maandag 29 maart 2010 - jaargang 36 - nummer 20
Johannespassie in het Leuvens
Joannes Passe | allei , moet ekik ale keinink kroeesige?
Zoals u al in Veto 19 kon lezen, was er deze week in de Leuvense Sint-Pieterskerk een uitvoering van Johann Sebastiann Bachs Johannespassie. Niets opzienbarends, ware het niet dat het monumentale oratorium voor de gelegenheid in het Leuvens was vertaald, door niemand minder dan Fred Brouwers, Leuvenaar en muziekkenner.
Eline Van Eldere
We begaven ons dus naar een eivolle Sint-Pieterskerk, die voor de gelegenheid niet in de nevelen der vrome stilte gehuld was, maar gonsde van het Leives. Het leek alsof iedereen nog eens extra zijn best deed om vooral local voor de dag te komen. Scoutsgroep Diependaal stond in voor de meer dan verdienstelijke organisatie van de plaatsen.
Het stuk zelf begon misschien wat onzeker. Koor - het Leuvense OrSeCante - en orkest - het Brussels Chamber Orchestra onder leiding van Kris Stroobants - leken nog even aan elkaar te moeten wennen. Gelukkig hadden wij ons boekje met de Leuvense tekst bij de hand, want van de woorden van de koorpartijen was met het blote oor niet echt veel te verstaan. Gaandeweg won het koor meer aan kracht en de interactie met het orkest verstrakte hoorbaar. Het Leuvens bleek eigenlijk geen barrière, maar juist een hefboom om de hindernis van het Nederlands, dat ons toch altijd wat stroef in de oren klinkt, te kunnen nemen. Over het algemeen was het koor zuiver en toonvast, met een redelijk evenwichtige verdeling van de stemmen. Enkel de mannenpartijen mochten misschien iets krachtiger.
Recitanten en vertalers Fred Brouwers en André Van de Putte brachten de tussenteksten al sprekend, niet al zingend zoals bijvoorbeeld in Duitsland vaker voorkomt. Een dialect sprekende Jezus, het is weer eens wat anders. Klonk het in eerste instantie nog wat onwennig in de oren, maakten we ons even later toch de bedenking dat de "echte" Messias waarschijnlijk ook een streekgebonden tongval kan hebben gehad. Ongewoon maar dus niet ongepast.
Grinnik
Toen de solisten aantraden, werd het tekstuele aspect verder onder de aandacht gebracht. Het moet ongetwijfeld een grote inspanning gevraagd hebben voor de zangers, die als regelmatige beoefenaars van het genre de mondzettingen en taalgebonden automatismen van hun aria's even overboord moesten gooien. Vooral sopraan Anne Mertens en tenor Reinoud Vanmechelen wisten sterk te overtuigen. De sopraansolo Ich folge dir gleichfalls mit freudigen Schritten klonk in het Leuvens niet minder vreugdevol maar zelfs wat fijner dan in het Duits. Er bekroop ons zowaar zelfs een zweempje kleinkunstgevoel.
Hoe mooi de muziek ook klonk, af en toe was een grinnik maar moeilijk te onderdrukken. Want wat da'k geschreiven em, dad em ek geschreive en naa blèfd et zue ston en wanneer Jezus, op dat moment al gekruisigd, om water vraagt, wordt dat "ik em dest". Grappig, al moest de dramatiek er iets aan inboeten. Aan de andere kant kwam Jezus ook als een sterke figuur naar voren, iets wat in de Johannespassie sowieso al meer aan de orde is dan in bijvoorbeeld de Mattheüsspassie. Door het dialect kreeg dit aspect echter nog iets meer aandacht.
In het algemeen was deze Joannes Passe zeker de moeite van het beluisteren waard. Het was ook aangenaam om te zien dat het initiatief blijkbaar door een zeer grote groep vrijwilligers wordt gedragen, en dat er ook vanuit de Leuvense bevolking veel aandacht voor is. Meer nog dan zwaarwichtige terminologie en de "verheffing van de volksmens" aan te dragen, kan dit evenement als een prettige afwisseling gezien worden van het toch al zo serieuze klassieke milieu. Zelfs de grootste muziekpurist zal ons gelijk geven wanneer we deze uitvoering beoordelen als zijnde van hoogstaand cultureel niveau. Het feit dat ze in een volkstaal plaatsvond droeg daar in deze nog aan bij.
Dit artikel verscheen op maandag 29 maart 2010 in nummer 20 van jaargang 36. - Disclaimer