maandag 7 maart 2011 - jaargang 37 - nummer 16
De 10 Geboden "Het is nooit genoeg voor een oplichter"
Het achtste gebod luidt: "Gij zult geen valse getuigenis afleggen". Met andere woorden: gij zult niet liegen, bedriegen of oplichten. Iedereen lapt dat gebod zo nu en dan aan zijn laars, maar niemand deed het zo grondig als Stan Lauryssens, meesteroplichter én auteur van enkele bestsellers.
Margot Hollevoet & Janina Verbruggen
Stan Lauryssens: «Als je langs een fruitwinkel komt en er ligt prachtig, exotisch fruit dat je nog nooit geproefd hebt, wat denk je dan automatisch? Dat je eens wilt proeven. Hetzelfde gebeurde volgens de Bijbel - ik ben geen katholiek, dus ik ken er weinig van - met Adam en Eva. Er was de boom met de vruchten waar ze niet aan mochten komen. Wat deed Eva? Ze plukte er eentje, beet erin en gaf die door aan Adam, die er ook in beet. Iets wat niet mag is altijd verleidelijk.»
«Met liegen en bedriegen is het juist hetzelfde. Iedereen weet dat het niet gepast is. Meer nog, het mag zelfs niet. Ik neem aan dat veel mensen denken: "Neen, ik doe dat niet. Ik ben braaf, ik loop binnen de lijntjes. Ik streek de straat over aan het groene licht." Maar er zijn heel veel mensen die het andere doen."»
«Mijn eerste job ooit was in een kaasfabriek. Daar verdien je weinig. Toen begon ik artikels te schrijven voor Panorama en andere bladen. Je verdient dan iets meer, maar nog altijd weinig. En plots krijg je dan een aanbod dat voor iemand van 22 jaar onbeschrijfelijk is: duizenden euros per maand. Daarvoor moest ik mensen oplichten voor een firma die zogenaamde beleggingen verkocht. Ik verkocht eigenlijk lucht aan Vlaamse middenstanders die veel zwart geld hadden. Geld dat die mensen ook verdiend hadden door te stelen en te bedriegen. Dat moest ergens naartoe, dus verkocht ik hun grond in Amerika die niet bestond, of een schilderij van Dali dat niet van mij was. Die mensen gingen niet kijken of die grond écht bestond of dat schilderij écht van mij was. Al onze klanten waren bakkers en slagers, die lezen geen kleine lettertjes. Die kijken alleen of het er mooi uitziet: een contract met veel krullen en veel stempels.»
Misdaad en straf
«Natuurlijk voelde ik mij schuldig die eerste maanden, maar je kunt geen tien jaar schuldgevoelens hebben. Als je die mensen alle dagen lucht verkoopt en altijd met geld buitenkomt, vind je dat op de duur niet meer verkeerd.»
«Ik was in het begin wel bang voor eventuele straffen. Daarna niet meer: dat slijt allemaal. Op den duur denk je maar aan een ding: zoveel mogelijk geld binnenhalen. Omdat je niets echt verkoopt, is dat geld zuivere winst. En je moet een ding toegeven: mensen bedriegen is ongelooflijk spannend.»
«Waar en wanneer overschrijd je de morele grens, dat is het grote punt. Eens je die grens hebt overschreden, is het verloren. Je kan nooit terug naar het beginpunt. Je gaat bij mensen buiten met heel veel geld. Als je daarna opnieuw moet gaan werken voor 500 euro per maand, wat denk je dan? Dat gaat niet. Er is maar één weg en één eindpunt: de gevangenis.»
«Mijn huis was aangeslagen, mijn rekening was geblokkeerd. Ik had niets meer. Maar in de gevangenis besef je dat je ook niets nodig hebt. Ik moest niet meer werken en niemand oplichten. Een paar keer per dag lekker eten, geen huishuur of belastingen betalen. Het enige waarvoor men vroeger wél uit de gevangenis wou, was seks. Iedereen die in de gevangenis kwam, was bang om langs achter gepakt te worden. Tegenwoordig kun je één keer per week een uur seks hebben met je partner. Vroeger was de gevangenis een tuchthuis, maar dat is nu niet meer zo. De gevangenis was een remming om misdaden te begaan. Dat is weggevallen, de gevangenis is nu voor velen een opluchting.»
Verveling
«Ik had een appartement in Barcelona, waar ik zeven jaar gewoond heb. Daar kreeg ik regelmatig bezoek van mijn klanten die ik daarvoor bedrogen had. Ik had een hele goede relatie met die bakkers en die slagers. Ik had dezelfde leeftijd, dus wij kwamen heel goed overeen. Ze hadden heimwee omdat ik er niet meer was. Ze vonden het altijd tof als ik bij hen thuis langskwam. Achteraf gaven ze toe dat het hun eigen schuld was dat ik hen had opgelicht. "We hadden het geld maar niet moeten meegeven," zeiden ze dan. In het contract stond alles ook duidelijk, ze hadden kunnen weten dat ze opgelicht werden. Nu nog ga ik regelmatig iets drinken met een van mijn vroegere klanten.»
«Oplichting is pas mogelijk bij mensen die zich vervelen. Dat wil zeggen dat een oplichter prachtige verhalen heeft. Mensen die opgelicht worden, verdienen veel geld, maar maken voor de rest niets mee. Ze hebben behoefte aan iets spannends. Als er dan zo iemand komt als ik, die zijn haar laat knippen in New York, zijn ze geïnteresseerd.»
Spijt
«Mochten mijn kinderen ooit aan oplichten beginnen, zou ik het ze afraden. Het is een soort schandvlek die je je hele leven meedraagt. Ik zit daar niets mee in. De kunst is die schandvlek om te bouwen tot iets positiefs: ik spreek en schrijf erover. En als het mislukt, ga dan opnieuw oplichten, ook al kom je terug terecht in de gevangenis, want daar is het ook goed. Als ik heel eerlijk zou zijn, heb ik geen enkel argument om iemand af te raden oplichter te worden. Het enige is het morele argument. Je bedriegt geen medemens, of je nu katholiek bent of communistisch, liberaal of nationalistisch. Je doet het niet. Eigenlijk is dat een zwakke morele norm, want je mag ook geen mensen vermoorden, dus zou er ook geen oorlog mogen zijn.»
«Ik heb er geen spijt van. Leven met spijt, dat is toch absurd? Op het eind van je leven, maak je een balans op. Mijn balans is positief. Ik heb in Spanje gewoond en in Londen. Ik heb twee toffe, intelligente kinderen van twee toffe vrouwen. Ik heb van één ding spijt: ik had een jaar vroeger moeten stoppen met oplichten, dan was ik nooit opgepakt en was ik nu schatrijk. Het geld lag voor het rapen, er was zoveel zwart geld in Vlaanderen. Of ik had kúnnen stoppen, dat is een andere vraag. Het is nooit genoeg voor een oplichter.»
Dit artikel verscheen op maandag 7 maart 2011 in nummer 16 van jaargang 37. - Disclaimer
