den Brande, lid van de Onderwijsraad vanuit LOKO, herinnert zich vaag nog iets over de nota. "LOKO vond bijvoorbeeld dat docenten zouden moeten getest worden op hun taalkennis als ze in een andere taal lesgeven. Wanneer ze falen op die test zouden ze moeten bijscholen aan het ILT. We hebben die standpunten wel overgebracht aan de universiteit, maar voorlopig lijkt er nog niet veel mee te worden gedaan. Begrijpelijk wel, want professoren krijgen nu eenmaal niet graag een test."

Ook Ceysens klaagt de hypocrisie aan die heerst in het hoger onderwijs. "Een groot deel van de handboeken zijn in het Engels, in de meeste opleidingen is het vakjargon doorspekt met Engelse termen en wordt er geciteerd in het Engels. Maar toch moeten de docenten in het Nederlands onderwijzen. Daardoor wordt er momenteel soms echt schabouwelijk lesgegeven."

Te goedkoop

Thijs ziet geen probleem in de huidige taalregeling voor de internationale uitstraling. "Waarschijnlijk is de taalregeling niet de belangrijkste factor in de internationalisering. Om een voorbeeld te geven: studenten uit de Verenigde Staten bijvoorbeeld komen niet naar hier omdat het hier zo goedkoop is. Voor hen staat prijs gelijk aan kwaliteit."

Bart De Moor, vicerector Internationalisering, gaat akkoord met de vraag naar meer flexibiliteit, zolang die flexibiliteit geen kwaliteitsverlies betekent. "De wetgeving rond de onderwijstaal is erg ondoorzichtig, alleen al daarom mag er eens grondig in opgeruimd worden. Ook in het buitenland is men zich bewust van de taalperikelen, en wanneer gevraagd wordt naar de taal waarin gedoceerd wordt, moeten we hen ook een bijzonder lange uitleg geven. Dat geldt evenwel niet voor de onderzoekstaal, die is zonder voorbehoud het Engels."

"Wanneer ik spreek over een kwaliteitsgarantie heb ik het vooral over de docenten, die niet altijd even bedreven zijn in het Engels. Het standpunt van LOKO hebben wij ontvangen, maar sinds het aantreden van rector Waer is het debat daarover nog niet heropend. Ik geef toe dat daar kritisch over nagedacht mag worden."

Het standpunt over een flexibelere wetgeving wordt gedeeld door de andere Vlaamse universiteiten. De Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) lijkt het eens te zijn met de mening dat de tienprocentregel voor bacheloropleidingen opgetrokken mag worden tot een goede dertig procent. "We willen tenslotte geen excessen zoals in Nederland, waar men met trots aankondigt dat een opleiding Nederlandse literatuur voortaan ook in het Nederlands zal worden gegeven," aldus De Moor.

Dit artikel verscheen op maandag 15 februari 2010 in nummer 14 van jaargang 36. - Disclaimer