maandag 22 februari 2010 - jaargang 36 - nummer 15
Kinderziektes van een opleiding
De specifieke lerarenopleiding (SLO) ging dit academiejaar zijn derde jaargang in. Drie jaar eerder werd met de SLO-opleiding gekozen voor een bredere en vooral zwaardere opleiding dan de vroegere variant. Ervaringen van verschillende kanten leren echter dat het leven aan de SLO-opleiding lang niet de hemel op aarde is.
Eline Van Eldere & Kenji Verstappen
"Ik zou niet durven zeggen dat de opleiding niet op punt staat zonder dat enigszins te nuanceren" vertelt Thomas In 't Veld, studentenvertegenwoordiger bij de Leuvense Overkoepelende KringOrganisatie (LOKO) en zetelend in het Bestuurscomité van het Academisch Vormingscentrum voor Leraren (BAVL). "Organisatorisch kan het natuurlijk beter, maar bij welke opleiding is dat niet zo. Bovendien bestaat de opleiding nog maar een goede drie jaar."
Het zijn echter niet alleen organisatorische problemen die de SLO zou moeten meenemen in haar zelfevaluatierapport dat tegen eind dit jaar klaar moet zijn. Volgens Ludo Melis, vicerector Onderwijsbeleid, vallen de problemen uiteen in drie verschillende 'families'. Dat zijn praktische problemen, principiele problemen en problemen met de indaling van de SLO in de academische opleidingen. Over dat laatste is Melis bondig en duidelijk: "Een opleiding van in totaal zes jaar is te lang voor een leraar. Er moet worden nagedacht over hoe we die duur kunnen beperken en de lerarenopleiding dichter bij de master kunnen brengen. Dat kan bijvoorbeeld door de opleiding volledig of deels te laten indalen in de masterjaren."
Nochtans is er een andere methode om het verloren jaar wat draaglijker te maken. Door het nemen van een Leraar In Opleiding (LIO) loopbaan, wordt het praktische gedeelte van de opleiding, de stage dus, meteen deels verloond. De LIO-loopbanen raken echter niet van de grond wegens een te lage verloning en een te lange duur van de stage.
Loodgieter
Problemen van principiële aard vallen grotendeels te herleiden tot de spanning tussen de universiteiten en de Centra voor Volwassenenonderwijs (CVO's). De CVO's bieden immers diploma's aan waarmee iemand, ongeacht zijn achtergrond, dezelfde functies mag uitoefenen als iemand die een SLO volgde. De verloning van leraren met een CVO-diploma staan wel op een lagere loonschaal. Beide instituten zijn bijgevolg ontevreden. Melis klaagt bij de CVO's vooral over een gebrek aan differentiatie: "Een loodgieter opleiden tot leraar loodgieterij vraagt immers een volledig andere aanpak dan een student met een academisch diploma opleiden tot leraar loodgieterij."
Het is echter vooral de laatste categorie van problemen die de studenten doet wakker liggen. De praktische onvolkomenheden van de SLO zijn talrijk, en die affecteren zowel de student die stages moet lopen als de onderwijsinstelling die de stagiair moet ontvangen. Dat gaat dan van bijna onvermijdelijke problemen zoals bijvoorbeeld het feit dat de kalenders van universiteit en middelbaar onderwijs niet met elkaar overeenstemmen. Melis: "Ik zou er wel nog voor willen pleiten dat het academiejaar op één september aanvangt, maar ik denk niet dat men dat uitsluitend voor de SLO zal doen.
Mentoruren
Andere problemen hebben dan weer te maken met overmacht. Zo schrapte Pascal Smet (sp.a), minister van Onderwijs onlangs de mentoruren. Deze uren gaven een vergoeding aan de mentoren in de onderwijsinstellingen die de jonge leraren en stagiairs begeleiden. Bernadette van de Steene, medewerker bij het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO) krijgt ook te horen van de onvrede met de maatregel. "Doordat de praktijkcomponent van de lerarenopleiding enorm is gestegen worden de stagescholen ook enorm bevraagd. Dat kon normaliter opgevangen worden door de mentoruren, maar die vallen nu dus weg. We roepen onze scholen wel op om die mentoruren niet te laten vallen, maar dat is moeilijk aangezien daar sowieso minstens een financiële inspanning van de scholen tegenover staat. De uren die een leraar besteedt aan het mentorschap gaan immers af van de uren die hij les kan geven."
Ook mesotaken - praktijkervaringen, buiten de stage om - worden door de stagescholen als erg belastend beschouwd. Melis: "Het decreet over de lerarenopleiding verplicht ons om die taken te begrijpen in de SLO, want de praktijkcomponent van de opleiding moet uit meer dan alleen stage bestaan." De invulling van die mesotaken is echter niet duidelijk, luidt het bij het VSKO.
Nuttig
Over de theoretische vakken heerst nog verdeeldheid bij de studenten. Terwijl LOKO vorig jaar nog naar buiten kwam met het standpunt dat de theorievakken niet genoeg aansluiten bij de praktijk, is Thomas nu iets voorzichtiger: "Je kan eraan twijfelen of een vak nu nuttig is of niet, maar daarover zullen de meningen wel verschillen."
Naast de problemen binnen de SLO, steekt ook een lerarentekort de kop op. Hoewel de SLO minder geïnteresseerden lokt dan de oude Academische Lerarenopleiding kan dat tekort niet enkel daaraan geweten worden. Thomas: "Tegenwoordig is het beroep van leraar gewoon weinig aantrekkelijk. Dat heeft dan te maken met de lage verloning en het gebrek aan uitdaging in het beroep. De meeste studenten zien een lerarenopleiding als een back-up plan en ze worden bovendien nog eens aangemoedigd om niet in het onderwijs te stappen."
Ook Melis ziet het tekort aan leraren niet graag: "Doordat de opleiding nu echter een jaar duurt, is het nog moeilijker om snel te remediëren aan dat tekort."
Toch is het ook niet al kommer en kwel in de lerarenopleiding. Van Steene van het VSKO: "Ondanks de moeite om ze op te vangen, zijn we wel blij met de extra stage-uren. Die praktijkervaring is echt nodig voor de leraren in opleiding."
De lerarenopleidingen zullen gezamenlijk worden gevisiteerd - gecontroleerd op kwaliteit - in 2011. Voor Melis geldt dit in feite als een evaluatie van het decreet over de lerarenopleiding. Als voorbereiding voor die visitatie stelt de SLO een zelfevaluatierapport op. Daaraan is begonnen op één januari van dit jaar, de definitieve versie moet binnengebracht worden op vijftien februari 2011.
Dit artikel verscheen op maandag 22 februari 2010 in nummer 15 van jaargang 36. - Disclaimer
