Navraag | Kristien Hemmerechts

"Tv-kijken doe ik niet"

Kristien Hemmerechts is in Vlaanderen en Nederland uiteraard bekend om haar schrijverschap, maar daarnaast heeft ze nog een hele resem andere bezigheden. Sinds 2004 hoort daar ook het meterschap van 'Te Gek!' bij, een project dat geestelijke gezondheidsproblemen zowel in de media als bij het grote publiek bespreekbaar probeert te maken.

Eline Van Eldere & Ewout Stuyck

@@KRISTIE.jpg

foto: persfoto


Veto: U bent meter van het project 'Te Gek!', hoe is dat gekomen?

Kristien Hemmerechts: «Het project is in de eerste plaats ontstaan in het psychiatrische ziekenhuis Sint-Annendael te Diest. Er werden daar al jaren ziekenhuisconcerten georganiseerd, waarbij zowel patiënten als buitenstaanders de kans kregen zich op die manier te tonen. Zo is dat langzaamaan gegroeid. Ik werd gevraagd om meter te worden van het gebeuren omdat ik persoonlijk ook vertrouwd ben met de problematiek. (Hemmerechts' zus Veerle kampt al jaren met borderline, red.) Ik denk dat dat nodig is, die vertrouwdheid van mijn kant.»

«Ik heb zelf op alle manieren ondervonden dat er echt een probleem is. Mensen weten er erg weinig over, terwijl kennis, wéten wat er gebeurt, eigenlijk een wapening is wanneer zo'n probleem zich voordoet. Men hoort niet graag praten over psychische aandoeningen in zijn omgeving, terwijl het voor een stuk juist genezend werkt om erover te kunnen praten.»


Veto: Bestaan er dan zoveel misverstanden over?

Hemmerechts: «Ik denk niet dat de meeste mensen pakweg een neurose, een psychose of borderline zouden kunnen definiëren. Een psychiatrisch ziekenhuis wordt nog steeds gemakkelijk afgedaan als een 'gekkenhuis' en er is een algemeen gebrek aan erkenning.»

«Er heerst ook een soort van schaamte, die men bijvoorbeeld over een gebroken arm niet zou voelen. Ook de familie speelt daarin mee; mensen zijn bang dat de familie erdoor wordt aangetast, zwijgen de zaak liever dood en dat werkt de schaamte nog meer in de hand.»


Veto: Er wordt weleens geopperd dat de psychiatrie eerder kwaad doet dan goed.

Hemmerechts: «De wetenschap over psychiatrische aandoeningen en de behandeling ervan staan eigenlijk ook nog in de kinderschoenen, men gebruikt dan ook vaak een kanon om een mug te doden. Er bestaat een waaier aan tussenvormen van therapieën, en daar sta ik zelf ook wat dubbelzinnig tegenover. Dan worden mensen aangeraden om professionele hulp te zoeken, maar moeten ze dikwijls lang zoeken en veel proberen om datgene te vinden wat hen echt helpt.»


Veto: Denkt u dat mensen rondom een depressieve persoon daar zelf uiteindelijk ook een weerslag van krijgen?

Hemmerechts: «Ik denk dat je er niet meteen depressief van wordt, want depressie heeft toch een duidelijk erkend ziektebeeld, maar je wordt er inderdaad ook niet vrolijker van. Het beïnvloedt iemands omgeving wel steeds in meerdere of mindere mate.»

Anorexia


Veto: U las op het podium een aantal fragmenten voor uit uw boek 'Ann', dat over het leven van een anorexiapatiënte gaat. Denkt u dat het verschijnen van dat boek voor haar een soort therapie is geweest?

Hemmerechts: «Ann heeft me al haar dagboeken laten lezen, ik denk dat voor haar vooral daarin therapeutische waarde zat. Dagboeken worden door therapeuten dikwijls opgelegd aan de patiënt, ter verwerking van hun gedachten. Patiënten leren op den duur ook bepaalde persoonlijke signalen herkennen, ze leren dat ze op een feestje bijvoorbeeld niet te veel alcohol mogen drinken, omdat de donkere gedachten dan terugkomen.»

«Het was heel fascinerend om er als buitenstaander over te schrijven, want al weet ik niet of ze echt het achterste van haar tong heeft laten zien, ze is ongelooflijk openhartig geweest, en sommige passages in het boek zijn dan ook heel heftig.»

«Het boek op zich heeft haar volgens mij ook wel geholpen. Ann heeft namelijk een enorme nood om gehoord te worden, om erkend te worden in de ernst van haar situatie. Ze heeft heel lang naar de wereld geschreeuwd op allerlei manieren, anorexia was daar slechts een symptoom van.»


Veto: U bracht eerder deze maand 'Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had' (een bloemlezing uit de poëzie van Herman De Coninck) uit; hoe gaat u om met de kritiek die, vooral vroeger dan, voortvloeide uit uw status als weduwe van Herman De Coninck?

Hemmerechts: «Ik denk dat ik, alles welbeschouwd, een goede weduwe ben geweest voor Herman. Jammer genoeg wordt door sommige mensen de situatie eigenlijk omgedraaid, wordt mijn aandeel verkeerd voorgesteld als een poging om zelf in de aandacht te staan, terwijl dat nooit zo is geweest. Soms is het niet redelijk te verklaren waarom men zulke dingen zegt of schrijft, maar dat kantje zal altijd wel in bijvoorbeeld de media tot uiting blijven komen.»

Teirlinck


Veto: U doceert aan de HUB en Studio Herman Teirlinck, in combinatie met schrijven en projecten als dit, valt dat te combineren?

Hemmerechts: «Bij momenten is dat inderdaad moeilijk, maar ik houd een erg strakke agenda bij en plan alles op voorhand. Voor leuke dingen is er soms weinig tijd, tv-kijken doe ik bijvoorbeeld nooit.»

«Alles heeft zijn prijs. Shoppen of een bezoek aan de sauna brengen, zijn dingen waar ik niet dikwijls tijd voor heb. Structuur is in mijn leven erg belangrijk. Mijn dochter zegt vaak dat ik in te veel geïnteresseerd ben. Misschien is dat ook wel zo, maar anderzijds is het ook goed voor mij. Zo schrijf ik om de twee weken een stukje voor een blog op de VRT-website. Dat geeft me de kans en de discipline om eens ergens grondig over na te denken.»


Veto: Heeft uw opleiding Germaanse Talen u de aanzet tot het schrijverschap gegeven?

Hemmerechts: «Ik denk eigenlijk van niet, ik denk dat het altijd wel in mij heeft gezeten, al heb ik ook impulsen gekregen door analysevakken over het kortverhaal; schrijven is nu eenmaal ook voor een stuk techniek. Uiteraard kon ik, door te kijken hoe anderen het deden, zelf veel opsteken. In die zin is lesgeven eigenlijk ook verrijkend, door dingen vier, vijf keer uit te leggen, telkens op verschillende manieren, word je zelf verplicht om er telkens weer over na te denken. Zo dring je uiteindelijk echt door tot de kern van de zaak.»


Veto: Hoe zit het met het taalgevoel van de hedendaagse student?

Hemmerechts: «Sommige studenten hebben echt de 'oren' niet meer om in te kunnen schatten of een tekst goed of slecht, sterk of zwak is. Ze willen schrijven, maar lezen zelf amper. Velen kunnen een cliché ook moeilijk van een echt mooi beeld onderscheiden en daarbij probeer ik hen te helpen.»

«Beginners kunnen enorm vooruit geholpen worden door iemand die hen met de neus op de feiten drukt. Al is het maar door de soort schoenen die ze dragen of hun houding, ik probeer hen op te tillen naar een hoger niveau.»


Veto: Zou u uw studenten over psychische problemen laten schrijven?

Hemmerechts: «Ik vind dat eerder delicaat, maar indien een student daar spontaan rond zou werken, zou ik hem of haar wel op de mogelijkheid van professionele hulp wijzen. Ik denk wel dat het bevrijdend kan zijn om in een tekst over zo'n probleem te schrijven, om er op die manier voor een stuk afstand van te kunnen nemen.»

Veto: U hebt de laatste jaren van uw studies in Leuven doorgebracht, hoe hebt u dat ervaren?

Hemmerechts: «Eerlijk gezegd ben ik in Leuven niet erg gelukkig geweest, ik heb er nooit mijn draai gevonden, ben er steeds beetje verloren blijven lopen. Ik zat ook in een erg klein oud kot en in de toenmalige licenties hadden we ook niet zo veel les, misschien ligt het ook daaraan.»


Veto: Hebt u het gevoel dat al die verschillende interesesses die u combineert elkaar beïnvloeden?

Hemmerechts: «Eigenlijk neem ik het schrijven toch wel mee in al mijn activiteiten, maar anderzijds helpt lesgeven dan ook weer bij het schrijven. Dat uitleggen helpt je om zelf beter te begrijpen. Lesgeven is belangrijk. Net zoals ik studenten beïnvloed, zeker in het jaar dat ik hen doceer, kan ik evengoed door hen beïnvloed worden.»

«Ik zie mezelf nog steeds bovenal in de schrijversrol. Je mag je niet in je succes installeren, moet steeds met iets nieuws op de proppen komen en bent maar zo goed als het laatste wat je geschreven hebt.»


Veto: Na meer dan twintig jaar als auteur en evenveel boeken op uw palmares: wat is voor u de voornaamste reden van uw schrijverschap?

Hemmerechts: «Ik heb de drang tot schrijven altijd al gehad. Ik denk dat het vooral een wil tot uitleggen is. Helderheid is voor mij enorm belangrijk, ik wil de dingen zeggen zoals ze zijn. Het juist benoemen van de dingen is absoluut nodig.»

Drijfveer

«De generatie van mijn ouders was er één die nog niet mocht of durfde erkennen dat niet alles altijd even mooi en fantastisch is. Als iemand zich bijvoorbeeld op een vreemde manier gedraagt, zal ik dat al heel anders bekijken als ik wéét dat hij een racist is, als dat benoemd is.»

«Ik behoor tot de eerste generatie mensen en schrijvers die alle dingen kunnen bespreken, en daarin wordt de lijn naar wat ik met Te Gek! doe ook getrokken. Problemen zoals die van Ann en zovele andere mensen worden daarmee hopelijk ooit uit de taboesfeer gehaald. De dingen erkennen en tonen zoals ze zijn: ik denk dat dat mijn voornaamste drijfveer is.»

Dit artikel verscheen op maandag 22 februari 2010 in nummer 15 van jaargang 36. - Disclaimer