maandag 22 februari 2010 - jaargang 36 - nummer 15
Japandroids in 't STUK
Jeugdhuispunk voor gevorderden
De tweekoppige rockformatie Japandroids liet vorig jaar zijn debuutalbum 'Post-Nothing' op de wereld los. Rockgeweld pur sang met enkele stevige maagstoten en uppercuts, rechtstreeks gelinkt aan punkrock. In enkele undergroundkringen werd al snel gesproken van een kleine rockrevelatie. Vorige week testte deze Canadese band of adepten de plaat hier ook hadden opgepikt.
Mathias Vanden Borre
Om kleinere bands een lagere podiumdrempel te bieden vond STUK een nieuw concept uit, p'tit labo, waarbij je voor een schappelijke inkomprijs - vijf euro voor twee tickets - binnen kan. Ideaal voor Japandroids en voorprogramma Ondine om een stap voorwaarts te zetten in de drukke muziekscène.
Voor Japandroids was het zelfs dubbel prijs, omdat hun plaat in België nooit echt in de winkels lag en dit hun allereerste Belgische optreden was. Om hun waar aan de man te brengen haalden beide heren dan ook alles uit de kast. Zanger-gitarist Brian King liep het (mini) podium op en liet met zijn gitaar een eerste keer de speakers dreunen door een stevige gitaarslag galmend met distortion. "Louder!", schreeuwde King naar de geluidsman, "everything needs to be louder!" De toon was gezet. Beide heren lieten de ietwat rustige en meer melodieuze nummers van Ondine voor wat ze waren en kozen resoluut voor de in your face aanpak.
101 rockposes
Dit was dan ook Japandroids' grootste troef. Vooral zanger King had energie voor 100.000 man en ongetwijfeld "101 rockposes voor dummies" gelezen. Met zijn strakke jeans en ditto schoentjes springend, headbangend en gitaarzwaaiend wist hij enkele bevestigende yeah's! van het publiek te versieren. Drummer David Prowse had een iets gezapiger uiterlijk, maar dit stond haaks op de gedrevenheid waarop hij zijn cimbalen in de vernieling trachtte te slaan.
De eerste nummers volgden elkaar in sneltreinvaart op en bijna alle nummers van Post-Nothing passeerden de revue. Prettige uitschieters hiervan waren Rockers Eat Vancouver en afsluiter Young Hearts Spark Fire. Daarnaast brachten beide heren nog enkele oudere nummers van de vele EP's die ze reeds uitbrachten en een vermeende cover van Rage Against The Machine.
Aanvankelijk was het feit dat ze slechts met twee zijn en de eenvoud van hun instrumenten - geen enkele instrumentwissel - een verfrissend en geslaagd recept voor ongecompliceerde punkrock. Maar Japandroids stootte op de zelfde grenzen die eind jaren `70 het einde van de punkrock betekende. Aan energie en beleving geen gebrek, maar door te weinig variatie op het muzikale thema leken gaandeweg sommige nummers verdacht veel op elkaar. Dit heeft waarschijnlijk ook te maken met het beperkt aantal nummers waaruit ze konden putten, maar toch was steeds dezelfde opbouw net iets te stereototiep om na tien nummers nog te verrassen.
Jeugdhuisoptreden
Een dikke tien voor beleving en inzet, maar de herinnering aan onze tienerjaren met jeugdhuisoptredens waarbij de hele zaal op de maat meespringt, was nooit veraf. Op zich geen slecht gegeven want, toegegeven, het waren best wel fijne tijden. Maar om hun ietwat gehypete status te ontgroeien heeft Japandroids nog iets meer inspiratie dan transpiratie nodig.
Dit artikel verscheen op maandag 22 februari 2010 in nummer 15 van jaargang 36. - Disclaimer
