maandag 29 maart 2010 - jaargang 36 - nummer 20
Ithaka 18PLUS XX+XY
Ithaka | Vluchtroute uit de cel
Bij de achttiende editie van het beeldende kunstenfestival Ithaka ging men terug naar de kern: ons DNA. Zeventien jonge kunstenaars mochten dit sterfelijke construct van cellen dat de mens heet ontleden en hun diagnose - als kunstwerk vermomd - tentoonstellen.
Miguel Barrera
Als tentoonstellingsruimte werd gekozen voor het voormalig Decanaat Geneeskunde. Dit wat verwaarloosde en vuile gebouw in de Minderbroederstraat heeft op die manier weer een vers likje verf op zijn muren en mensen over de vloer gekregen. Dat het festival, georganiseerd door LOKO Cultuur, ieder jaar zo'n leegstaand pand even uit zijn anonieme verval weet te halen is al mooi op zich. Alles draaide deze keer dus rond ons erfelijk materiaal. Of hoe de mens door de wetenschap in zijn hemd wordt gezet en koel gewezen wordt op die onontkoombare elementen die zijn bestaan vormgeven. Prangende vraag is dan: valt hieraan wérkelijk niet te ontsnappen? Een mogelijk antwoord gaven de kunstenaars uiteraard in de vorm van hun persoonlijke werk.
Antwoorden
Wat de kunst on display betrof viel het dit jaar wel mee. Al zaten er zeker een paar ronduit slechte werken bij, grotendeels was er sprake van een redelijk niveau. De creaties van enkele kunstenaars in het bijzonder verdienen evenwel een aparte vermelding.
Zo was er het heerlijk gestoorde schilderwerk van Geert Koekoeckx. Daarin zagen we bijvoorbeeld een figuur die wortels bezweerde boven een soortement futuristische piano terwijl prisma's van regenboog zijn schedel langzaam doorboorden. We zagen een kleurrijke machine die hoogst aaibare goederen fabriceerde onder onheilspellende wolken. Écht! We verzinnen dit heus niet. Het was technisch gezien sterk geschilderd, inhoudelijk zeer prikkelend en zo eigenzinnig als het kleurrijk was.
Iets helemaal anders was de installatie van Benoît Gob, Expansions epidermiques. Een kamer vol paarsgespoten isolatieschuim, zo opgebouwd dat men er figuren en patronen in kon herkennen. Je zag de 'blubber' waaruit de mens bestaat: vreemd slijm, vuiligheid of zich voortplantende kankergezwellen die goed- dan wel kwaadaardig konden zijn. Hoewel allicht wat té zwartgallig van opzet zorgde dit werk voor een sterk gevoel van lichamelijk onbehagen bij de toeschouwer.
Veel subtieler en lichtvoetiger vervolgens was het tekenwerk van Griet Menschaert. Land der erfenis bestond uit figuren die over de gehele breedte van een muur poogden een delicate menselijke pyramide tot stand te brengen. Alsof de kunstenares ons in essentie de dynamiek wilde tonen van menselijke interactie en de persoonlijke groei ten gevolge daarvan.
Tot slot was Opname, een installatie van Charlotte Bouckaert, zonder meer het meest aangrijpende werk. Een combinatie van werken eigenlijk - zowel foto's als schilderijen als een voorgelezen brief - die de kunstenares maakte tijdens haar verblijf in een psychotherapeutisch centrum. Ze leed aan een depressie. Net als haar vader die dus zijn 'kapotte genen' doorgaf. Maar net doorheen haar kunst wist zij hieraan (gedeeltelijk) te ontsnappen. Haar antwoord luidt: kunst als ontroerende vluchtroute uit de lichamelijke gevangenis waartoe we ongewild veroordeeld zijn.
Dit artikel verscheen op maandag 29 maart 2010 in nummer 20 van jaargang 36. - Disclaimer
