Bart De Wever | "Verder dan een verbanning naar het Europees Parlement mag je niet gaan"

Grote leiders hebben een gemeenschappelijk kenmerk: ze worden vaak niet verkozen. Of eenzelfde lot Bart De Wever is beschoren, is nog in nevelen gehuld. Afstand nemend van de politieke realiteit van alledag, sprak hij afgelopen zaterdag op het colloquium 'Oud maar niet Out! Denken en doen met de Oudheid vandaag' over antieke campagnemethodes, ballingschap en het belang van profilering.

Remy Amkreutz & Jelle Dehaen

@@OUDHEID.jpg

foto: Laurens Cerulus


Veto: In uw lezing sprak u over Marcus Tullius Cicero, beroemd redenaar en politicus, en kenschetste hem als een nieuweling in het oude Rome. Hij moest vechten voor zijn plaats en voor erkenning. Voelt u daar enige verwantschap mee?

Bart De Wever: «Cicero heb ik altijd een fascinerend persoon gevonden, omdat hij een homo novus was. Hij heeft elk ambt, tot het consulaat aan toe, bekleed, ondanks het feit dat hij niet van adel was. Zelf ben ik een zoon van een spoorwegarbeider en dus in zekere zin eveneens een homo novus. Ik zie ook dat er in onze democratie een zekere nobilitas bestaat, waar ik toch tussen ben geraakt. Dat is een soort verwantschap die ik met Cicero zeker voel. Anderzijds was hij de houder van het ancien régime en dat ben ik in de huidige context zeer zeker niet.»


Veto: U staat bekend als bewonderaar van Caesar. Is dat een uitlaatklep voor een twintigste-eeuwse politicus, die vooral compromissen moet sluiten en diplomatie dient te betrachten?

De Wever: «Dat is een figuur die er altijd boven uit gestoken heeft; dat is ook waarom ik graag over hem lees. Caesar was een veelzijdig persoon: hij was een redenaar, een bevelhebber, de man van het volk, maar ook de tiran. Hij kan zelfs gezien worden als een homo-icoon. Hij was veel met mode bezig en droeg bijvoorbeeld rode laarzen. Hij is een kapstok waar je veel aan kunt hangen. Caesar is, naast Jezus Christus, de figuur die de laatste tweeduizend jaar het meest prominent in de cultuurgeschiedenis aanwezig is geweest.»

Afgeslacht


Veto: De politiek noemde u zojuist "een schijnwerkelijkheid". Wat bedoelt u daar precies mee?

De Wever: «Ik doelde specifiek op verkiezingscampagnes. Waar kan ik in deze periode ook anders over spreken? Ik heb de Commentariolum Petitionis (handboek voor verkiezingscampagnes, geschreven door de jongere broer van Cicero, red.) ook aangehaald in mijn lezing en was gefrappeerd door de parallellen met het heden. Het staat vol politieke marketing, zoals die nu door Noël Slangen en consorten wordt bedreven. Niets is veranderd, zelfs niet het fatale zinnetje 'wie gelooft die mensen nog?' Ik kon het bijna niet geloven dat iemand dat tweeduizend jaar geleden ook al zei.»


Veto: Als u campagne voeren echter zo vervelend vindt, moet de kiezer zich dan geen zorgen gaan maken?

De Wever: «Ik vind een campagne de meest afschuwelijke periode uit de politiek. Ik steek dat ook niet weg. Als je als enige proper speelt, word je ook als enige proper afgeslacht. Daarom heb ik daar ook een betrekkelijke hekel aan en ben ik blij dat het, door de val van de regering, een korte campagne zal zijn. Dat alles maakt niet dat politiek geen mooie roeping is.»

Schervengericht


Veto: Vroeger werd er op het leven gestreden in de politiek. Lijkt de huidige politiek daartegenover niet enigszins futiel?

De Wever: «Dat is een luxe. Toentertijd ging de politiek over leven en dood, vandaag gaat het gelukkig niet meer zo. Nu woedt het debat, bijvoorbeeld in Turkije, over de spanning tussen een liberale burgerstaat en een terugkeer naar het ancien régime. Politiek is futiel, maar zo mag je niet denken. We leven hier en nu, en de huidige problemen kunnen nu opgelost worden. Dat mag je niet projecteren op een ander tijdvak. Sommige zaken zijn natuurlijk veranderd. Als je tegenwoordig als politicus bent uitgerangeerd, word je niet meer geacht zelfmoord te plegen. In plaats daarvan mag je een paar jaar in het Europees Parlement gaan uitpuffen.»


Veto: En wie zou u tenslotte voor dat moderne schervengericht willen nomineren?

De Wever: «Er komen zo wel een paar namen voor de geest, maar laten we blij zijn dat we dat niet meer doen. Ze hebben ooit een dergelijke pot gevonden, waaruit bleek dat elke scherf hetzelfde handschrift vertoonde. Op die manier werd een politieke tegenstander gewoon uit de weg geruimd. Verder dan een verbanning naar het Europees Parlement mag je niet gaan. (glimlacht)»

Dit artikel verscheen op maandag 10 mei 2010 in nummer 24 van jaargang 36. - Disclaimer