maandag 22 februari 2010 - jaargang 36 - nummer 15
Discriminatie op stageplaatsen
Gekleurde stages
Discriminatie is een trieste werkelijkheid. Geen stage vinden, gewoon omdat je Mohammed heet, kan hard aankomen. Gelet op het feit dat er al te weinig allochtone jongeren zijn die doorstromen naar het hoger onderwijs, is discriminatie tijdens de stages extra pijnlijk.
Ruben Bruynooghe & Sebastian De Witte
Onlangs nog kwamen drie allochtone studenten van de KHLeuven in de media. Zij hadden tezamen een spel ontwikkeld dat allochtone jongeren moet leren omgaan met hindernissen die ze tegen kunnen komen in het hoger onderwijs. Het idee ontstond nadat een van de drie studenten geen stageplek kon vastgrijpen voor zijn studies management. Volgens de gecontacteerde bedrijven lag dat aan het feit dat ze al genoeg studenten hadden aanvaard. Klein detail: de aanvraag werd wel al gestuurd in oktober. Eerder vroeg in het academiejaar, dus.
Rachid Aredouani en Rached Ikan werden niet geweigerd voor de stage, maar wilden wel meewerken aan het project van hun vriend Mohammed El Mahroui. "Veel situaties die in het spel worden aangereikt, komen uit onze eigen ervaringen of de ervaringen van vrienden en familie. We wilden echter een positief spel maken, dus hebben we ervoor gezorgd dat het spel jongeren motiveert om in het hoger onderwijs te stappen. Daarom zeggen we ook niet in het spel dat studenten kunnen gediscrimineerd worden op louter en alleen hun naam. Zoiets werkt erg demotiverend."
Het eindproduct lijkt alvast een succes te zijn: jongeren aan wie het spel wordt voorgesteld, zijn enthousiast. Vooral bij gemengde scholen zijn de discussies rond het spel geanimeerd. Bovendien sprong de Vlaamse Confederatie van Ouders en Ouderverenigingen (VCOV) als sponsor op de kar. Gevolg is dat het spel vanaf volgend jaar in alle Vlaamse scholen beschikbaar zal zijn. "We wilden met het spel geen winst maken in de commerciële zin, maar wel een winst voor de samenleving. In dat doel zijn we geslaagd."
Achter het succesverhaal schuilt echter wel een trieste werkelijkheid. Bij het zoeken naar stages kunnen gemotiveerde studenten stuiten op racistische stagebegeleiders. Jozef De Witte, directeur van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR), heeft weet van het probleem. "We krijgen wel relatief weinig meldingen binnen op het Centrum, dus statistieken zijn niet voorhanden, maar we weten wel dat het probleem wordt gesignaleerd op verschillende plaatsen. Dat een probleem niet gemeld wordt, kan verschillende redenen hebben: de gediscrimineerden kennen hun rechten niet, de ervaring kan te schokkend zijn om de confrontatie nogmaals aan te gaan, ofwel vinden ze het sop de kool niet waard en willen ze hun kansen niet hypothekeren. Ook voor de scholen is het moeilijk om melding te maken van discriminatie, want ze willen hun stageplekken niet kwijtraken."
"Als we dan toch een melding binnen krijgen, contacteren we de plaatsen waar de stage werd geweigerd om discriminatoire redenen. Op die manier komen we er achter of er wel degelijk een grond bestaat om discriminatie vast te stellen. Sommigen reageren met de boodschap dat ze niet racistisch zijn, want ze 'hebben al een aantal allochtonen in dienst'. Wij zeggen echter niet dat je een bepaald aantal allochtonen in dienst moet hebben, enkel dat je voor elke stagiair afzonderlijk moet kijken naar de kwalificaties en niet naar de afkomst."
"De discriminatie komt niet alleen voor bij privé-bedrijven," zegt Jozef De Witte, "ook non-profit bedrijven zoals ziekenhuizen en scholen kunnen discriminatoir zijn. De problemen kunnen op elk moment van de stage opduiken: bij het zoeken naar een stage, tijdens de stage zelf, of bij de eindbeoordeling ervan."
Stijn Dhert, decaan van de lerarenopleiding bij Groep T, kan zich maar één voorval herinneren op een Limburgse stageschool. "Daar werd een moslima gediscrimineerd door haar stagebegeleider. Uiteindelijk is er geen klacht ingediend, want de studente in kwestie wou graag in de buurt aan de slag gaan en wou geen risico's nemen door een rechtszaak te beginnen."
"Discriminatie lijkt vaker voor te komen bij meisjes," meldt Ikan, "en dan vooral bij moslimvrouwen die ervoor kiezen een hoofddoek te dragen, wat een bijkomende hindernis blijkt." Getuige: de richtlijn die het Gemeenschapsonderwijs begin dit schooljaar uitvaardigde en die alle religieuze kentekens op school verbiedt, tenzij in een educatieve context. Dat betekent ook een ban van hoofddoeken in de schoolgangen.
Sergio Scatolini, docent Islam aan Groep T, betreurt die maatregel: "Hoewel het wettelijk geen discriminatie is, kan ik de maatregel echt niet goedkeuren. Het Gemeenschapsonderwijs moet een plek zijn waar iedereen zichzelf kan vinden. Dat wil niet zeggen dat iedereen gelijk moet zijn. Zoiets is flauwekul. Vooral voor toekomstige leerkrachten in onze opleiding is het verbod ontmoedigend. Het plaatst moslima's die een hoofddoek dragen voor een dilemma: moeten ze voor hun identiteit als moslima kiezen of voor hun wens om in het onderwijs werkzaam te zijn? Als gevolg daarvan zullen er nog minder moslimvrouwen in het onderwijs stappen."
Maatregelen voor het stageprobleem zijn makkelijk te vinden, ze laten goedkeuren is al een heel pak moeilijker. De Witte: "Misschien zou het niet slecht zijn om de onderwijsinstellingen zelf te laten zorgen voor stages. Momenteel ligt dat namelijk nog vooral in handen van de studenten zelf. Toch lijkt niet iedereen daarvoor gewonnen. Met het oprichten van meldpunten proberen we voorlopig soelaas te bieden."
Op zes mei stellen Rachid, Rached en Mohammed hun gezelschapspel voor in Leuven om 10u bij de VCOV, Interleuvenlaan 15A, 3001 Leuven.
Dit artikel verscheen op maandag 22 februari 2010 in nummer 15 van jaargang 36. - Disclaimer
